Invorderingswet 1990, art 7 en 30. Awb artikelen 1:3 en 3:45. Invorderingsrente. Ontvankelijkheid van het (hoger) beroep in verband met de aan een kennisgeving als bedoeld in art. 30, eerste lid, Inv 1990 te stellen eisen.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:113 Awb
Genoemd in 32 uitspraken · Officiële wettekst
32 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
BPM. Diverse formele klachten. Uitspraak op bezwaar ter zake van de invorderingsrente ontbreekt. Hoger beroep gegrond.
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01620, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01619. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Belanghebbende was gedurende het gehele jaar 2013 in loondienst bij [C] Ltd. De SVB heeft op 24 juni 2
Het Hof wijst een tweede verzoek om uitstel van de zitting af. Het niet-afhalen van een aangetekend verzonden poststuk komt voor rekening en risico van belanghebbende. Het Hof wijst de zaak terug naar de Inspecteur met toepassing van de judiciële lus ex artikel 8:113, lid 2, Awb
Belanghebbende verricht sinds 2010 interim-managementwerkzaamheden en adviseert op financieel gebied. Sindsdien geeft hij ieder jaar een verlies uit onderneming aan. In geschil is of sprake is van een bron van inkomen. Het Hof wijst de zaak terug naar de Inspecteur met toepassing
Verzoek om openbaarmaking op grond van de Wob van (delen van) het archief van de commissie Scheltema – De vraag op welke grondslag de bevoegdheid van de minister tot het besluiten omtrent openbaarmaking van door RTL gevraagde informatie berust - de Wob dan wel geheel of gedeeltel
Inkomstenbelasting, box-3 heffing, hoorplicht, compromis. Belanghebbende is het niet eens met de aan hem opgelegde IB-aanslagen 2014 - 2020. Zijn klachten zien onder andere op de omvang van de box-3 heffing, schending van zijn hoorrecht en bevoegdheid van de rechtbank. Ook meent
Art. 7:2, lid 1; 8:113, lid 2 Awb. Hoorgesprek. Schending hoorplicht. Toepassing judiciële lus.
BPM. Diverse formele klachten. Schending hoorplicht. Hoger beroep gegrond.
BPM. Diverse formele klachten. Hoorplicht bezwaarfase geschonden. Hoger beroep gegrond.
Art. 8:113(2) Awb; judiciële lus. Moet de toepassing van de judiciële lus door de hogerberoepsrechter worden gemotiveerd? Geen belang in cassatie bij klacht over huwelijkse staat.
Artikel 6:5, 6:6 en 7:2 Awb. Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens afwezigheid gronden en omdat een voorafgaande waarschuwing dat het niet herstellen van dit verzuim tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Schending hoorrecht, omdat het niet reageren op uitnodigin
Beroep bij het hof (judiciële lus) tegen nieuwe uitspraak op bezwaar over een beschikking invorderingsrente van € 5 in verband met een naheffingsaanslag BPM. Diverse formele beslispunten. Beroep ongegrond.
Aanslagen reinigingsrecht 2018 en 2019. De Heffingsambtenaar heeft afzonderlijke uitspraken op bezwaar gedaan op in één geschrift vermelde bezwaren tegen meerdere op één aanslagbiljet opgenomen aanslagen. Geen strijd met 7:11 Awb en 25, lid 4, AWR. Schending hoorplicht aangezien
Het Hof oordeelt dat de hoorplicht is geschonden en wijst de zaak terug naar de Heffings-ambtenaar met toepassing van de judiciële lus ex artikel 8:113, lid 2, Awb. Uit de omstandig-heid dat geen reactie werd ontvangen op het verzoek om contact op te nemen voor het maken van een
Tussen partijen is in geschil of de hoorplicht is geschonden en zo ja, of de Rechtbank de heffingsambtenaar had moeten opdragen om opnieuw op het bezwaar te beslissen, ditmaal na belanghebbende (op de juiste wijze) te hebben gehoord.
Art. 8:113(2) Awb; judiciële lus. Moet de toepassing van de judiciële lus door de hogerberoepsrechter worden gemotiveerd?
Afwijzing verzoek voor 24 uur per dag zorg op grond van Wlz. Er is geen noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen, aangezien appellante planbare zorg kan ontvangen en zelf hulp kan inroepen indien nodig. De Raad wijst erop dat appellante in
Uitspraak na verwijzing HR 8-12-2017, ECLI:NL:HR:2018:1866. Door de ontvanger is terecht en tot de juiste hoogte invorderingsrente in rekening gebracht.