Art. 6 EVRM; art. 30ha AWR; art. 28c IW; art. 7:2, 7:3 Awb; art. 2 en 3 Bpb; voldoening op aangifte en naheffingsaanslag Bpm Het beroep is gericht tegen twee uitspraken op bezwaar met betrekking tot dezelfde auto. De uitspraak op bezwaar betreffende de voldoening op aangifte word
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:74 Awb
Genoemd in 896 uitspraken · Officiële wettekst
896 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Bpm / Unierecht / kampeerauto De inspecteur heeft het unierechtelijk verdedigingsbeginsel niet geschonden nu belanghebbende op het voornemen tot het opleggen van een naheffingsaanslag heeft kunnen reageren. Verder oordeelt de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk heeft ge
(adequate en beschikbare) Opvang aan niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen. Artt. 3 & 8 EVRM. Geen gehoor gegeven aan eerdere uitspraken. Beroep gegrond, rechtbank voorziet zelf en draagt verweerder op eiser te plaatsen. De rechtbank heeft verweerder meermalen opgedragen, al
Nieuwe gedragslijn nareis en onofficiële documenten. Uit het bestreden besluit volgt niet dat verweerder overeenkomstig zijn nieuwe vaste gedragslijn ook onofficiële documenten heeft betrokken of bereid was onofficiële documenten te betrekken bij zijn beoordeling of eiseres haar
Eiser heeft voorts aangevoerd dat verweerder, door de aanvraag in bezwaar alsnog inhoudelijk te behandelen terwijl verweerder in het primaire besluit de aanvraag niet in behandeling heeft genomen, ten onrechte het verzoek om schadevergoeding van de rechtsbijstandskosten in bezwaa
Mvv-nareis Eritrea; Nieuwe gedragslijn; Afdelingsuitspraken van 16 mei 2018; Bewijsnood; Substantieel indicatief bewijs; Hoorplicht; beroep gegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres geen aannemelijke verklar
De rechtbank concludeert dat sprake is van verhuur van twee onroerende zaken en gelet op de beperking in omvang van de met de verhuur d gemoeide werkzaamheden en tijdsbeslag en het feit dat het hotel door een professionele hotelketen wordt geëxploiteerd, niet aannemelijk is gewor
Beroep tegen een besluit tot weigering van een visum voor kort verblijf. Beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt. Eiser heeft toegelicht waarom zijn zaak vergelijkbaar is met de visumaanvragen van zijn moeder, aan wie verweerder wel meerdere keren visa heeft verstrekt. Zijn moed
Woningsluiting op grond van Opiumwet.
Leges omgevingsvergunning; mocht belanghebbende vertrouwen op uitlatingen van een medewerker van het stadsdeel?; had belanghebbende in de gelegenheid moeten worden gesteld de aanvraag omgevingsvergunning in te trekken alvorens de gemeente de aanvraag in behandeling nam?; inzicht
Au pair-bureau, boetebesluit wegens schending informatieplicht en zorgplicht, bewijs Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiseres (het au pair-bureau) zich op adequate wijze van het welzijn en welbevinden van de au pair heeft vergewist en heeft
aanvraag, besluit, disproportionaliteit blijvende onthouding verblijfsvergunning aan 1F-er die meer dan 10 jaar in Nederland verblijft Eiser heeft in maart 1998 een aanvraag om toelating als vluchteling gedaan. De verblijfsvergunning asiel is geweigerd omdat aan eiser artikel 1F
Eiser heeft een aanvraag gedaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen”. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, omdat eiser het inburgeringsexamen niet heeft behaald en hij niet is vrijgesteld van
AAN-laag
Verweerder had zich ervan moeten vergewissen of de bewindvoerder van eiseres met de intrekking van de uitkering instemt. Nu dit niet is gebeurd, is de door eiseres ondertekende verklaring beëindiging uitkering niet rechtsgeldig. Verweerder had zich op grond van artikel 1:438, twe
In geschil is of de aanslag en de belastingrente terecht, en zo ja, tot het juiste bedrag is opgelegd respectievelijk in rekening is gebracht. Voorts is in geschil of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is vastgesteld.
Uit de motivering in het bestreden besluit en het verweerschrift begrijpt de rechtbank dat verweerder niet betwist dat eiseres en referent in januari 2013 Eritrea traditioneel (kerkelijk) met elkaar zijn gehuwd. In reactie op de gronden van het beroep en de deskundigenrapporten v
Wet waardering onroerende zaken; objectafbakening; waarde te hoog?Overschrijding redelijke termijn; verlenging van de in aanmerking te nemen termijn; invloed van belanghebbende op de duur van het proces
Geen recht op aftrek uitgaven levensonderhoud kinderen. Zie ook ECLI:NL:GHAMS:2017:1498.
Omzetbelasting. Naheffingsaanslag. Toepassing nultarief niet toegestaan bij intracommunautaire levering van gebruikte (auto)materialen, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de goederen zijn vervoerd naar België. Verwerping beroep op het Besluit van 1 oktober 20
Verweerder heeft de ingebrekestelling administratief afgesloten omdat eiseres bij haar vertrek op 17 augustus 2015 op Schiphol een verklaring van de IOM heeft ondertekend waarmee zij eventuele nog lopende verblijfsrechtelijke procedures heeft ingetrokken. Eiseres voert aan dat zi
Verweerder heeft in het licht van de relevante omstandigheden in de verrichte afweging onvoldoende zwaar gewicht toegekend aan het belang van de minderjarige kinderen om in het bijzijn van hun beide ouders te verblijven. Het is niet in het belang is van de twee oudste kinderen om
Aanvraag tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Eiser is afhankelijk van mantelzorg die is gericht op het vullen van een weekdoos van zijn medicatie. Hij zal daarvoor in zijn land van herkomst zijn aangewezen op een verpleegkundige die toeziet op de
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke grondslag van het inburgeringsexamen, en de daarmee verband houdende kosten, is neergelegd in de Wet inburgeringsvereiste, op grond waarvan niet verweerder, maar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bevoegd is te besliss
Verweerder heeft in het besluit op bezwaar alsnog het verblijfsrecht van eiseres als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 maart 2011, C-3-34/09, Zambrano (ECLI:EU:C:2011:124) erkend. Verweerder heeft het verzoek van eiseres tot vergoeding van