Vrijheid van kapitaalverkeer; art. 56 EG (thans art. 63 VWEU). Dividendbelasting, art. 10(2) Wet DB 1965 (tekst tot 1 januari 2008); art. 28 Wet Vpb 1969. Vervolg op Köln-Aktienfonds Deka en ECLI:NL:HR:2020:1674. Voorwaarde van vervangende betaling: betaling aan Nederland? Betali
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:77 Awb
Genoemd in 192 uitspraken · Officiële wettekst
192 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Wet Woz. Schending beginsel van hoor en wederhoor door de rechtbank en onduidelijkheid over wie voorzitter van de meervoudige kamer van de rechtbank was leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Finale geschilbeslechting. Waardevaststelling woning. Vergoedingen v
Schending van artikel 1 EP op regelniveau? individuele excessieve last? Belanghebbende woont in Noorwegen en beschikt onder andere over een woning in Nederland die hij gebruikt als hij in Nederland verblijft. De woning wordt niet verhuurd. In geschil is of de heffing over 4% van
Mededingingswet
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een belanghebbende in de bezwaarfase recht heeft op toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Eisen te stellen aan een verzoek om te worden gehoord. Het gaat om het beroep in cassatie van belanghebbende tegen d
-
Teruggaaf van dividendbelasting ex art. 10 Wet Divbel aan een Schotse trust, in het VK onderworpen maar zonder rechtspersoonlijkheid, die Nederlands dividend geniet? Opbrengstgerechtigd of transparant? Niet-belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting? EU-vrijheid van kapitaa
Wet Woz. Waardevaststelling woning. Rioolheffing. Opbrengstlimiet.
Deelnemingsdividenduitkering aan Zuid-Afrikaanse moeder; activering van de meestbegunstigdeclausule in het belastingverdrag NL-ZA doordat ZA ná heronderhandeling met Nederland (van 0% bronheffing naar 5% bronheffing in ruil voor concessies aan Nederland) ook met Zweden heronderha
vergunning voor het aanbieden van beleggingsobjecten; vergelijking met de zaak Borderline; begrip effect; begrip beleggingsobjecten; aanbieden; belang om geoordeeld te krijgen dat al dan niet sprake is van beleggingsobjecten; informatief karakter van een passage uit het bestreden
Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:572 Weigering Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting wegens misbruik; art. 4(3)(c) Wet DivB, 'objectieve' en 'subjectieve' toets; wegdenkcriterium; kunstmatige constructie? Bewijslastverdeling; Strijd met unierecht? Feiten: De belang
Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:572 Weigering Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting wegens misbruik; art. 4(3)(c) Wet DivB, 'objectieve' en 'subjectieve' toets; wegdenkcriterium; kunstmatige constructie? Bewijslastverdeling; Strijd met unierecht? Feiten: De belang
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de grootouders van belanghebbende in een Liechtensteinse Stiftung afgezonderde vermogen, moet worden aangemerkt als discretionair vermogen, zodat een schenking door de Stiftung uit dat vermogen aan de kleinkinderen, m
Feiten: [X1] is bestuurder van een stichting die enig aandeelhoudster en bestuurster is van [X2] BV en hij houdt 75% van de certificaten van aandelen [X2] BV. [X2] BV was de enige aandeelhoudster in [B] BV (de belastingschuldige). De belanghebbenden zijn beiden door de ontvanger
Verlaagd tarief voor verkrijging van woningen; als tandartspraktijk gebruikt rijtjeshuis; “naar zijn aard bestemd voor bewoning”; doel en objectief effect van eventueel later bouwkundig ingrijpen; relevantie feitelijk gebruik; doorstroming op de woningmarkt; publiekrechtelijke be
Belanghebbende bezit kansspelautomaten. Zij stelt deze automaten op basis van exploitatieovereenkomsten ter beschikking aan horecaondernemers. Belanghebbendes dochtermaatschappijen exploiteren kansspelautomaten in amusementscentra. Tot 1 juli 2008 was belanghebbende omzetbelastin
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
Belanghebbende en haar echtgenoot zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Zij wonen samen in de echtelijke woning te [Z]. De woning staat als eigendom geregistreerd op naam van de echtgenoot. Van de kant van de Heffingsambtenaar is aan de echtgenoot van belanghebbende op 29 febr
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag in hoeverre de waarde van verkregen aandelen toerekenbaar is aan een vastgoed onderneming, voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956. Het gaat om het beroep in cassatie van [X1], belanghebbende, en
Tabakswet
Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:442 Inwoner van Frankrijk met Nederlands pensioen waarover Frankrijk deels het heffingsrecht heeft: (i) kwalificerende buitenlandse belastingplichtige ex art. 7.8(8) Wet IB 2001 jo. art. 21bis(1) UBIB 2001? (ii) EU-Schumacker-doctrine;
In geschil is of het Hof tot het verwerpen van de administratie kon oordelen, indien de Inspecteur geen informatiebeschikking heeft vastgesteld. Tevens is in geschil of belanghebbenden de vereiste aangiften hebben gedaan en of de Inspecteur bij het vaststellen van de (navordering
Met ingang van 1 juli 2008 zijn (opbrengsten uit) kansspelautomaten overgeheveld van de omzetbelasting (destijds 19%) naar de kansspelbelasting (29%). Belanghebbende in deze zaak is een ondernemer wiens bedrijfsactiviteiten onder meer daarin bestaan dat zij bij haar in eigendom z
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of het door de ouders van belanghebbende in een Liechtensteinse Stiftung afgezonderde vermogen, moet worden aangemerkt als discretionair vermogen, zodat dit na overlijden van de moeder moet worden toegerekend aan belanghebbende,
art. 3.111, lid 2, art. 3.119, lid 1, letter a, art. 3.119aa, lid 4, art. 3.120 lid 1, letter a, Wet IB 2001. Renteaftrek. Geldlening aangegaan voor eigen woning die meer dan drie jaar te koop staat. Lening toe te rekenen aan verbouwingskosten nieuwe woning die met eigen vermogen