Uit de motivering in het bestreden besluit en het verweerschrift begrijpt de rechtbank dat verweerder niet betwist dat eiseres en referent in januari 2013 Eritrea traditioneel (kerkelijk) met elkaar zijn gehuwd. In reactie op de gronden van het beroep en de deskundigenrapporten v
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:74 Awb
Genoemd in 896 uitspraken · Officiële wettekst
896 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verweerder heeft de ingebrekestelling administratief afgesloten omdat eiseres bij haar vertrek op 17 augustus 2015 op Schiphol een verklaring van de IOM heeft ondertekend waarmee zij eventuele nog lopende verblijfsrechtelijke procedures heeft ingetrokken. Eiseres voert aan dat zi
Verweerder heeft in het licht van de relevante omstandigheden in de verrichte afweging onvoldoende zwaar gewicht toegekend aan het belang van de minderjarige kinderen om in het bijzijn van hun beide ouders te verblijven. Het is niet in het belang is van de twee oudste kinderen om
Aanvraag tot het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Eiser is afhankelijk van mantelzorg die is gericht op het vullen van een weekdoos van zijn medicatie. Hij zal daarvoor in zijn land van herkomst zijn aangewezen op een verpleegkundige die toeziet op de
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke grondslag van het inburgeringsexamen, en de daarmee verband houdende kosten, is neergelegd in de Wet inburgeringsvereiste, op grond waarvan niet verweerder, maar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) bevoegd is te besliss
Verweerder heeft in het besluit op bezwaar alsnog het verblijfsrecht van eiseres als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 maart 2011, C-3-34/09, Zambrano (ECLI:EU:C:2011:124) erkend. Verweerder heeft het verzoek van eiseres tot vergoeding van
Verweerder heeft de aanvraag van eiser tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij zijn vader (referent) afgewezen omdat referent niet voldoet aan het middelenvereiste. Niet in geschil is dat het salaris van referent waarop hij op grond van
Verweerder heeft jegens eiser, van Albanese nationaliteit, een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van vijf jaar uitgevaardigd. Vaststaat dat eiser bij binnenkomst in Nederland in het bezit was van een biometrisch paspoort van Albanië. Niet in geschil is dat verweer
Verweerder heeft bij brief van 24 september 2015 eiser meegedeeld dat zijn ingediende kennisgeving niet inhoudelijk is afgedaan, omdat eiser niet is verschenen op de afspraak bij het IND-loket. Eiser heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt, verweerder heeft het bezwaar niet-ontvan
Eiseres, van Soedanese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend tot visumfacilitering. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen en heeft eiseres heengezonden. Eiseres heeft op grond van artikel 72, derde lid, Vw bezwaar gemaakt tegen het niet in behandeling nem
Artikel 64 Vw. Verweerder dient het BMA te verzoeken zich nader uit te laten over de effectiviteit van de in het algemeen verkrijgbare behandeling in het land van herkomst. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de behandelaars van eiseres voldoende hebben geconc
Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om toepassing van artikel 64 Vw afgewezen omdat zij volgens het advies van Bureau Medische Advisering (BMA) in staat is om te reizen en er op korte termijn geen medische noodsituatie wordt verwacht bij terugkeer naar het land van herkomst.
Verweerder heeft de aanvraag van eiser, van Eygptische nationaliteit, tot het verlenen van een visum kort verblijf voor een zakenreis naar Polen afgewezen op grond van artikel 32, eerste lid, onderdeel a, onder vi, Visumcode. Eiser wordt beschouwd als een bedreiging van de openba
Op 11 juni 2015 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan. In deze uitspraak heeft de rechtbank verweerder de gelegenheid gegeven om het gebrek in het besluit op bezwaar te herstellen. De door verweerder in het primaire besluit genoemde aspecten zijn naar het oor
verzoek om opvang en leefgeld; bevoegdheid; uitspraak ECSR; resolutie Comité van Ministers van de Raad van Europa De vreemdelingenrechter is, op grond van artikel 72, derde lid, Vw bevoegd het geschil te beoordelen. Op grond van het koppelingsbeginsel dat is neergelegd in artikel
B&W van de gemeente Hellevoetsluis heeft bij Aanwijzingsbesluit heffingsambtenaar 2005 als heffingsambtenaar aangewezen de coördinator belastingen CFA. Het afdelingshoofd CFA is aangewezen als eerste vervanger. Het aanwijzingsbesluit is als zodanig niet gepubliceerd. Wel is het v
De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van het beleid in B1/4.3.4 Vc (oud) noch uit de strekking daarvan, volgt dat het ‘overnemen’ van een onderneming ook inhoudt het ‘voortzetten’ door één van de medevennoten van een v.o.f. als eenmanszaak, zoals in casu het geval is. Daa
In het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bij zijn partner afgewezen, omdat eiser niet in het bezit is van een mvv. Eiser voert aan dat verweerder hem ten onrechte geen vrijstelling va
Verzoek toepassing artikel 64 Vw, gegrond. Verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld door de brieven van de behandelaar niet aan het BMA voor te leggen voor nadere advisering. Immers uit deze brieven blijkt dat het BMA in het advies ten onrechte ervan uit is gegaan dat enkel sprake
erkenning als referent; verweerder had oude artikel 1.13 VV dienen toe te passen met artikel 3.103 Vb; ondernemingsplan niet ter advies voor te leggen aan RVO. Beroep gegrond. Zelf voorzien De rechtbank begrijpt de beroepsgrond van eiseres inzake toepassing van het VV (oud) als e
einduitspraak / artikel 64 Vw / medische noodsituatie bij jonge kinderen met psychische problemen / verweerder heeft het BMA niet gevraagd nader advies uit te brengen naar aanleiding van kritiek van behandelend artsen over gebruikte indicatoren / BMA deskundig en niet verweerder
Kinderpardon, contra-indicatie, gezinslid met strafrechtelijke antecedenten, verjaringstermijn, 14 EVRM De aanvraag van eiseres 1 is afgewezen omdat haar vader (eiser) een gevaar vormt voor de openbare orde. De rechtbank stelt vast dat verweerder blijkens de door hem gegeven antw
arbeid in loondienst en het doorbrengen van verlof in Nederland; zelfstandigheid middelen van bestaan; In de door verweerder genoemde Nota van Toelichting staat vermeld dat de vereiste premies en belastingen worden afgedragen. Er staat echter niet bij vermeld dat deze in Nederlan
terugkeerbesluit/inreisverbod, gevaar openbare orde Verweerder heeft gesteld dat volgens rechtspraak van de Afdeling (zie uitspraak van 12 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1849) ook voordat de prejudiciële vragen zijn beantwoord, niet in alle gevallen twijfel behoeft te bestaan over de
Kern: afwijzing van een aanvraag tot afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Vreemdelingenwet. Vermoeden van schijnrelatie. Indicatoren voor nader onderzoek. De rechtbank dient te beoordelen of verweerder de in de tussenuitspraak van 4 maart 2014 verm