Bekendmaking van de aanslagen heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor gestelde termijn
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 11 AWR
Genoemd in 265 uitspraken · Officiële wettekst
265 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
In geschil is het antwoord op de vragen of de Inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn bezwaar, en, zo zulks niet het geval mocht zijn, omdat primair de bestreden aanslag na 31 december 2010 is opgelegd en de bezwaartermijn pas na de dag van de
In hoger beroep is tussen partijen in geschil het antwoord op de vraag of de aanslag en de beschikking heffingsrente terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd onderscheidenlijk gegeven. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur daarentegen bevestigend. Wa
Aan belanghebbende die niet inkomstenbelastingplichtig en evenmin premieplichtig is, zijn aanslagen IB/PVV opgelegd om eerder aan haar uitbetaalde heffingskorting terug te vorderen. Aanslagen zijn ten onrechte opgelegd, maar kunnen in stand blijven als beschikkingen op grond van
Nu geen van beide partijen de door haar bepleite waarde van de rijksmonumentale vrijstaande villa, dat onderdeel uitmaakt van een NSW-landgoed, aannemelijk heeft gemaakt, bepaalt de rehtbank deze waarde in goede justitie.
Verwijzingsprocedure na HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2013:BV1885 Aan de in rechtsoverweging 3.4.4 van het verwijzingsarrest onder (a) tot en met (g) vermelde criteria is voldaan. Hieraan wordt de consequentie verbonden dat de inspecteur niet voorbij had mogen gaan aan de door bela
Inkomstenbelasting. Bekendmaking aanslag. Ontvankelijkheid bezwaar.
Het achterwege blijven van een adequate reactie van de inspecteur op een melding van een ontvoeging uit een fiscale eenheid in het aangiftebiljet van de dochter merkt de rechtbank niet aan als een verzuim dat navordering bij de moeder verhindert. Deinspecteur heeft niet heeft vol
Inkomstenbelasting. Navordering. Nieuw feit aanwezig. Er is sprake van een uit het buitenland opgekomen bestanddeel. Belanghebbende heeft ook voor de jaren 2001 en 2002 recht op vrijstelling voor de premieheffing Awbz en dit moet leiden tot een dienovereenkomstige vermindering va
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar
Belanghebbende bepleit in procedures met betrekking tot de inkomstenbelasting 1996 t/m 2002 en 2005 t/m 2007 en de vermogensbelasting 1997 t/m 2000 dat de waarden van zijn onroerende zaken negatief dan wel nihil bedragen. Het Hof gaat uit van de van de bij deWOZ-beschikkingen vas
Artt. 22 en 25 Wet WOZ (tekst 2003); art. 18a AWR. Herstel foute objectafbakening.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068. Art. 7:1a Awb. Prorogatie toegestaan uit overwegingen van proceseconomie hoewel niet aan alle [wettelijke] voorwaarden is voldaan.
Beslissing overeenkomstig HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166, LJN BP3068.
navorderingsaanslag; Voor de vraag of een nieuw feit aanwezig is, is slechts van belang of de bevoegde inspecteur of een persoon voor wiens handelen hij verantwoordelijk is, met dat feit bekend was of redelijkerwijs kon zijn. Verlengde navorderingstermijn; Ingevolge artikel 16, v
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4, 6:2, letter b, en 6:12, lid 1 (tekst tot 1 oktober 2009) Awb. Vergoeding van heffingsrente wegens handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zelfde beslissing als in HR 28 oktober 2011, nr. 10/02166.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel. Art. 6:2, letter b Awb. Bezwaar mog
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
Art. 28, lid 5 IW 1990. Belastingaanslag is ook in meer dan één termijn invorderbaar indien die aanslag met het oog op de betalingskorting in één keer wordt betaald.
Art. 13, 30j en 65 AWR. Art. 3:4 Awb. Opleggen van een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag is mogelijk. Keuze is aan inspecteur. Rentenadeel dat door deze keuze ontstaat moet worden vergoed op grond van het evenredigheidsbeginsel.
WOZ. Gemeente maakt waardevaststelling opslagunits niet aannemelijk.
Let op: met partijen is afgesproken deze uitspraak niet te anonimiseren. In geschil is of de heffingsambtenaar bevoegd is de navorderingsaanslagen op te leggen. Volgens belanghebbende is dit niet het geval omdat de eerder opgelegde waardebeschikkingen en aanslagen nog rechtskrac
1) Aanslagtermijn verlengd met het door accountant in kader van de Beconregeling verzochte uitstel. Schijn van volmacht. 2) Bewijslast aftrekbare kosten
Terugvordering voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting is niet in strijd met zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.