Boete op grond van overtreding van artikelen 20 en 76, eerste lid van de Wgb (oud). Twee overtredingen? hoogte van de boete; lex mitior
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:72 Awb
Genoemd in 985 uitspraken · Officiële wettekst
985 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Terugkeerbesluit, artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, inreisverbod, ongewenstverklaring, Turkije, artikel 3 van het EVRM, Terugkeerrichtlijn, artikel 6:19 Awb, anticiperende toepassing, procesbelang, ongedaanmaking, openbare orde, nationale veiligheid, openbare veiligheid,
Besluit; feitelijk handelen; bevoegdheid op grond van Kaderwet
Intrekking verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en inreisverbod voor de duur van tien jaar, bij een verblijfsduur van meer dan tien jaar, artikel 3.86, tiende lid, Vb Verzoeker doet een beroep op artikel 3.86, tiende lid Vb. Verzoeker heeft een lange verblijfsduur (mee
Visum kort verblijf voor moeder van een minderjarig Nederlands kind (eiseres) met wie zij samen in Marokko verblijft. De vader is uit beeld en het kind komt volledig ten laste van de moeder. Eiseres heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd met als doel om zich met haar Nede
boetes kinderopvang; beleidsregels bieden geen bevoegdheid boete op te leggen; doelvoorschrift in wettelijke bepalingen evenmin
boetes kinderopvang, verklaringen omtrent het gedrag, beroepskwalificatie, beroepskracht-kind-ratio
boetes kinderopvang/gastouders, verklaringen omtrent het gedrag, buitenlandse verklaringen omtrent het gedrag
Hoger beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen Belanghebbende maakt bezwaar tegen voorlopige aanslag. Fictieve weigering inspecteur uitspraak op bezwaar te doen. Inmiddels is definitieve aanslag opgelegd. Belang bij (hoger) beroep tegen voorlop
Verweerder heeft eiser vervolgens ongewenst verklaard zonder aan de ongewenstverklaring een termijn te verbinden. Volgens de Nederlandse wet- en regelgeving (de implementatiewetgeving van de Terugkeerrichtlijn) wordt een inreisverbod steeds uitgevaardigd voor een bepaalde duur. V
randvoorwaardenkorting; lichtintensiteit varkensstal; gelegenheid tot herstel
Wet op het financieel toezicht
boete, biocide (rattengif) voorhanden, matiging
Winkeltijdenwet. Zondagopenstelling winkels. Preventieve dwangsommen. Vaststelling overtreding. Uitleg begrip winkel. Invorderingsbeschikkingen.
Regeling GLB-inkomenssteun
Bloemkwekerijheffing
Ongewenstverklaring: Uit artikel 68 Vw en ook uit de overige ter zake doende bepalingen, waaronder artikel 6.6 Vb en het beleid in paragraaf A5/10.4 Vc, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat een ongewenstverklaring door verweerder enkel kan worden opgeheven indien door de v
Handhaving milieuvoorschriften omgevingsvergunning. De rechtbank is niet gebleken dat de gestelde begunstigingstermijn voor het aanbrengen van de juiste deuren op enig onderzoek is gebaseerd. Voorts oordeelt de rechtbank dat van de gestelde controle bij het bedrijf op 21 oktober
Invordering. Aansprakelijkstelling bestuurder. Schending hoorplicht.
In geschil is of verweerder terecht de aan eiser verleende verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft verleend met ingang van 26 september 2011 en niet met ingang van 12 september 2011, de dag nadat de geldigheidsduur van de verleende vergunning voor bepaalde tijd eindigt. Ei
Eiseres heeft bij haar aanvraag in 2005 een ongehuwdverklaring overgelegd, terwijl eiseres op dat moment niet ongehuwd was. De vraag is of daarmee sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens, dat ten tijde van de intrekking van de verleende verblijfsvergunning aan eiseres
Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse deelneming aan haar Spaanse moedermaatschappij uitgekeerde dividenden. Beschikking waar
Beleidsregel steunverlening AWBZ (CA-398). Artikel 108, derde lid, VWEU. Staatssteun. Procesbelang. Taak nationale rechter bij schending verplichting tot voorafgaande aanmelding van steunmaatregelen bij Europese Commissie.
Planologisch nadeel als gevolg van toegevoegde bankfunctie (pinautomaat); bedrag aan waardevermindering te laag vastgesteld; rechtbank voorziet zelf en bepaalt het schadebedrag op € 7.500,00.
De rechtbank dient vervolgens weer de vraag te beantwoorden of verweerder gezien de informatie die op dat moment beschikbaar was in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat er sprake was van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde. De rechtbank is van oordeel dat die vr