De verlengde navorderingstermijn is van toepassing. Belanghebbende heeft meerdere jaren niet de vereiste aangifte inkomstenbelastingbelasting gedaan. Het hof ziet geen aanleiding (oud) ambtenaren van de Belastingdienst op te roepen als getuige over de stelling van belanghebbende
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 11 AWR
Genoemd in 265 uitspraken · Officiële wettekst
265 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Aanslagen reinigingsrecht 2018 en 2019. De Heffingsambtenaar heeft afzonderlijke uitspraken op bezwaar gedaan op in één geschrift vermelde bezwaren tegen meerdere op één aanslagbiljet opgenomen aanslagen. Geen strijd met 7:11 Awb en 25, lid 4, AWR. Schending hoorplicht aangezien
A-G Niessen heeft een conclusie genomen inzake een geschil over de vraag of terecht loonheffing is ingehouden op bonussen die zijn betaald aan een binnen een internationaal concern werkzame bestuurder met een dubbele hoedanigheid. Belanghebbende was van 1 oktober 2005 tot en met
Aanslagen IB/PVV, ZVW en omzetbelasting. Tijdigheid aanslagen. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
IB/PVV: Formele geschillen over de ontvankelijkheid van een bezwaar, het intrekken van een beroep en de navorderingsbevoegdheid. Materiële geschillen over de hoogte van de winst.
Het hof heeft geoordeeld dat rechtsgeldig uitstel is verleend voor het doen van de aangifte IB/PVV 2015 en de aanslag tijdig is opgelegd. De inspecteur hoeft niet te onderzoeken of belastingplichtige daadwerkelijk belang bij dat verzoek tot uitstel. Hij behoeft ook niet na te gaa
IB/PVV. Aandelenoptierechten. Belanghebbende heeft door het uitoefenen van de optierechten certificaten van aandelen verkregen. Is sprake van een aanmerkelijk belang? Ontvangen nabetalingen ter zake van vervreemding certificaten van aandelen. In aanmerking te nemen (geschatte) ov
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of in de Verordening forensenbelasting van de gemeente Ommen, in strijd met het (grondwettelijke) gelijkheidsbeginsel onderscheid wordt gemaakt in tarief, tussen gemeubileerde woningen die al dan niet gelegen zijn op een recreati
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van belanghebbende verzonden aanslag geacht kan worden aldaar ordelijk bekend te zijn gemaakt. Overschrijding van de driejaarstermijn voor oplegging van een aanslag? Heeft belanghe
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of de per aangetekende post aan het Poolse adres van belanghebbende verzonden aanslag geacht kan worden aldaar ordelijk bekend te zijn gemaakt. Overschrijding van de driejaarstermijn voor oplegging van een aanslag? Heeft belanghe
De Inspecteur maakt aan de hand van de door hem opgemaakte kasopstellingen en de kasverschillen die daaruit voortvloeien aannemelijk dat belanghebbende inkomsten heeft genoten die niet zijn aangegeven. De verklaringen die belanghebbende geeft voor de door de Inspecteur geconstate
Voortvarend handelen inspecteur, conservatoir beslag effect op waarde box 3?, arbeidskorting, onmiddellijke tegenprestatie voor verrichtte arbeid?
A-G IJzerman heeft een conclusie genomen ten eerste over de vraag of de navorderingstermijn wordt verlengd door verleend uitstel voor het doen van aangifte in het geval dat de aangifte al was ingediend ten tijde van het verzoek om uitstel. De tweede kwestie is of belanghebbende d
A-G IJzerman heeft een conclusie genomen over de vraag of de navorderingstermijn wordt verlengd door verleend uitstel voor het doen van aangifte in het geval dat de aangifte al was ingediend ten tijde van het desgevraagd verleende uitstel. Het betreft de zaak met nummer 19/01613
De door belanghebbende na zijn ontslag ontvangen bedragen zijn terecht in de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekering begrepen.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie, over en weer, van [X] Beheer BV, belanghebbende, en de Staatssecretaris van Financiën, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 juni 2017. Met dagtekening 15 maart 2014 is aan
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05636), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Belanghebbende en haar zuster (de belanghebbende in de met deze zaak samenhangende zaak met zaaknummer 16/05639), nichten van erflaatster, zijn als erfgenamen gerechtigd tot de nalatenschap van erflaatster, overleden op 9 november 2002. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen i
Materieelrechtelijk: sloop- en bouwkosten, gemaakt door een BV, onzakelijk want ten gerieve van aandeelhouder privé? Formeelrechtelijk: Voorlopige (nihil)aanslag naar een (groot) negatief belastbaar bedrag; vernietiging wegens termijnoverschrijding van de definitieve (nihil)aansl
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
Artikel 66, derde lid, Sw. Het Hof is evenals de rechtbank van oordeel dat deze bepaling niet van toepassing is op gevallen waarin vóór 1 januari 2012 navordering op basis van artikel 16, vierde lid, AWR niet meer mogelijk was. Geen materieel terugwerkende kracht. Rechtszekerheid
Het gaat hier om de vraag of de gemeente Rijnwaarden in februari 2014 nog bevoegd was aan belanghebbende een aanslag in de afvalstoffenheffing over het jaar 2013 op te leggen, nadat de Verordening afvalstoffenheffing 2013, waarop die aanslag is gebaseerd, per 1 januari 2014, zond
Hondenbelasting. De Verordening hondenbelasting van de gemeente Amsterdam komt niet in strijd met het discriminatieverbod dat is opgenomen in artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM (noch met artikel 26 van het IVBPR). Voorts is het Hof van oordeel dat de meerderheidsreg
(1) Aanslagtermijn verlengd: Toepassing Beconregeling; het Hof gaat ervan uit dat het verleende uitstel op de in het algemeen gebruikelijke wijze bekend is gemaakt. (2) Ten tijde van de aanvraag van de fiscale eenheid tussen de moeder (belanghebbende) en de dochter had belanghebb
Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening.