Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; Heffingsambtenaar heeft toezendplicht geschonden. Artikel 17 Wet WOZ; ter zitting van het Hof overeenstemming over waarde van woning. Artikel 4:103 Awb; wettelijke rente. Artikel 8:88 Awb; verzoek om schadevergoeding. Redelijke termijn is in bezwaar- e
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Ondanks het niet verstrekken van de secundaire objectgegevens in de bezwaarfase leidt dit, vanwege de gemaakte werkafspraken tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar, niet tot een proceskostenvergoeding.
Fiscaal procesrecht: reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb. WOZ: de waarde van de woning wordt in goede justitie vastgesteld.
Artikel 7:4, lid 2, Awb. Op de zaak betrekking hebbende stukken in bezwaar. De omvang van de op de zaak betrekking hebbende stukken laat zich begrenzen door hetgeen in de bezwaarfase tussen partijen in geschil is. WOZ-beschikking. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt da
WOZ-waarde bouwmarkt. Waarde niet te hoog vastgesteld. Schending toezendplicht artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Het hoger beroep is gegrond.
Art. 40 Wet WOZ. Geen schending van de toezendplicht. Art. 8:42 Awb. Heffingsambtenaar hoeft niet meer stukken over te leggen dan hij heeft gedaan. Geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Verschil met de woning van meer dan één punt op een bepaalde
Artt. 6:17, 6:22, 7:4, lid 4, 7:12 en 8:42 Awb, artt. 30a, lid 2 en 4, 40, lid 2, Wet WOZ en art. 19, lid 1, VEU. Motiveringsbeginsel niet geschonden. Art. 19, lid 1, VEU niet van toepassing. Waarde van de woning niet te hoog vastgesteld. Schending informatieverplichting omdat gr
Wet WOZ. Het hof oordeelt dat: (1) geen sprake is van een schending van artikel 6:17 Awb en/of artikel 7:4, lid 4, Awb en/of artikel 40, lid 2, Wet WOZ, (2) geen sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel en (3) de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoger beroep
Wet WOZ. Het hof oordeelt dat: (1) geen sprake is van een schending van artikel 6:17 Awb en/of artikel 7:4, lid 4, Awb en/of (betreffende iWOZ-gegevens en bouwtekeningen) artikel 8:42 Awb, (2) geen sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel en (3) de WOZ-waarde niet
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Artikel 40 Wet WOZ en artikel 7:4 Awb. In geschil is of de heffingsambtenaar de door belanghebbende gevraagde stukken had moeten toezenden en of het inzagerecht is geschonden. Het hof beantwoordt beide vragen ontkennend.
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden.
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 Wet WOZ. Toezendplicht op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoorplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vas
Aanslag leges. Belanghebbende heeft niet verzocht om gehoord te worden. De hoorplicht is daarom niet geschonden. De aanslag leges voor het verstrekken van kopieën is terecht opgelegd. De heffingsambtenaar mag op grond van artikel 7:4, lid 4, Awb en de van toepassing zijnde verord
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden. Deze verplichting vloeit evenmin voort uit de tussen de gemachtigde en de Heffingsambtena
Art. 22 Wet WOZ; Waarde galerijflat; Art. 7:4 Awb; Schending inzagerecht; Geen aanleiding om zaak terug te wijzen naar de Heffingsambtenaar; Verzoek toezending stukken; Gelijkheidsbeginsel; Omgevingsfactoren; Geen sprake van identieke woningen; Ieder jaar staat op zich.
Inkomstenbelasting. Geen zelfstandig recht op toezending van stukken in de bezwaarfase. Het staat inspecteur in beginsel vrij om in (hoger) beroep nieuwe verweren aan te voeren. Geen vooruitbetaling, afkoop of verrekening van partneralimentatie. Verrekening van een hoofdvordering
WOZ-beschikking woning. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerde leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep is ongegrond.
Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Artikel 7:4, lid 4, AWB en artikel 40 Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Geen schending van de toezendplicht. Geen schending van grondrechten of algemene begin
Geen schending van het recht op inzage in de bezwaarfase en geen schending van het motiveringsbeginsel. Het belastbare feit is iedere lediging van een afvalcontainer. De container is op drie data tweemaal aangeboden en tweemaal geleegd. De container zou volgens belanghebbende doo
Het hof twijfelde aan de machtiging en heeft belanghebbende aangeschreven. Belanghebbende zelf heeft bevestigd dat hij de gemachtigde heeft gemachtigd. Het hoger beroep is ontvankelijk. Geen schending van artikel 40, lid WOZ en de WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld.
WOZ-waarde bouwmarkt. Waarde niet te hoog vastgesteld. Schending toezendplicht artikel 40, lid 2, Wet WOZ. Het hoger beroep is gegrond.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.