Conclusie AG. Opzettelijk onjuiste omzetbelastingaangifte (art. 69(2) AWR)? Pleitbaar standpunt? Strekt het feit tot te lage heffing? Verkoop van multipurpose telefoonkaarten, gefingeerd aan Belgische afnemer met toepassing de verleggingsregeling, maar in werkelijkheid aan binne
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 10 AWR
Genoemd in 44 uitspraken · Officiële wettekst
44 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Rijnvarende. Rijnvarendenverdrag (Verdrag betreffende de sociale zekerheid van rijnvarenden; Trb. 1981, 43) en Verordening EEG nr. 1408/71. Art. 6 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 8 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 27e Algemene wet inzake rijksbelastingen. De
Belanghebbende is in de periode van 9 juni 2005 tot 11 maart 2010 bestuurder van [A] B.V. (hierna: [A]) geweest. Bij de start van deze onderneming in mei 2007 is de Belastingdienst verzocht om toekenning van een loonbelasting- en een omzetbelastingnummer. Het omzetbelastingnummer
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/06404 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2013, nr. 12/00174, ECLI:NL:GHAMS:2013:4256, FutD 2013/2955. Belanghebbende is
Art. 7.2 Wet IB 2001. Verdrag Nederland-Frankrijk. Belanghebbende woont in Frankrijk en is commissaris van een vennootschap, die activiteiten verricht met onroerende zaken. Een derde betaalt een bedrag van € 45.000. Dit bedrag is belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland
Interne compensatie (i) binnen de naheffingsaanslag en (ii) binnen de vergrijpboetegrondslag na een ter zitting gesloten compromis, met effect buiten de naheffingstermijn en daarmee buiten de boeteverjaringstermijn. Uitleg van dat compromis. Motiveringsgebrek. ‘Dezelfde gedraging
Belanghebbende heeft blijkens een tot de processtukken behorende ambtsedige verklaring van een hoofdagent van politie met een auto gereden waarvan het kenteken geschorst was. Vooraf en ambtshalve oordeelt het Hof eerst dat belanghebbende ontvankelijk is en dat het verzoek om uits
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Artikel 67c AWR. Ne bis in idem. Een of meer beboetbare feiten met betrekking tot één aangiftetijdvak.
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
Primair is in geschil of - zoals belanghebbende verdedigt doch de Inspecteur bestrijdt - de zeilarrangementen kunnen worden beschouwd als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening als bedoeld in post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) behorende t
Art. 67c AWR en 67f AWR. Verzuimboete gevolgd door vergrijpboete. Ne bis in idem.
Overdrachtsbelasting. Vergrijpboete. Door een aantal aandelentransacties in 2001 en 2002 verwerft eiseres een aanmerkelijk belang in een beursgenoteerd. Beroep ongegrond.
Eiseres is zich pas na afloop van de aangifte- en betalingstermijn bewust geworden van het feit dat zij teveel omzetbelasting heeft terugontvangen. Derhalve kan aan haar geen vergrijpboete wegens (voorwaardelijk) opzet worden opgelegd.
Belanghebbende, een fiscale eenheid (FE) voor de OB bestaande uit een BV en een dga, verzoekt na het verschijnen van het HvJ-arrest Charles en Charles-Tijmens om teruggaaf van voorbelasting begrepen in facturen voor de bouw van een woning. Deze woning is eigendom van de dga en zi
Vrijspraak terzake belastingfraude Wet BPM. Nu aan verdachte geen uitnodiging is gedaan tot het doen van aangifte maar direct een naheffingsaanslag is opgelegd, komt het hof niet tot bewezenverklaring van het, op art. 69 AWR toegesneden, ten laste gelegde. Verweren ter zake van o
Artikel 6:7 Awb; artikel 65 AWR; artikel 10 EG. Kan de belanghebbende die zich erop beroept dat in overeenstemming met een arrest van de Hoge Raad doch – blijkens latere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG – in strijd met gemeenschapsrecht een heffing is opgelegd, w
Te laat ingediende bezwaren door inspecteur terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep op de arresten C-188/95 (Fantask) en C-208/90 (Emmott) treft geen doel. Blijkens HR 23/1/2004, 38653, treft het beroep op de zaken C-397/98 en C-410/98 (Metallgesellschaft e.a.) evenmin doel.
Artikel 2c, lid 2, Wet op de accijns. Uitlegging art. 7-9 richtlijn 92/12. Koop op afstand van door een derde naar Nederland vervoerde wijn, bestemd voor eigen verbruik door een groep particulieren. Voorhanden hebben voor persoonlijk verbruik of voorhanden hebben voor commerciële