A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van premies voor lijfrenten in geval van een ‘kasrondje’. Is de lijfrentepremie betaald (art. 3.130, lid 1, Wet IB 2001)? Vandaag zijn tevens drie gelijkluidende conclusies genomen in de zak
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:69 Awb
Genoemd in 347 uitspraken · Officiële wettekst
347 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van premies voor lijfrenten in geval van een ‘kasrondje’. Is de lijfrentepremie betaald (art. 3.130, lid 1, Wet IB 2001)? Vandaag zijn tevens drie gelijkluidende conclusies genomen in de zak
A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van premies voor lijfrenten in geval van een ‘kasrondje’. Is de lijfrentepremie betaald (art. 3.130, lid 1, Wet IB 2001)? Vandaag zijn tevens drie gelijkluidende conclusies genomen in de zak
A-G Niessen heeft conclusie genomen over de vraag of belanghebbende recht heeft op aftrek van premies voor lijfrenten in geval van een ‘kasrondje’. Is de lijfrentepremie betaald (art. 3.130, lid 1, Wet IB 2001)? Vandaag zijn tevens drie gelijkluidende conclusies genomen in de zak
A-G Niessen heeft conclusie genomen in een zaak waarin aan de belanghebbende na een als niet rechtsgeldig beoordeeld ontslag door het Hof een nabetaling van 10 jaar salaris werd toegekend. In geschil is of de salarisnabetaling terecht in 2014 is belast. De Inspecteur beoordeelde
Op 26 juli 2010 heeft (schoon)vader een woning geleverd aan zijn dochter en haar echtgenoot, belanghebbende. De koopsom bedraagt € 250.000. Over deze koopsom is door de verkrijgers 6% overdrachtsbelasting voldaan, zijnde € 15.000. In de akte van levering is van de koopsom een bed
Belanghebbende is door zijn werkgever in 2005 aangewezen als boventallig. De dienstbetrekking is op 1 november 2008 beëindigd. Belanghebbende houdt gedurende de zoektermijn recht op loonbetaling. In geschil is of belanghebbende in 2006 in aanmerking komt voor de arbeidskorting en
1. Gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Onjuiste wetstoepassing bij medefirmant. 2. Omvang geschil in hoger beroep. Door Rechtbank verworpen grief bij pleidooi Hof opnieuw naar voren gebracht.
-
-
Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:5, 6:6 en 6:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; zonder opgaaf van redenen verzoeken om uitstel van de door de rechter geboden termijn om de gronden van het (hoger) beroep in
WOZ. Het hof wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens het niet beoordelen van alle aangevoerde beroepsgronden door de rechtbank; artikel 8:69, lid 1, Awb. Daarnaast beantwoordt het hof opgeworpen vragen over de informatieverstrekking in de bezwaarfase, de vergoeding van het g
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Bbz 2004, beëindigend zelfstandige, oudere zelfstandige, bedrijfsschuld, schadevergoeding
Aanslagen IB/PVV en Zvw 2014 en 2015. Belanghebbende hield zich bezig met het faciliteren van internationale handelstransacties via buitenlandse rechtspersonen. Nieuwe stelling in pleitnota tardief. De rechtbank is terecht uitgegaan van de door belanghebbende zelf genoemde bedrag
Verzet
Volgorde toepassing heffingskorting en regeling(en) ter voorkoming van dubbele belasting leidt tot onbenutte heffingskorting; is dit in strijd met art. 63 VWEU, art. 1 EP en/of art. 14 EVRM? Deze zaak gaat over een inwoner van Nederland wiens inkomen zo laag is dat hij daarover n
Ontvankelijkheid hoger beroep, inkomsten uit PGB, geen aftrekbare kosten PGB-inkomen, aftrekposten in verband met specifieke zorgkosten.
Belanghebbende was van 1 september 1993 tot en met 16 november 2001 bestuurder van de beursgenoteerde [A] N.V. Deze is op 17 december 2001 failliet verklaard. Naast zijn salaris ontving belanghebbende optierechten op aandelen [A]. In de periode van 1 september 1993 tot en met 31
Planschade. Verzoek heeft betrekking op 6 besluiten. Geen aanknopingspunt voor de opvatting van verweerder dat geringe planschade niet voor vergoeding in aanmerking komt, met name niet op verzoeken waarop artikel 6.2 Wro nog niet van toepassing is. Betekenis van bebouwing die op
Schorsing hangende bezwaarprocedure van dwangsom opgelegd aan Odfjell. Besluit berust op ondeugdelijke juridische grondslag. De lastgeving strekt verder dan de voorschriften mogelijk maken. Verweerder verbiedt Odfjell (alle) opslagtanks te gebruiken tenzij Odfjell heeft aangetoon
In geschil is het antwoord op de vraag of de Inspecteur in het onderhavige jaar terecht een bedrag van € 771.675 in de heffing heeft betrokken in verband met de beëindiging van de terbeschikkingstelling van de landerijen ex artikel 3.90 Wet IB ‘01.
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie gegrond onder verwijzing naar het arrest in de zaak met nummer 11/05101.