Art. 239 Gem. wet; Art. 30, lid 2, Wet WOZ; Art. 7:3 en 7:4 Awb. Hoorplicht. Inzagerecht. Tegen één of meer belastingaanslagen gericht bezwaarschrift wordt niet geacht te zijn gericht tegen alle op dat biljet vermelde aanslagen. Redelijke termijn voor immateriëleschadevergoeding
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
WOZ. De heffingsambtenaar verstrekt het taxatieverslag in de bezwaarfase. Het Hof verwerpt de grief van belanghebbende dat de heffingsambtenaar zijn verplichtingen ingevolge artikel 6:17 Awb, artikel 7:4 Awb en artikel 40, lid 2, Wet WOZ niet is nagekomen. Verwijzing naar ECLI:NL
naheffingsaanslag parkeerbelasting; wanneer, zoals in deze zaak, het initiatief voor het horen in bezwaar bij belanghebbende ligt en deze niet heeft verzocht om te worden gehoord, hoeft verweerder een verzoek om inzage van de stukken ex artikel 7:4 van de Awb niet tevens op te va
Reikwijdte art. 7:4 Awb en art. 40 Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb.
Artikel 47 AWR, informatiebeschikking; artikel 8:42 Awb, op de zaak betrekking hebbende stukken; de hoorplicht; algemene beginselen van behoorlijk bestuur; schadevergoeding ex artikel 8:88 e.v. Awb; vergoeding van immateriële schade; proceskostenvergoeding, beroepsmatig verleende
De inspecteur is bij het vaststellen van de aanslagen IB/PVV en Zvw 2014 afgeweken van de ingediende aangiften van belanghebbenden en heeft de winst uit onderneming voor elk van beiden gecorrigeerd met € 20.000 aan kosten. Belanghebbenden hebben desgevraagd geen enkel inzicht geg
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Tussen de gemachtigde van eiseres en verweerder heeft een discussie plaatsgevonden over de vormgeving van de uitoefening van het hoorrecht, en het daaraan gekoppelde inzagerecht. Die discussie is op niets uitgelopen. Verweerder heeft steeds vastgehouden aan zijn voorstel voor de
Tussen de gemachtigde van eiseres en verweerder heeft een discussie plaatsgevonden over de vormgeving van de uitoefening van het hoorrecht, en het daaraan gekoppelde inzagerecht. Die discussie is op niets uitgelopen. Verweerder heeft steeds vastgehouden aan zijn voorstel voor de
VPB 2008, 2009, 2010 en 2011. Art. 10d (oud) Wet VPB 1969. De stelling van belanghebbende dat zij aan de behandeling van aangiften van voorgaande jaren het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat zij voor de aangiften over de jaren 2008 – 2011 het tegenbewijs van artikel 10d van de W
Toezendplicht in bezwaar op grond van art. 40 Wet WOZ, vergelijkingsmethode, voldoende rekening gehouden met de staat van de onroerende zaak, indexatie voldoende inzichtelijk gemaakt, kapitalisatiefactor voldoende onderbouwd, beroep gegrond.
Wet WOZ. Waardering van een woning op basis van de vergelijkingsmethode. Toesturen van stukken in de bezwaarfase. Op grond van artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb heeft verweerder deze verplichting. Voldoende rekening gehouden met het voorzieningenniveau van de onroerende zaak.
Niet voldaan aan Black Box arrest. Proceskosten verminderen.
Wet WOZ. Eiser is in beroep gekomen wegens het niet toesturen van stukken in de bezwaarfase en een volgens hem te hoge WOZ-waarde. Verweerder stelt (op grond van werkafspraken) dat dit niet nodig was. De rechtbank oordeelt aan de hand van artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb dat
De rechtbank is niet verplicht tot het stellen van prejudiciële vragen. Bij de toepassing van artikel 110 VWEU komt het er op aan om vast te stellen dat op een uit een andere lidstaat afkomstig motorvoertuig dat in Nederland gebruik gaat maken van de weg, niet méér BPM rust dan d
WIA en ZW
Verweerder heeft de WOZ-waarde aannemelijk gemaakt. In het door eiser overgelegde taxatierapport ziet de rechtbank geen grond om tot een ander oordeel te komen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat een verlaging van de waarde gerechtvaardigd is.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Art. 6:17, 7:4 en 8:42, lid 1, Awb; art. 27e, lid 1, en artikel 27h, lid 2, AWR. Geen schending inzage- en hoorrecht. Omkering en verzwaring bewijslast. Aanslagen zijn (na standpuntwijziging ter zitting in hoger beroep van de Inspecteur) op een redelijke schatting gebaseerd. Bela
Informatiebeschikking. Informeel verschoningsrecht en fair-playbeginsel. Integrale proceskostenvergoeding. Belanghebbende participeert via haar dochtervennootschap in een scheepvaart C.V. om gebruik te maken van de tijdelijke willekeurige afschrijvingsfaciliteit. In het kader van
In geschil is de woz waarde per 1 januari 2018, de rechtbank oordeelt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Voorts is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van schending van het motiveringsbeginsel. Het beroep is ongegrond.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.