Gesteld gemachtigde heeft een machtiging uit 2019 overgelegd die is ondertekend door [naam], terwijl niet [naam], maar [eigenaar] als vertegenwoordigingsbevoegde voor belanghebbende staat vermeld in het door gesteld gemachtigde overgelegde uittreksel uit de KvK. Het hof heeft een
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:24 Awb
Genoemd in 122 uitspraken · Officiële wettekst
122 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Uitspraak op verzet. Het hof heeft de indiener van het verzet verzocht om een recente machtiging ten tijde van het indienen van het verzet over te leggen. De indiener heeft geen op zijn naam gestelde recente machtiging ingediend. Het hof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Erfgename heeft een machtiging afgegeven met betrekking tot de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2019. Zij overlijdt voordat de uitspraak op bezwaar is gedaan. De gemachtigde stelt namens haar beroep in. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ma
Beleidskader geslotenverklaringen. Aan de voorwaarde dat voordat wordt gehandhaafd eerst wordt gewaarschuwd, is met toezending van twee brieven aan de betrokkene voldaan.
BPM. Tussenuitspraak. Weigering gemachtigde wegens ongepast taalgebruik.
Weigering BPM-gemachtigde wegens ongepast taalgebruik
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Het gaat hier om de vraag of een natuurli
Machtiging. Bij het administratieve beroepschrift is een open machtiging overgelegd die inhoudt dat de betrokkene de gemachtigde machtigt om hem te vertegenwoordigen en alle handelingen te verrichten teneinde geschillen in rechte te bestrijden alsmede hetgeen door gemachtigde noo
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Art. 8:24, lid 2 Awb, art 3:61, lid 2, BW, art. 3:61, lid 2, BW, artikel 26a, lid 1, onderdeel a en c AWR, art. 30, lid 1, Wet WOZ art. 236, lid 1, Gemeentewet. In hoger beroep ontbreekt een recente machtiging. Gerede twijfel aan vertegenwoordigingsbevoegdheid. De beweerdelijke g
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
Artikel 6:5 en 6:6 Awb. Verzet niet-ontvankelijk, omdat het verzetschrift geen gronden van het verzet bevat.
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
Wet Woz. Ontvankelijkheid beroep.
In diverse andere zaken, waarin de gemachtigde optrad, zijn twijfels gerezen over zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid. Deze twijfels zijn versterkt door de aanhouding van de gemachtigde door de FIOD op 23 januari 2024. Het hof heeft een recente machtiging opgevraagd. De gemachtig
Wet WOZ. Ontvankelijkheid bezwaar; tijdig rechtsgeldige volmacht overgelegd? Vergoeding van immateriële schade; bijzondere omstandigheden? Het Hof oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat niet tijdig een rechtsgeldige volmacht is overgelegd. De beslis
Weigering gemachtigde De gemachtigde heeft twee dagen vóór de zitting een pleitnota ingediend, waarin onder meer beledigend taalgebruik is opgenomen. Daarnaast wordt de behandelend rechter in het vooruitzicht gesteld dat zij in de toekomst eveneens beledigend zal worden bejegend
Tussenuitspraak. Art. 8:25 Awb. Weigering gemachtigde wegens ernstige bezwaren. Het hof is van oordeel dat het taalgebruik van gemachtigde structureel in strijd komt met de in het maatschappelijk verkeer betamelijke omgangsvormen. Geen strijd met art. 47 Handvest.
Is het beroepschrift tijdig ingediend? Ter post bezorging. De zending is bij PostNL aangemeld op de laatste dag van de beroepstermijn, maar feitelijk aan PostNL aangeleverd buiten de beroepstermijn. Dat betekent dat het beroep niet tijdig is ingesteld. Het hof verklaart het beroe
A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken in verzet van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2018, inzake een aantal naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting. Het gaat hier om de vraag of een natuurli
Geschil: Heeft de Rechtbank het ingediende beroepschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke volmacht? Indien de erven ontvankelijk zijn in het beroep, is in geschil of de Heffingsambtenaar aan belanghebbenden een te lage proceskostenvergo
Artikel 6:6 Awb. Correcte machtiging? Het Hof is met de rechtbank van oordeel dat de door ‘P’ ondertekende machtiging niet een toereikende machtiging was, zodat ook na toezending van deze machtiging nog sprake was van een verzuim. De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat