geloofwaardig bevonden asielrelaas, verkorte vertrektermijn, inreisverbod voor de duur van vijf jaar, zowel verkorte vertrektermijn als oplegging en duur inreisverbod onvoldoende gemotiveerd. Verweerder heeft de vertrektermijn verkort aangezien hij eiseres een gevaar voor de open
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:75 Awb
Genoemd in 5.679 uitspraken · Officiële wettekst
5.679 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
beëindiging verblijf als Unieburger wegens openbare orde en ongewenstverklaring. Richtlijn 2004/38 De rechtbank stelt vast dat verweerder noch in het bestreden besluit, noch ter zitting beoordeeld heeft of sprake is van een duurzaam verblijfsrecht, dat op grond van artikel 28, tw
Intrekking verblijfsvergunning asiel. Afwijzing verzoek om verlenging van deze verblijfsvergunning. Ongewenstverklaring. Beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel van eiser en tegen een afzonderlijk besluit op bezwaar inhoudende een ongewenstverklaring. Eiser is
De Afdeling heeft in een uitspraak van 22 juni 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BN2265), ten aanzien van het betoog van de vreemdeling in die zaak dat de staatssecretaris ten onrechte niet de glijdende schaal van artikel 3.86 Vb heeft toegepast zoals dat luidde ten tijde van de inbreuk op
Afwijzing aanvraag tewerkstellingsvergunning in de functie van souschef Chinese keuken. Beroep is gegrond omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat voor de functie souschef prioriteitgenietend aanbod beschikbaar is op de arbeidsmarkt. Verweerders redenering en zijn onder
Aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het doel “niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond van de definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen”. Suriname. Onderscheid tussen kinderen met een asielachtergrond en kinderen met een reguliere achtergrond. Verzo
Intrekking verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en inreisverbod voor de duur van tien jaar, bij een verblijfsduur van meer dan tien jaar, artikel 3.86, tiende lid, Vb Verzoeker doet een beroep op artikel 3.86, tiende lid Vb. Verzoeker heeft een lange verblijfsduur (mee
Verweerder heeft de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot datum verlening, omdat eiseres er van wordt verdacht valse aangifte van mensenhandel te hebben gedaan. Verweerder benadrukt daarbij dat eiseres is gedagvaard wegens het doen van valse aangifte en dat
De rechtbank vernietigt het terugkeerbesluit omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vertrektermijn is verkort naar nul dagen. Hoewel verweerder kan worden gevolgd in zijn standpunt dat uit de opheffing van de bewaring niet zonder meer volgt dat aan eiser geen te
Turkse zelfstandige, Inreisverbod Niet in geschil is dat Besluit 1/80 niet van toepassing is, aangezien verzoeker geen verblijf beoogt als werknemer, zodat daarin geen grond is gelegen tot opheffing van het inreisverbod. Uit artikel 6.5, tweede lid, aanhef en onder g, Vb in samen
vliegvelden
perceelsoppervlakte, onderzoek ter plaatse
Kinderpardon. In geschil is de vraag of er sprake is van onttrekking aan het toezicht en of kinderen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het handelen of nalaten van de ouders in het licht van de international regelingen zoals het IVRK. Toewijzing van de voorlopige voorzi
Voorlopige voorziening hangende bezwaar. Visum voor kort verblijf. Verweerder heeft zich in redelijkheid niet op het standpunt kunnen stellen dat verzoeker het doel van zijn reis niet aannemelijk heeft gemaakt en dat redelijke twijfel bestaat over zijn voornemen om tijdig terug t
intrekking verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij partner. Inreisverbod voor 10 jaar. Belang beroep tegen intrekking. Eiser heeft, zolang het uitgevaardigde inreisverbod voortduurt, geen belang bij de beoordeling van zijn beroep tegen de intrekking van de aan hem verleend
Visum kort verblijf voor moeder van een minderjarig Nederlands kind (eiseres) met wie zij samen in Marokko verblijft. De vader is uit beeld en het kind komt volledig ten laste van de moeder. Eiseres heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd met als doel om zich met haar Nede
kinderpardon, criterium “uit beeld zijn” en IVRK. Tussen partijen is in geschil of verzoekers zich aan het toezicht hebben onttrokken dan wel uit beeld zijn geweest gedurende een periode van vijf maanden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verweerder niet heeft bestreden da
Terugkeerbesluit en inreisverbod uitgereikt op Schiphol op het moment dat de vreemdeling vrijwillig wilde vertrekken In de door verweerder aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2013, heeft de Afdeling –kortweg- geoordeeld dat er in het geval de vreemdeling zich op het m
Herhaalde asielaanvraag Niet op voorhand is uitgesloten dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft. Verzoek toegewezen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de omstandigheid dat ten aanzien van verzoekers echtgenote een interim measure is getroffen omdat,
In de uitspraak van de Afdeling van 21 december 2012, die ziet op de zaak van eiser, is overwogen dat het vernietigde besluit van 9 november 2011 (waarin de ongewenstverklaring is gehandhaafd) is genomen in strijd met artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Ten tijde v
gegrond, deskundige, resistentietesten HIV-patienten, BMA-advies, hoorplicht Eiseres heeft in beroep gewezen op een drietal uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 20 juni 2013 en 24 juni 2013 (AWB 12/798, AWB 12/326 en AWB 12/17661) en gesteld dat die uitspr
Kern: De Visumcode bevat thans de wettelijke grondslag voor het verlenen van visa voor kort verblijf. De werking van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is op grond van het overgangsrecht daarom niet opgeschort ten aanzien van visa voor kort verblijf. Verweerder h
Kern: bezwaar tegen feitelijke uitzetting, reeds uitgezet, procesbelang, limitatieve opsomming artikel 6:6 Awb. Samenvatting: Uit verweerders brief van 5 juni 2013, met als bijlage een formulier model M114, blijkt dat eiser op 5 juni 2013 is uitgezet naar Guinee. De Afdeling best
Verweerder heeft bij besluit van 12 april 2013 (het bestreden besluit) tegen eiser een inreisverbod uitgevaardigd. In het bestreden besluit is niet naar een terugkeerbesluit verwezen, maar verweerder stelt zich op het standpunt dat het besluit op bezwaar van 7 februari 2001, waar
De rechtbank leidt uit de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel en de geconsolideerde jaarrekeningen en jaarverslagen van [naam] af dat vanaf 1 december 2009 niet langer sprake is van een situatie waarin [bedrijf] en [bedrijf 1] als zelfstandige entiteiten opereren