Art. 8:25, 8:56, 8:115, lid 1, letter b, Awb. Art. 17 Wet WOZ. Belanghebbende heeft een gewichtige reden aangevoerd voor het uitstel van de zitting bij de Rechtbank. Verder ontbreekt een belangenafweging bij afwijzing van het verzoek om uitstel van de zitting. Geen terugwijzing.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:25 Awb
Genoemd in 83 uitspraken · Officiële wettekst
83 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Parkeerbelasting. Verzoek tot weigeren gemachtigde van belanghebbende wordt afgewezen. Het incidenteel hoger beroep van de Heffingsambtenaar is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De stelling dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat belangheb
Bpm. In geschil is of sprake is van schending van het Unierecht. Daarnaast is in geschil of de ontvanger heeft mogen afzien van een hoorgesprek. Tot slot is in geschil of de bij de uitspraak op bezwaar toegekende vergoeding is gebaseerd op de juiste puntwaarde.
Uitspraak vereenvoudigde behandeling. Motivering hoger beroep is geweigerd als gedingstuk vanwege ongepast taalgebruik van de gemachtigde. De gemachtigde is in de gelegenheid gesteld een nieuwe motivering in te dienen waarin geen ongepast taalgebruik is opgenomen, maar heeft daar
BPM. Afdoening diverse formele grieven. Overschrijding redelijke termijn in beroepsfase komt als gevolg van meerdere wrakingsverzoeken voor rekening van belanghebbende. Veroordeling belanghebbende in de reiskosten van de inspecteur, omdat belanghebbende in de beroepsfase onredeli
Er is geen samenvatting bij deze uitspraak
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Wrakingsverzoek bevat geen gronden als bedoeld in artikel 8:15 Awb, uitsluitend beledigingen. Niet-ontvankelijk. Wrakingverbod a.b.i. artikel 8:18 lid 4 Awb opgelegd.
nog niet ontvangen
afwijzing wrakingsverzoek artikel 8:15 Awb, verzoekers niet-ontvankelijk 8:16 Awb, eerste lid, Awb.
Tussenuitspraak. Art. 8:25 Awb. Weigering gemachtigde wegens ernstige bezwaren. Het hof is van oordeel dat het taalgebruik van gemachtigde structureel in strijd komt met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. Geen strijd met art. 47 Handvest.
De rechtbank oordeelt dat het verweer niet onbevoegdelijk is opgesteld en dat vertegenwoordiging van verweerder door mr. Binnerts een gegeven is. Volgens de rechtbank eindigde de beslistermijn van het bezwaar op 18 augustus 2010. Eiser heeft verweerder op goede gronden in gebreke