A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de ontvankelijkheid van de bezwaren van belanghebbende tegen de hoogte van de terzake van teruggaaf van BPM te vergoeden rentebedragen en over de vraag of de Nederlandse heffings- en belastingrenteregelingen voldoen aan het Unierechtelijk
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:76 Awb
Genoemd in 9 uitspraken · Officiële wettekst
9 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Beroepsaansprakelijkheid advocaat jegens processuele wederpartij van cliënt in verband met leggen van beslag en voeren van procedure.
onrechtmatig procederen.
Reclamebelasting. Objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de beperking van het heffingsgebied?
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen loonheffingen en verzuimboeten opgelegd. In geschil is of belanghebbende de af te dragen bedragen kon verrekenen met vorderingen op de Staat uit hoofde van eerdere bij rechterlijke uitspraken aan belanghebbende toegekende vergoedingen v
Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen loonheffingen en verzuimboeten opgelegd. In geschil is of belanghebbende de af te dragen bedragen kon verrekenen met vorderingen op de Staat uit hoofde van bij eerdere rechterlijke uitspraken aan belanghebbende, B bv en C bv toegekende
Er is reden af te wijken van de standaardtermijnen en wel in die zin dat de redelijke behandelingsduur voor de bezwaarfase in het onderhavige geval wordt gesteld op anderhalf jaar en voor de behandeling in de beroepsfase op tweeëneenhalf jaar. Het Hof wijst het verzoek tot vergoe
In geschil is of belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld voor de omzetbelastingschulden van de fiscale eenheid. Het in artikel 43 IW in verbinding met artikel 7, vierde lid Wet OB opgenomen vereiste impliceert dat de beschikking fiscale eenheid niet alleen dient te zijn a
A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/05798 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende en dat van de Staatssecretaris van Financiën inzake de uitspraak van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 7 november 2012, nr. 08/0026 en 08/00271.