Het dossier bevat aanknopingspunten voor het bestaan van gezinsleven tussen verzoeker en zijn partner en hun twee kinderen en geeft voorts ervan blijk dat verweerder daarvan in een eerdere periode ook is uitgegaan. Verzoeker heeft vanaf 1997 meerdere aanvragen ingediend voor verb
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:75 Awb
Genoemd in 5.679 uitspraken · Officiële wettekst
5.679 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Dublin-zaak. Italië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Kwetsbare persoon. Vragen president van het EHRM in interim measure aan Italië. De door verweerder aangehaalde uitspraken van de Afdeling van 5 september 2012 en 13 november 2012, waarbij de door de president van het EHRM o
De Rb. stelt vast dat eiser voorafgaand aan het inreisverbod niet is gehoord over de uitvaardiging van dat verbod noch over de duur daarvan. De Rb. kan deswege niet vaststellen of eiser kenbaar heeft gemaakt dat al dan niet sprake is van humanitaire of andere redenen welke aanlei
In geschil is of verweerder terecht de aan eiser verleende verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft verleend met ingang van 26 september 2011 en niet met ingang van 12 september 2011, de dag nadat de geldigheidsduur van de verleende vergunning voor bepaalde tijd eindigt. Ei
Verweerder heeft op het voorblad van de verslagen van de gehoren vermeld dat geen tolken Somalisch met een registervermelding beschikbaar zijn. Op het voorblad van het rapport van eerste gehoor is na de naam van de betreffende tolk, op de plaats waar vermeld kan worden of sprake
Tussen partijen is niet in geschil dat eiser Hazara en sjiiet is en afkomstig is uit de provincie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden het standpunt ingenomen dat in Afghanistan en in provincie in het bijzonder, ten tijde van het bestreden besluit
Eiseres heeft bij haar aanvraag in 2005 een ongehuwdverklaring overgelegd, terwijl eiseres op dat moment niet ongehuwd was. De vraag is of daarmee sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens, dat ten tijde van de intrekking van de verleende verblijfsvergunning aan eiseres
gegrond, schending hoorplicht; verblijfsvergunning ivm studie ten onrechte ingetrokken Samenvatting: Verweerder heeft het bezwaar van eiser niet zonder nader onderzoek kennelijk ongegrond kunnen verklaren. Gelet daarop, is de hoorplicht neergelegd in artikel 7:2 Awb geschonden. N
Inreisverbod voor de duur van tien jaar Verweerder heeft eiser niet mondeling gehoord alvorens een inreisverbod uit te vaardigen en uit het bestreden besluit blijkt niet noch is daar uit af te leiden waarom verweerder hiervan heeft afgezien en op welke wijze door verweerder dan i
Eiser heeft een beroep gedaan op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 22 augustus 2012 (LJN: BX5580). De Rb. stelt vast dat in het onderhavige geval de bewaring is opgelegd na 1 oktober 2012, te weten op 5 oktober 2012,
Voorts meent eiseres dat sprake is van een verslechtering van de veiligheidssituatie in Sri Lanka voor Tamils en dat familieleden van LTTE leden een risico lopen op schending van artikel 3 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ter
In het besluit op bezwaar van 20 april 2012 inzake de ongewenstverklaring heeft verweerder overwogen dat is gebleken dat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft en dat verzoeker Nederland uit eigen beweging dient te verlaten en dat deze kennisgeving een terugkeerbesluit
In geschil is of ten aanzien van eiser sprake is van ‘personal participation’, in die zin dat eiser een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft gefaciliteerd, dat wil zeggen dat zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan h
Voor wat betreft de aan eiser tegengeworpen tegenstrijdige verklaring van referente omtrent het hebben van contact met eiser, te weten dat zij tijdens het eerste gehoor heeft verklaard dat zij nog steeds contact heeft met eiser terwijl zij tijdens het nader gehoor heeft verklaard
Het Hof stelt de WOZ-waarden in goede justitie vast en kent aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toe tot de in rekening gebrachte factuurbedragen van de taxateur (met een tarief van € 65 p/u) en van de adviseur (met een tarief van € 70 p/u).
Gebleken is dat eiser reeds bij aanvang van de inbewaringstelling een originele Chinese identiteitskaart heeft overgelegd. Voorts heeft eiser zijn medewerking verleend aan het invullen en ondertekenen van de aanvraag voor een (LP). Deze aanvraag is vervolgens op 12 april 2012 doo
Verweerder heeft, onder verwijzing naar het ambtsbericht, gesteld dat eiser bescherming had kunnen inroepen van de (hogere) autoriteiten. Hieruit blijkt dat eiser zich tot hogere instanties kan wenden, alsmede de Ombudsman en het EHRM, aldus verweerder. De rechtbank volgt verweer
Asiel; 1(F); beroep op 3 EVRM; beroep op 8 EVRM Eiser verblijft meer dan tien jaar in Nederland en door verweerder wordt aangenomen dat artikel 3 EVRM zich duurzaam tegen zijn uitzetting verzet. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 10 augustus 201
Nu verweerder in het bestreden besluit alleen heeft bezien of verzoekster behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep als bedoeld in het beleid en of verzoekster louter door haar aanwezigheid te vrezen heeft voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terugkeer, heeft ve
Vergoeding taxatiekosten aan belanghebbende.
Vergoeding taxatiekosten aan belanghebbende.
COA, opvang, zeer bijzondere omstandigheden De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder verzoekers per 1 januari 2010 opvang heeft verleend zonder dat daarvoor een grondslag in de Regeling verstrekking asielzoekers bestond. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat de o
8 EVRM en mvv-vereiste De voorzieningenrechter gaat er van uit, vanwege de verwijzing door verweerder naar artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, dat sprake is van een (sterk) vermoeden van een objectieve belemmering om het gezinsleven in ieder geval in Azerbeidzjan uit t
Registratie Bedrijfschap Afbouw
Uit de overwegingen van het Hof volgt dat artikel 13 van de Schengengrenscode niet alleen van toepassing is indien verblijf van korte duur wordt beoogd, maar van toepassing is op alle onderdanen van derde landen die een lidstaat wensen binnen te komen door een buitengrens van de