Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:69 Awb
Genoemd in 347 uitspraken · Officiële wettekst
347 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Aanmerkelijkbelangregeling; economisch belang, optie en genotsrecht
Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 3, aanhef en letter b, Wet Vpb 1969; tegen-tegenbewijsregeling; omvang rechtsstrijd; fraus legis; ECLI:EU:C:2024:822
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:1413 Omzetbelasting; aan- en verkoop van auto door vennootschap aan DGA tegen vergoeding onder waarde in het economisch verkeer; verkapt dividend; bezwarende titel?; misbruik van recht; misbruik van recht bij aan- en verkoop van auto door vennootschap aa
Belanghebbende woont in Zwitserland en geniet AOW- en pensioenuitkeringen uit Nederland. Bij de inhouding van loonbelasting zijn de algemene heffingskorting en de ouderenkorting niet in aanmerking genomen. Naar nationaal recht heeft belanghebbende geen recht op deze heffingskorti
Art. 3.124, lid 1, letter c, en art. 3.133, lid 2, letter d, Wet IB 2001, art. 8:69, lid 2, Awb. Stelling omtrent niet-belastbaarheid uitkering niet tardief. Hof vult hogerberoepsgrond ambtshalve aan met beroep op artikel 3.133, lid 2, letter d, Wet IB 2001. Door cessie van vorde
WOZ woning, hoorrecht, 6:22 Awb, ongegrond
Volgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskorting; is dit in strijd met art. 63 VWEU, art. 1 EP en/of art. 14 EVRM? Deze zaak gaat over een inwoner van Nederland wiens inkomen zo laag is dat hij daarover n
In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of voor het jaar 2015 is voldaan aan de in artikel 6 van de Uitvoeringsovereenkomst opgenomen verplichting, en zo nee, of op grond daarvan dient te worden beslist dat er voor de heffing van e
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X], tegen de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem van 22 mei 2012, nr. 10/00286, LJN BW7837, NTFR 2012/1744. De staatssecretaris van Financiën heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld. B
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 11/02789
Art. 229b Gemeentewet. Overschrijding opbrengstlimiet. Bouwleges. BNB 2009/159: heffingsambtenaar voldoet niet aan inlichtingenplicht. Algehele onverbindendheid. Hof mocht bewijsaanbod passeren.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, zie ook het arrest 11/02789
Verzoek tot handhavend optreden tegen aanwezigheid van tandartsenpraktijk in appartement. Vrijstelling is verleend o.g.v. art. 19 lid 2 WRO. Dit kan in rechte stand houden. Gebruik van het appartement als tandartsenpraktijk is gelegaliseerd.
Artikel 24, tweede lid, onder b, van de WW. Nu gemaakte roosterafspraken met docente niet waren nagekomen, kon van haar in het licht van te verwachten ziekteverzuim niet worden gevergd, dat zij het dienstverband voortzette. Geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Beroep gegrond
Verweerder beslist niet met inachtneming uitspraak rechtbank. Geen rechtvaardiging daarvoor. Vonnis civiele rechter niet als novum aan te merken. Beslissing op bezwaar omtrent aanspraak eiser op WW-uitkering voor de derde keer niet gebaseerd op deugdelijk feitenonderzoek. Redelij
Art. 3.133, lid 1 en 2, juncto art. 3.137 Wet IB 2001. Art. 22 Verdrag Nederland-België 1970. Verdrag met België 1970 verhindert heffing door Nederland ter gelegenheid van afkoop van een lijfrente.
Mededingingsrecht. Nietigheidssanctie van art. 6 Mw.; merkbaarheidseis; art. 6 bevat geen recht van openbare orde dat de rechter al dan niet buiten grenzen van de rechtsstrijd ambtshalve moet toepassen; stelplicht en bewijslastverdeling; uitleg van overeenkomst. Procesrecht; hoge
Omvang van het geschil / eerst ter zitting beroep op art. 15, aanhef en onder c, richtlijn 2004/83/EG / ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden De vreemdeling heeft bij brief van 31 oktober 2007, onder overlegging van twee artikelen uit de Volkskrant van 25 en 27 oktober 2007,
Vaststellingsovereenkomst. Bedenktermijn. Besluit van 1 december 1997, nr. AFZ97/2412, V-N 1997/4702.
Overheidsaansprakelijkheid. Schade eigenaren hotel door beperking bebouwing. Bestuursrechter acht schade niet vergoedbaar langs bestuurlijke weg. Civiele schadevordering tegen gemeente o.g.v. schending van art. 6 EVRM en art. 1 EP EVRM; bevoegdheid burgerlijke rechter. Formele r