WOZ-zaak. De voor het eerst door belanghebbende ter zitting ingenomen stellingen zijn tardief. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof (ook in het licht van wat belanghebbende daartegenover heeft aangevoerd) aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:114 Awb
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
ECLI:NL:GHSHE:2022:1739
42 × geciteerd
ECLI:NL:GHDHA:2022:748
7 × geciteerd
Art. 14 EVRM; 1 EP EVRM; 3:4, lid 2 Awb. Verzoek uitstel zitting afgewezen door Rechtbank. Wet WOZ en OZB niet in strijd met het recht op ongestoord eigendom, noch met het verbod van discriminatie, noch met het evenredigheidsbeginsel. Berekeningswijze WOZ-waarde niet geheim gehou
Omzetbelasting; art. 8:41 en art. 8:114, lid 2, Awb; het Hof beslist dat het bij de Rechtbank betaalde griffierecht aan belanghebbende moet worden vergoed; te laag bedrag aan griffierecht in aanmerking genomen.