Gelet op het bepaalde in art. 53 lid 1 Wet op de accijns jo art. 8 lid 1 en art. 10 lid 1 AWR ontstaat de verplichting tot het doen van aangifte niet als gevolg van een uit de heffingswet voortvloeiende belastingschuld, maar door de uitreiking ex art. 6 lid 1 AWR van een aangifte
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Art. 10 AWR
Genoemd in 44 uitspraken · Officiële wettekst
44 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 67e AWR. Spontane aangifte. Verhouding tot HR BNB 2022/141. Staat aan opleggen vergrijpboete bij navorderingsaanslag in de weg dat de belastingplichtige niet op de voorgeschreven wijze is uitgenodigd tot het doen van aangifte?
Conclusie plv. AG. Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, art. 69 AWR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:86. Middel 1: bewijsklachten feit 1. Volgt uit de bewijsvoering dat 'opzettelijk' geen aangifte is gedaan en is sprake van een 'bij d
Belanghebbende heeft geen aangifte omzetbelasting gedaan omdat zij het aangiftebiljet nimmer heeft ontvangen. Op grond van artikel 6, lid 4 ALL in samenhang met artikel 6, lid 1 ALL ontstaat de aangifteplicht pas wanneer de Inspecteur de vermoedelijk belastingplichtige daartoe he
Wijziging tenlastelegging. Art. 313.2 Sv. Verdachte werd eerst vervolgd voor het doen van een onjuiste belastingaangifte. Nadat in de belastingzaak was vastgesteld dat verdachte geen aangifte (i.p.v. een onjuiste aangifte) had gedaan vorderde de AG wijziging van de t.l.l. die doo
Conclusie AG. Opzettelijk niet binnen de gestelde termijn doen van aangiften van de inkomstenbelasting en de belasting op bedrijfsomzetten door een politicus in Sint Maarten. Geklaagd wordt onder meer over de verwerping van het beroep op de inkeerbepaling (art. 49.3 ALL). Tevens
Belanghebbende was eigenaar van een personenauto van het merk Daihatsu. Ten behoeve van de voldoening van parkeerbelasting van de gemeente Amsterdam met haar mobiele telefoon, heeft zij de Daihatsu laten registreren bij Parkmobile. Via Parkmobile biedt de gemeente parkeerders de
Art. 2f van de Wet op de accijns. Art. 52 AWR. Art. 34 Wet OB. Belanghebbende is betrapt met onveraccijnsde sigaretten. De Inspecteur heeft geen aangiftebiljetten uitgereikt, zodat belanghebbende niet verplicht was aangifte te doen. Sanctie van de omkering en de verzwaring van de
Belanghebbende levert sinds de ingebruikname, op 1 september 2012, van zijn zonne-energie-installatie, een deel van de met die installatie opgewekte elektriciteit tegen vergoeding aan de energiemaatschappij. Ter zake van deze leveringen is belanghebbende ondernemer in de zin van
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van bij de belastingwet voorziene aangiften vennootschapsbelasting (feit 1) en inkomstenbelasting (feit 2) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 3). Acht middelen. M1 en M4 zijn gericht tegen bwv feit 1. M1 slaagt
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zes middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van getui
Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zeven middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van get
Fiscale fraude. Wet op de accijns. Een persoon die belasting verschuldigd is, maar die niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is niet verplicht aangifte voor een belasting te doen en pleegt niet het strafbare feit van het niet doen van aangifte. Die belastingplichtige die
Dividendbelasting. Gebondenheid aan vaststellingsovereenkomst.
Rijnvarende. Rijnvarendenverdrag (Verdrag betreffende de sociale zekerheid van rijnvarenden; Trb. 1981, 43) en Verordening EEG nr. 1408/71. Art. 6 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 8 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 27e Algemene wet inzake rijksbelastingen. De
Belanghebbende is in de periode van 9 juni 2005 tot 11 maart 2010 bestuurder van [A] B.V. (hierna: [A]) geweest. Bij de start van deze onderneming in mei 2007 is de Belastingdienst verzocht om toekenning van een loonbelasting- en een omzetbelastingnummer. Het omzetbelastingnummer
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/06404 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 28 november 2013, nr. 12/00174, ECLI:NL:GHAMS:2013:4256, FutD 2013/2955. Belanghebbende is
Art. 7.2 Wet IB 2001. Verdrag Nederland-Frankrijk. Belanghebbende woont in Frankrijk en is commissaris van een vennootschap, die activiteiten verricht met onroerende zaken. Een derde betaalt een bedrag van € 45.000. Dit bedrag is belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland
Belanghebbende heeft blijkens een tot de processtukken behorende ambtsedige verklaring van een hoofdagent van politie met een auto gereden waarvan het kenteken geschorst was. Vooraf en ambtshalve oordeelt het Hof eerst dat belanghebbende ontvankelijk is en dat het verzoek om uits
Art. 20 Awr. Buiten de reguliere aangifte om betaalde omzetbelasting kan niet worden nageheven.
Vrijspraak terzake belastingfraude Wet BPM. Nu aan verdachte geen uitnodiging is gedaan tot het doen van aangifte maar direct een naheffingsaanslag is opgelegd, komt het hof niet tot bewezenverklaring van het, op art. 69 AWR toegesneden, ten laste gelegde. Verweren ter zake van o