Conclusie PG: Feiten: De belanghebbende is inwoonster van België en heeft Nederlands dividend genoten waarop Nederlandse dividendbelasting is ingehouden. Die bronheffing is € 527 hoger dan het bedrag dat van een vergelijkbare inwoner in de inkomstenbelasting (box 3) over het desb
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:77 Awb
Genoemd in 192 uitspraken · Officiële wettekst
192 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
CONCLUSIE PG Op 20 november 2003 is de vader van belanghebbenden overleden. Belanghebbenden zijn de erfgenamen in de nalatenschap van hun vader, ieder voor een vierde gedeelte. Tot de nalatenschap behoorde een Chinese pot, een zogeheten Guan Yuan. Belanghebbenden hebben in de aan
Art. 3, lid 1, letter b, Wet BRV. Art. 2, lid 6, AWR. Geregistreerd partnerschap voor de duur van één dag. Beroep op vrijstelling voor de heffing van overdrachtsbelasting van verdeling van de tot de gemeenschap van goederen behorende onroerende zaken. Wetsontduiking. Fraus legis.
Art. 3, lid 1, letter b, Wet BRV. Art. 2, lid 6, AWR. Geregistreerd partnerschap voor de duur van één dag. Beroep op vrijstelling voor de heffing van overdrachtsbelasting van verdeling van de tot de gemeenschap van goederen behorende onroerende zaken. Wetsontduiking. Fraus legis.
CONCLUSIE PG Kapitaalverkeer met derde landen; dividendbelasting ingehouden op beleggingsdividenden uitgekeerd aan Zwitsers vrijgesteld pensioenfonds; mag voor teruggaaf de voorwaarde gesteld worden van administratieve bijstand door de betrokken niet-EU-lidstaat? Feiten: In 2005
Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 2 en 3; liggen aan geldlening in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag? Art. 43 EG / 49 VwEU; art. 10a niet in strijd met vrijheid van vestiging.
Douanerechten; Postonderverdelingen 8102 94 00 en 8102 97 00 van de GN; Tariefindeling van molybdeen; ruw molybdeen of resten en afvallen?
Omzetbelasting; fiscale eenheid. art. 4, lid 4, Zesde richtlijn; Unierechtelijke beginselen; art. 3, lid 3, letter a en c, en art. 7, lid 4, Wet OB; fiscale eenheid; art. 20 AWR. Gevolgen arrest HvJ 17 oktober 2007, Van der Steen, C-355/06, BNB 2008/52; HR handhaaft niet langer z
Omzetbelasting; art. 4, lid 4, Zesde richtlijn; Unierechtelijke beginselen; art. 3, lid 3, letter c, en art. 7, lid 4, Wet OB; fiscale eenheid. Gevolgen arrest HvJ 17 oktober 2007, Van der Steen, C-355/06, BNB 2008/52; HR handhaaft niet langer zijn rechtsopvatting van het arrest
Conclusie PG: Belanghebbende verricht een tweetal diensten, in de procedure aangeduid als respectievelijk A-dienst en B-dienst, aan hypotheekverstrekkers. Met belanghebbende wordt in deze conclusie gedoeld op een vennootschap die achtereenvolgens deel uitmaakt van de twee fiscale
Vennootschapsbelasting. Art. 3.25 Wet IB jo art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969. Afwaardering vordering op dochtervennootschap. Aandeelhouderschap vloeit voort uit verstrekking geldlening. Geen onzakelijke lening.
Art. 37 Wfsv. Uniforme WAO-premie gebaseerd op verbindende Besluiten. Art. 8:77 Awb. Beroep ten onrechte opgevat als gericht tegen algemeen verbindende voorschriften als zodanig.
Inkomstenbelasting. Artikelen 3.25 en 3.30 Wet IB 2001. Winstneming entreegelden golfverenigigng; afschrijving op (investeringen op/in) in erfpacht verkregen grond.
KB-Lux. Aanvaardbaarheid modelmatige berekening van vermogen. Omkering van de bewijslast. Bewijslast beboetbaar feit: waarborgen EVRM. Boete passend en geboden? Toelaatbaarheid na tussenuitspraak ingebrachte stukken? Goede procesorde.
KB-Lux. Aanvaardbaarheid modelmatige berekening van inkomsten uit vermogen. Omkering van de bewijslast. Bewijslast beboetbaar feit: waarborgen EVRM. Boete passend en geboden?
Art. 15, aanhef en letter h, Wet BRV; art. 5b, lid 5, Uitvoeringsbesluit BRV (tekst tot 2008); art. 63 AWR. Internereorganisatievrijstelling overdrachtsbelasting. Geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt door resolutie waarin ten aanzien van andere gevallen toepassing hardheidsclau
Art. 5.3, lid 3, Wet IB 2001. Schuld van werknemer aan werkgever wegens verhaal van nageheven loonbelasting is niet aftrekbare belastingschuld voor box 3.
Vennootschapsbelasting. Art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969, art. 3.25 Wet IB 2001. Geen vorming passiefpost voor kosten waarvan vaststaat of zo goed als zeker is dat deze nooit zullen worden betaald. Waardering onderhanden werk in geval van wanprestatie.
Dividendbelasting. Art. 4 Wet Divb 1965, art. 11, lid 3, BRK, art. 43 en 56 EG, art. 47 LGO-besluit. Onthouden van toepassing inhoudingsvrijstelling op dividenduitkering aan vennootschap gevestigd in de Nederlandse Antillen in strijd met EG-recht?
Vennootschapsbelasting, tariefsverlaging 2002, vennootschapsbelastingplichtigen met gebroken boekjaar gediscrimineerd wegens ontbreken van een regeling die voorziet in toepassing verlaagd tarief naar tijdsgelang?
Conclusie PG: A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 09/00252 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 december 2008, nr. 05/00166. In deze conclusie gaat het ten eerste om
Douanerechten; artikel 220, lid 2, letter b, van het CDW; certificaat van oorsprong voor boter ongeldig verklaard door de douaneautoriteiten in Estland vanwege het niet-bewaren van originele documenten door de exporteur; vergissing van de douaneautoriteiten in Estland? Bewijslast
Art. 2, lid 2, Wet BRV. Verkrijging van economische eigendom bij overeenkomst onder voorwaarde?
Artikel 13b Wet Vpb 1969 (oud). Omzetting van een onvolwaardige regresvordering uit borgstelling in informeel kapitaal. Is regresvordering afgewaardeerd ten laste van de in Nederland belastbare winst?
Goed koopmansgebruik; winstneming bij een koop-/aannemingsovereenkomst; residuele waarderingsmethode