Art. 8:15 Awb. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Wrakingsverbod voor de toekomst.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 8:108 Awb
Genoemd in 141 uitspraken · Officiële wettekst
141 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Uitspraak op verzet. Ten onrechte niet beslist op verzoek om proceskostenveroordeling. Verzoekster had reeds voorafgaand aan de intrekking van het incidenteel hoger beroep door het college ter zitting van 4 juni 2024 al in de zienswijze verzocht het college te veroordelen in de p
Vereenvoudigde afdoening. Namens belanghebbende heeft zijn gesteld gemachtigde hoger beroep ingesteld. Dat hoger beroep is door het hof ontvangen op 19 mei 2025. Het hof heeft de gesteld gemachtigde uitgenodigd een recente machtiging over te leggen. Dat wil zeggen een machtiging
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Machtiging niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Machtiging niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
Art. 6:5, 6:6, 6:24, 8:24, 8:55, 8:108 Awb. Gronden van het hoger beroep niet tijdig ingediend. Geen verschoonbare redenen aangevoerd. Verzet ongegrond.
HR: 81.1 RO.
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn geen recente machtiging is overgelegd. De aanleiding voor het verzoek om een recente machtiging is gelegen in de omstandigheid dat in andere procedures twijfels zijn gerezen over de be
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn geen recente machtiging is overgelegd. De aanleiding voor het verzoek om een recente machtiging is gelegen in de omstandigheid dat in andere procedures twijfels zijn gerezen over de be
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond
Navorderingsaanslag IB/PVV 2009. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat belanghebbende in Nederland woont en binnenlands belastingplichtig is. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij ook woonachtig was in Brunei.
Artikel 8:75a Awb; verzoek om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
De eerste zitting heeft plaatsgehad op 20 september 2024 waar gemachtigde heeft gesteld dat hij geen nota griffierecht heeft ontvangen en ook geen bericht van het hof waaruit volgt dat onderhavige zaken samenhangen met een ander hoger beroep. Op die zitting heeft het hof met gema
BK-23/734 en BK-23/735. Wrakingsverzoek afgewezen.
Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV 2008 tot en met 2014 en de aanslag Zvw 2014 opgelegd, waarbij een groot aantal correctieposten in box 1, 2 en 3 in aanmerking is genomen. Ten aanzien van deze belastingaanslagen is een groot aantal punten in geschil: - Heeft
Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV 2008 tot en met 2013 opgelegd. De daarin begrepen correcties hebben betrekking op het box 3-inkomen, omdat volgens de inspecteur belanghebbende en haar echtgenoot meer vermogen hebben dan zij hebben aangegeven. In geschil is
In één uitspraak oordeelt het hof dat de door een drietal vennootschappen geëxploiteerde coffeeshops hun winsten hebben afgeroomd door de inkoopkosten van softdrugs in strijd met de werkelijkheid op te hogen. De inspecteur heeft volgens het hof terecht de belastbare bedragen voor
Belanghebbende is in 2012 tot en met 2014 buitenlands belastingplichtige. Hij houdt indirect via een [land 1] vennootschap aandelen in coffeeshops in Nederland. In 2011 vervreemdt hij zijn aandelen in de [land 1] vennootschap. Hij bedingt daarbij het recht om de aandelen in de [l
Verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep (art. 8:75a Awb).
Wraking. Afwijzing verzoek uitstel zitting, het beschikbaar stellen van dossier op usb-stick, beslissing om verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig te behandelen met de hoofdzaak zijn procesbeslissingen. Geen aanwijzing voor vooringenomenheid. Wrakingsverzoek zetel kenneli
artikel 8:15 Awb; tweede wrakingsverzoek; het doen van aangifte bij de OvJ tegen de raadsheren levert geen (zwaarwegende) aanwijzing op van vooringenomenheid jegens verzoekster noch een objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid; dat de hoofdzaak niet in het openbaar