Art. 5 AWR. Art. 11, lid 3, AWR. Art. 3:41 Awb. Aanslag binnen driejaarstermijn vastgesteld in geautomatiseerd systeem Belastingdienst, maar bewijs van verzending ontbreekt. Herijking van criteria voor inachtneming van de aanslagtermijn. Aanslag vernietigd.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 11 AWR
Genoemd in 265 uitspraken · Officiële wettekst
265 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verliesverrekening: wijziging van ‘uiteindelijk belang’ ex art. 20a Wet Vpb? Afstand van beroep op overschrijding van de aanslagtermijn. Was die termijn verstreken toen de inspecteur door de belanghebbende te tekenen verklaring opstelde? Was uitstel verleend voor het doen van de
Art. 16, lid 1, AWR; opleggen primitieve aanslag tegen het einde van de aanslagtermijn tijdens een lopend onderzoek; behoorlijke en voortvarende taakuitoefening; ambtelijk verzuim.
Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending
Artikelen 6 en 16, lid 1, AWR; Uitnodigen tot het doen van aangifte na de aanslagtermijn; Beoordelingstijdstip kwade trouw bij navordering.
Art. 15.33 Wet milieubeheer; Verordening afvalstoffenheffing 2013 gemeente Rijnwaarden. Na intrekking Verordening zonder overgangsrecht kunnen geen aanslagen meer worden opgelegd met toepassing van die Verordening.
Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening.
Vpb. Dividendstripping. Hoewel eiseres wel opbrengstgerechtigde was (art 25 lid 1 Vpb), kan zij niet als uiteindelijk gerechtigde van de op de aandelen uitgekeerde dividenden worden beschouwd. Geen verrekening van dividendbelasting ogv art 25 lid 2 Vpb. Eiseres is een inmiddels o
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo
Heffingen, strijd met rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel
Artt. 22 en 25 Wet WOZ (tekst 2003); art. 18a AWR. Herstel foute objectafbakening.
Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de (navorderings)aanslagen Vpb 2013 en 2015 tijdig en op de voorgeschreven wijze zijn bekengemaakt. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt. Het Hof zal daarom alle jaren (2012 tot en met 2015) inhoudelijk beoordelen. Inhoudelijk is
Aan belanghebbende is een aanslag schenkbelasting opgelegd in verband met de schenking van alle aandelen in een vennootschap. De schenker bezat middellijk 49% van alle aandelen in een concern. Het concern had twee activiteiten, nl. ‘Horen’ en ‘Zien’. Door een herstructurering van
Vennootschapsbelasting. Art. 20b Wet Vpb 1969. Een verliesvaststellingsbeschikking die buiten de termijn van art. 11, lid 3, AWR is gegeven blijft in stand.
Artikel 11, lid 3, AWR. Aanslagtermijn is van overeenkomstige toepassing.Trefwoorden: Artikel 15 AWR. Verrekening voorlopige aanslag. Conversie aanslag opgelegd aan niet belastingplichtige in beschikking ex artikel 15 AWR.
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo
Aanslagen vennootschapsbelasting met verzuimboetes. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de aanslagen 2011 tot en met 2016 op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. In dat geval is niet in geschil dat het bezwaar tegen die aanslagen niet binnen de bezwaartermijn is inge
Inkomstenbelasting. Bestuursprocesrecht. Art. 5, lid 1, en 11, lid 3, AWR; art. 4.16, lid 1, sub h, en 4.46, lid 2, Wet IB 2001; art. 2 en 9 en Slotprotocol ad art. 2 en 9 bij Verdrag Nederland-Zwitserland 1951. Tijdstip van opleggen aanslag indien deze pas na de dagtekening van
Aanslagen 2016 en 2017 precariobelasting. Het Hof beslist dat de aanslag 2016 niet in stand kan blijven aangezien deze niet tijdig is vastgesteld. De aanslag 2017 moet worden verminderd; het is de gemeente namelijk niet toegestaan om op basis van overgangsrecht na 30 juni 2017 pr
Op basis van gegevens verstrekt door de Belgische Bijzondere belastinginspectie is in maart 2007 binnen de Belastingdienst het project Bank Zonder Naam van start gegaan. Belanghebbende is op basis van de ontvangen gegevens door de Inspecteur geïdentificeerd als rekeninghouder van
-
Vooroverleg; ambtshalve aanslag; is de Inspecteur bevoegd tot navordering op grond van kenbare fout (art. 16(2)(c) AWR) of kwade trouw (art. 16(1) AWR)? De aanleiding voor deze zaak is de opmerkelijke manier waarop de primitieve aanslag tot stand gekomen is. Belanghebbende had ee
IB/PVV en ZVW 2014 tot en met 2017. Het hof oordeelt dat de inspecteur niet beschikt over een nieuw feit. Het hof acht belanghebbende te kwader trouw als gevolg waarvan de inspecteur over de jaren 2015 en 2016 heeft mogen navorderen. Belanghebbende heeft in 2015 tot en met 2017 a
deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting