Art. 5 AWR. Art. 11, lid 3, AWR. Art. 3:41 Awb. Aanslag binnen driejaarstermijn vastgesteld in geautomatiseerd systeem Belastingdienst, maar bewijs van verzending ontbreekt. Herijking van criteria voor inachtneming van de aanslagtermijn. Aanslag vernietigd.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 11 AWR
Genoemd in 265 uitspraken · Officiële wettekst
265 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verliesverrekening: wijziging van ‘uiteindelijk belang’ ex art. 20a Wet Vpb? Afstand van beroep op overschrijding van de aanslagtermijn. Was die termijn verstreken toen de inspecteur door de belanghebbende te tekenen verklaring opstelde? Was uitstel verleend voor het doen van de
CONCLUSIE: Op woensdag 27 januari 2016 neemt staatsraad advocaat-generaal Keus een conclusie over het herzien van verstrekte voorschotten voor kinderopvangtoeslag of het definitief vaststellen van de toeslag in het nadeel van de aanvragers. In de Algemene wet inkomensafhankelijke
Art. 16, lid 1, AWR; opleggen primitieve aanslag tegen het einde van de aanslagtermijn tijdens een lopend onderzoek; behoorlijke en voortvarende taakuitoefening; ambtelijk verzuim.
Inkomenstenbelasting, Rijnvarendenovereenkomst, Basisverordening, Toepassingsverordening, artikelen 57 en 58 Wfsv, artikel 11, lid 1, AWR, heffing premie volksverzekeringen.
Art. 225 en 234 Gemeentewet. Art. 20 AWR. Art. 6 EVRM. Art. 120 Grondwet. Art. 3:4 Awb. Kostenverhaal bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Toetsingsmogelijkheden belastingrechter: kan de belastingrechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het kos
Procesrecht; art. 3:41 Awb; art. 11, lid 3, AWR; art. 8 Invorderingswet 1990; bekendmaking aanslag; niet tijdige ontvangst van aangetekend aan juiste adres verzonden aanslagbiljet niet te wijten aan belastingdienst ondanks eerder retourontvangen postzending
-
Artikelen 6 en 16, lid 1, AWR; Uitnodigen tot het doen van aangifte na de aanslagtermijn; Beoordelingstijdstip kwade trouw bij navordering.
Art. 15.33 Wet milieubeheer; Verordening afvalstoffenheffing 2013 gemeente Rijnwaarden. Na intrekking Verordening zonder overgangsrecht kunnen geen aanslagen meer worden opgelegd met toepassing van die Verordening.
Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na onjuiste objectafbakening.
Inkomenstenbelasting, Rijnvarendenovereenkomst, Basisverordening, Toepassingsverordening, heffing premie volksverzekeringen.
Vpb. Dividendstripping. Hoewel eiseres wel opbrengstgerechtigde was (art 25 lid 1 Vpb), kan zij niet als uiteindelijk gerechtigde van de op de aandelen uitgekeerde dividenden worden beschouwd. Geen verrekening van dividendbelasting ogv art 25 lid 2 Vpb. Eiseres is een inmiddels o
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
Bijlage bij de conclusies van 7 mei 2020 in de zaken met rolnummers 19/02988, 19/04698, 19/04835, 19/04609, 19/04564, 19/04565, 19/04566 en 19/04567 De volksverzekerings- en premiepositie van Nederlandse Rijnvarenden op Nederlandse schepen in dienst van elders in de EU gevestigde
Inkomenstenbelasting, Rijnvarendenverdrag, artikelen 57 en 58 Wfsv, artikel 11, lid 1, AWR, heffing premie volksverzekeringen.
Inkomenstenbelasting, Rijnvarendenverdrag, Rijnvarendenovereenkomst, Basisverordening, Toepassingsverordening, heffing premie volksverzekeringen, rechtsgrond voor verrekening met in andere staat betaalde premies?
In geschil is of: a. de Inspecteur dwangsommen heeft verbeurd, artikel 4:17 Awb; b. de aanslagen IB/PVV tijdig zijn opgelegd, artikel 11 lid 3 AWR; c. de hoorplicht is geschonden, artikel 7:2 Awb; d. de Inspecteur heeft gehandeld in strijd met het verbod van détournement de pouvo
Premieheffing Rijnvarende: (i) Is de inspecteur bevoegd premie te heffen zonder voorafgaand stelselaanwijsbesluit? (ii) mag de belastingrechter de premieplicht materieel toetsen? (iii) kan/moet de Inspecteur een regularisatieprocedure voeren met de niet-bevoegde lidstaat ter ontd
Heffingen, strijd met rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel
Artt. 22 en 25 Wet WOZ (tekst 2003); art. 18a AWR. Herstel foute objectafbakening.
Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de (navorderings)aanslagen Vpb 2013 en 2015 tijdig en op de voorgeschreven wijze zijn bekengemaakt. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt. Het Hof zal daarom alle jaren (2012 tot en met 2015) inhoudelijk beoordelen. Inhoudelijk is
Aan belanghebbende is een aanslag schenkbelasting opgelegd in verband met de schenking van alle aandelen in een vennootschap. De schenker bezat middellijk 49% van alle aandelen in een concern. Het concern had twee activiteiten, nl. ‘Horen’ en ‘Zien’. Door een herstructurering van
Vennootschapsbelasting. Art. 20b Wet Vpb 1969. Een verliesvaststellingsbeschikking die buiten de termijn van art. 11, lid 3, AWR is gegeven blijft in stand.
Bijlage bij de conclusies van 16 augustus 2016 in de zaken met nrs. 15/05826 (ECLI:NL:PHR:2016:853), 15/02068 (ECLI:NL:PHR:2016:884) en 15/02069 (ECLI:NL:PHR:2016:883).