Wrakingsverzoek. Artt. 8:15 en 8:18, lid 4, Awb. Wraking van wrakingskamer, rolraadsheer en (waarnemend) griffier.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:16 Awb
Genoemd in 185 uitspraken · Officiële wettekst
185 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 8:15 Awb. Art. 8:16 Awb. Motivering wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling.
HR stelt de verzoeken tot wraking buiten behandeling.
HR stelt het verzoek tot wraking zoals gedaan ten aanzien van de leden van de wrakingskamer van de Hoge Raad, buiten behandeling.
Wrakingsverzoeken kennelijk ongegrond. Waarschuwing algeheel wrakingsverbod. Misbruik van het rechtsmiddel. Gemachtigde maakt vaker misbruik van het wrakingsmiddel. Wrakingskamer overweegt bij herhaling aan (alle cliënten van) de gemachtigde voor een nader te bepalen periode een
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van R.J. Koopman, M.T. Boerlage en J. Wortel buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/01787 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.
De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat het niet kan worden aangemerkt als wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb. Misbruik van het rechtsmiddel wraking. Een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen (artikel 8:18, lid 4, Awb).
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van R.J. Koopman, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/03447 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek
De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het eerste verzoek tot wraking niet-ontvankelijk, stelt het tweede verzoek tot wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van R.J. Koopman, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 21/05420 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van R.J. Koopman, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 21/05421 niet in behandeling zal worden genomen.
Tweede verzoek om wraking in dezelfde hoofdzaak. Misbruik van procesrecht. Verkorte afdoening (zonder mondelinge behandeling).
Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld. Geen wrakingsverzoek als bedoeld in de wet. Misbruik van procesrecht. Wrakingsverbod.
Art. 8:15 Awb. Art. 8:16 Awb. Motivering wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt de verzoeken tot wraking buiten behandeling.
Wraking niet in behandeling vanwege opgelegde misbruikbepaling – wraking niet ontvankelijk;
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van M.W.C. Feteris, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/00949 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek om wraking van M.W.C. Feteris, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking met betrekking tot de zaak met nummer 22/00958 niet in behandeling zal worden genomen.
Wrakingszaak. Verzoeker heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit vooringenomenheid van de rechter blijkt of die de conclusie rechtvaardigen dat de rechterlijke onpartijdigheid op de een of andere manier schade zou kunnen leiden. Daarom is het wrakingsverzoe