Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 13 AWR
Genoemd in 47 uitspraken · Officiële wettekst
47 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Inkomstenbelasting. De Inspecteur mocht de tweede voorlopige aanslag opleggen. De tweede aangifte is geen vrijwillige verbetering in de zin van artikel 67n AWR. De tweede voorlopige aanslag is geen navorderingsaanslag in de zin van artikel 16 AWR. Uit de tekst van artikel 13, lid
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.
Aan belanghebbende zijn twee voorlopige aanslagen opgelegd welke zijn verminderd middels ambtshalve verminderingen. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur een nadere negatieve voorlopige aanslag had moeten opleggen, zodat belanghebbende geen heffingsrentenadeel lijdt en ni
Voorlopige aanslag. Heffingsrente. Kosten bewegingslessen fibromyalgie patiënte slechts aftrekbaar indien activiteiten plaatsvinden op voorschrif t van een arts en onder rechtstreeks toezicht of begeleiding staan van een medicus.
Belanghebbende is van mening dat bij de berekening van het verschuldigde bedrag bij de voorlopige aanslagen H.22 en H.23 de opgelegde voorlopige aanslagen H.20 en H.21 moeten worden verrekend zonder rekening te houden met de ambtshalve verminderingen zoals vermeld onder 2.4.