Belastingzaak. Geschil tussen een voormalig aandeelhouder van een beheersmaatschappij, samen met de trust aan wie hij zijn aandelenpakket heeft overgedragen, en de Staat over de uitleg van een door betrokkene met de belastingdienst gesloten transparantieovereenkomst op grond waar
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 11 AWR
Genoemd in 265 uitspraken · Officiële wettekst
265 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
`Beschikking geen aanslag’. Navordering toegestaan na systeemfout?
De aanslag is buiten de termijn van drie jaar opgelegd. De rechtbank overweegt dat de belastingplichtige niet duidelijk kenbaar is gemaakt dat en voor welke periode hem buitengewoon uitstel voor het doen van aangifte is verleend. Daaraan verbindt de rechtbank de conclusie dat de
Verrekening stallingswinst onder het verdrag Nederland-Zwitserland. Artikel 10, lid 2, Besluit voorkoming dubbele belasting.
De in geschil zijnde aanslag Vpb 1995/96 is niet tijdig opgelegd en kan niet worden geconverteerd in een navorderingsaanslag. De op de voet van art. 21a, eerste lid, Wet Vpb vastgestelde verrekend-verliesbeschikking kan in stand blijven. Verrekening van de verliezen van voorgaand
Bij de buiten de driejaarstermijn opgelegde aanslag was aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. Belanghebbende acht die aanslag nietig (zie 03/00431) maar verzoekt om een beschikking tot vaststelling van de naar het volgende jaar over te brengen buitenlandse winst (
X BV stelt het aanslagbiljet Vpb 1996 niet te hebben ontvangen. Hof: de inspecteur maakt niet aannemelijk dat het aanslagbiljet naar het juiste adres is verzonden en dat de aanslag binnen de driejaarstermijn is opgelegd.
Nr. 38.442 30 januari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 1 juli 2002, nr. 00/00831, betreffende na te melden van de Verenigi
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/077HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.S. Meijer, t e g e n DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ ONDERNEMINGEN TE 's-HERTOGENBOSCH, voorh
Nr. 37.893 23 januari 2004 EC gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 oktober 2001, nr. P99/532, betreffende na te melden aan de ontbonden vennootschap X B.V., voorheen gevestigd te Z, opge
Tussen partijen is in geschil of de Inspecteur het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard hetgeen belanghebbende bestrijdt doch de Inspecteur bevestigend beantwoordt. Tevens is de door de Inspecteur niet geaccepteerde afboeking vordering [C] VOF ad ƒ 40.500 in g
3 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/294HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/ ONDERNEMINGEN ALMELO, kantoorhoudende te Almelo, EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.J. Schenck, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigin
5 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/037HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker], 2. [Verzoekster], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, 1. Het geding in feitelijke instanties
De materiële belastingschuld over het onderhavige jaar behoorde ten tijde van het in liquidatie treden van belanghebbende tot diens vermogen. De bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag is niet vervallen. De Inspecteur heeft niet in strijd gehandeld met de algemene beginselen
werkkamer; vermogensbeheer; artikel 35 Wet IB
De inspecteur heeft het door hem gestelde, verleende uitstel voor het opleggen van de aanslag niet aannemelijk gemaakt. De aanslag is niet binnen de daarvoor geldende termijn opgelegd.
In geschil is het antwoord op de vraag of de Inspecteur tot navordering over het jaar 1996 mocht overgaan? Het Hof is van oordeel (..) dat de belanghebbende zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij een onjuiste aangifte deed en in het bijzonder
In de eerste plaats is in geschil of de inspecteur heeft voldaan aan de voor navordering in artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) gestelde vereisten. Voor het geval het gelijk op het eerste geschilpunt aan de inspecteur is, is vervolgens in geschil
-
-
-
-
De inspecteur slaagt niet erin aannemelijk te maken dat het verleende uitstel voor belanghebbende voldoende kenbaar was. Dit heeft als gevolg dat de aanslag niet tijdig is opgelegd. Vervolgens beoordeelt het Hof of de niet-tijdige aanslag kan worden geconverteerd in een navorderi
-
-