(Art. 81 RO). Familierecht. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen een door de kinderrechter verleende machtiging tot uithuisplaatsing vanwege verstrijken termijn waarvoor de machtiging was verleend. Bijzonder belang op grond waarvan appellant toch ontvankelijk had moeten worde
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:5 Awb
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
BOPZ. Een beperking in het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de geldende huisregels in een GGZ-instelling kan slechts worden opgelegd in de in art. 40 lid 4, onder a en b, Wet Bopz genoemde gevallen; zulks is niet anders indien de beperking een patiënt betreft op wie
Art. 49 Invorderingswet 1990; art. 1:102 BW; art. 1:94, lid 3, BW. Aansprakelijkheid op grond van artikel 1:102 BW voor een belastingschuld kan geldend worden gemaakt door aansprakelijkstelling ex art. 49 IW 1990, met procedure voor belastingrechter. Belastingschulden van een ech
BOPZ. Cassatieberoep tegen beschikking waarbij machtiging is verleend tot voortzetting van de inbewa-ringstelling als bedoeld in art. 27 Wet Bopz niet ontvankelijk nu de geldigheidsduur van de verleende machtiging ingevolge art. 30 Wet Bopz is verstreken.
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige overheidsdaad? Heeft de gemeente onrechtmatig gehandeld door niet een procedure tot wijziging van het betrokken bestemmingsplan te starten en door dat bestemmingsplan niet binnen een termijn van art. 33 lid 1 WRO te herzien? (81 RO).
Bopz. Dwangmedicatie; klachtprocedure ex art. 41a Wet Bopz na wetswijziging van 1 juni 2008; gevolgen van verzuim om de beslissing tot dwangmedicatie eerst aan betrokkene mede te delen (art. 38c lid 2); onrechtmatigheid dwangmedicatie, afwachten van beslissing klachtencommissie;
De SGJ heeft geen beslissing genomen op een door ouders ingediend bezwaarschrift. De SGJ heeft slechts geantwoord door middel van een brief waarin staat dat zij het bezwaarschrift retour stuurt, omdat de SGJ geen bezwaarcommissie kent. De ouders zijn daarop in beroep gegaan bij
kinderrechter als bestuursrechter onbevoegd De SGJ heeft geen beslissing genomen op een door ouders ingediend bezwaarschrift. De SGJ heeft slechts geantwoord door middel van een brief waarin staat dat zij het bezwaarschrift retour stuurt, omdat de SGJ geen bezwaarcommissie kent.
kinderrechter als bestuursrechter onbevoegd De SGJ heeft geen beslissing genomen op een door ouders ingediend bezwaarschrift. De SGJ heeft slechts geantwoord door middel van een brief waarin staat dat zij het bezwaarschrift retour stuurt, omdat de SGJ geen bezwaarcommissie kent.
kinderrechter als bestuursrechter onbevoegd De SGJ heeft geen beslissing genomen op een door ouders ingediend bezwaarschrift. De SGJ heeft slechts geantwoord door middel van een brief waarin staat dat zij het bezwaarschrift retour stuurt, omdat de SGJ geen bezwaarcommissie kent.
Moeder oefent het gezag over haar kind uit en is derhalve bevoegd haar kind in rechte te vertegenwoordigen. Het Ciz heeft ten onrechte gesteld dat moeder niet bevoegd is de zaken van haar kind te behartigen omdat omdat het kind onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst. Het
Het hof is van oordeel dat ook indien er geheel veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat de grieven slagen, S&S Lok hierdoor toch niet gebaat zou zijn. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Daargelaten de vraag of de primaire vordering van S&S Lok in een bodemzaak wel kans v
Overeenkomstenrecht; totstandkoming overeenkomst of gedane toezegging; uitzondering op beginsel formele rechtskracht; onrechtmatige overheidsdaad; rechtmatige overheidsdaad.
Beslissing door de kinderrechter als bestuursrechter in zaken die verband houden met beslissingen die strekken tot zorg in het kader van de gezinsvoogdij. Bevoegdheid kinderrechter gelet op de wetsgeschiedenis; mandaat; niet nemen van beslissing op bezwaar; wie is verwerende part
Beslissing door de kinderrechter als bestuursrechter in zaken die verband houden met beslissingen die strekken tot zorg in het kader van de gezinsvoogdij. Bevoegdheid kinderrechter gelet op de wetsgeschiedenis; mandaat; niet nemen van beslissing op bezwaar; wie is verwerende part
Beslissing door de kinderrechter als bestuursrechter in zaken die verband houden met beslissingen die strekken tot zorg in het kader van de gezinsvoogdij. Bevoegdheid kinderrechter gelet op de wetsgeschiedenis; mandaat; niet nemen van beslissing op bezwaar; wie is verwerende part
Beslissing door de kinderrechter als bestuursrechter in zaken die verband houden met beslissingen die strekken tot zorg in het kader van de gezinsvoogdij. Bevoegdheid kinderrechter gelet op de wetsgeschiedenis; mandaat; niet nemen van beslissing op bezwaar; wie is verwerende part
Beslissing door de kinderrechter als bestuursrechter in zaken die verband houden met beslissingen die strekken tot zorg in het kader van de gezinsvoogdij. Verzoek ouders om inzage dossiers minderjarige kinderen, van wie de oudste ouder dan 16 is. Bevoegdheid kinderrechter gelet o
Klachtprocedure ex art. 41 Wet Bopz; ongegrond bevonden klachten tegen dwangbehandeling als bedoeld in art. 38 lid 5 Wet Bopz; beoordeling door de rechter op de voet van art. 41a: toetsing ‘ex tunc’ van de rechtmatigheid van dwangbehandeling en toetsing ‘ex nunc’ van de voortzett
Het hof heeft overwogen dat de zandwinbedrijven niet hard kunnen maken dat de provincie met hen had gecontracteerd of haar bindende toezeggingen had gedaan. De zandwinbedrijven hebben niet tijdig bezwaar gemaakt tegen het "tegenplan" van de gemeente, zodat hun beroep bij de Raad
Nr. 1396 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiser 3], 2. [Eiser 4], 3. [Eiser 2], allen wonende te [woonplaats], eisers tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, tegen de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "De Gouw", gevestigd
Nr. 1395 Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer 26 november 2004 in de zaak van 1. [Eiseres 1], 2. [Eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], eisers tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, tegen de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "De Gouw", gevestigd te Haarlem
Voor een beschrijving van het verloop van de procedures tot 4 juni 2002 verwijst het College naar rubriek 1 van zijn uitspraak van die datum (01/368; www.rechtspraak.nl, LJN-nummer AE5147). Op 4 oktober 2002 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij ber
Het gaat in deze zaak, kort weergegeven, om het volgende. [appellant] is voornemens een stierenhouderij, die thans deel uitmaakt van het boerenbedrijf van zijn ouders, over te nemen en te verplaatsen naar een locatie aan de [adres] in het buitengebied van Staphorst. Hij wil daart
-