Artikel 8:29 en 8:42 Awb. Op de zaak betrekking hebbende stukken. KB-Lux rekening? Aanhouding.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Wet Woz. Waardevaststelling woning. Rioolheffing. Opbrengstlimiet.
WOZ-waarde woning. Overlegging op de zaak betrekking hebbende stukken. De heffingsambtenaar maakt aannemelijk dat de beschikte waarde niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
Artikel 17, lid 2, Wet WOZ. Toezendplicht bezwaarfase, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, eigen verkoopcijfer, erfpachtcorrectie. De Heffingsambtenaar heeft, niettegenstaande hetgeen belanghebbende hiertegen heeft aangevoerd, aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woni
WOZ. De heffingsambtenaar verstrekt het taxatieverslag in de bezwaarfase. Het Hof verwerpt de grief van belanghebbende dat de heffingsambtenaar zijn verplichtingen ingevolge artikel 6:17 Awb, artikel 7:4 Awb en artikel 40, lid 2, Wet WOZ niet is nagekomen. Verwijzing naar ECLI:NL
Eiser is in beroep gekomen wegens het niet toesturen van stukken in de bezwaarfase en een volgens hem te hoge WOZ-waarde. Verweerder stelt (op grond van werkafspraken) dat dit niet nodig was. De rechtbank oordeelt aan de hand van artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb dat verweerd
Parkeerbelasting; van belanghebbende die zich erop beroept dat sprake is geweest van in- en uitstappen, kan op zijn minst worden gevergd dat hij nader concretiseert wat de redengevende feiten en omstandigheden waren die tot deze conclusie nopen. Nu hij dit niet heeft gedaan moet
Dit is de tweede conclusie in de zogenoemde tipgeverszaak. Het gaat hier om het cassatieberoep van de getuigen tegen de (eind)uitspraak van het Hof. De Inspecteur heeft aan erflater onder meer navorderingsaanslagen in de IB/PVV over de jaren 1997 en 1999 t/m 2007 en vergrijpboet
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Art. 14 EVRM; 1 EP EVRM; 3:4, lid 2 Awb. Verzoek uitstel zitting afgewezen door Rechtbank. Wet WOZ en OZB niet in strijd met het recht op ongestoord eigendom, noch met het verbod van discriminatie, noch met het evenredigheidsbeginsel. Berekeningswijze WOZ-waarde niet geheim gehou
Aanslag watersysteemheffing. Belanghebbende heeft geen procesbelang bij stelling over strijd met artikel 131 Waterschapswet, omdat WOZ-beschikking inmiddels onherroepelijk is. De heffingsambtenaar heeft voldoende inzicht gegeven in de geraamde lasten en baten. De opbrengstlimiet
Art. 22 Wet WOZ, art. 40, lid 2, Wet WOZ. WOZ woning. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar gevraagd uiterlijk in de uitspraak op bezwaar de grondstaffel en KOUDV-factoren op te nemen. Heeft de heffingsambtenaar art. 40, lid 2, Wet WOZ geschonden door deze pas bij het verweer
Fiscaal procesrecht: reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb. WOZ: de waarde van de woning wordt in goede justitie vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft niet in strijd met artikel 131 Waterschapswet gehandeld. De uitspraak op bezwaar met betrekking de aanslag watersysteemheffing staat in hetzelfde geschrift als de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de WOZ-beschikking.
Gemeenschappelijk bijlage bij de conclusies: 16/04237 (ECLI:NL:PHR:2017:977) 16/04325 (ECLI:NL:PHR:2017:1001) 16/04497 (ECLI:NL:PHR:2017:1008) 16/05120 (ECLI:NL:PHR:2017:1016) 17/00879 (ECLI:NL:PHR:2017:1040) 17/01448 (ECLI:NL:PHR:2017:1051) 17/02730 (ECLI:NL:PHR:2017:1036)
WOZ. Waarde woning. Toekenning vergoeding van immateriële schade en proceskosten. Verstrekken gegevens door de heffingsambtenaar. Griffierecht.
Art. 8:115, lid 1, letter b, Awb; art. 8:42 Awb; geruisloze doorschuiving ex art. 3.63 Wet IB 2001; verzuimboete (art. 67a AWR); integrale proceskostenvergoeding (art. 2, lid 3, Bpb)? Geen terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank. Belanghebbende en zijn echtgenote kunnen eenzi
Art. 8:115, lid 1, letter b, Awb; art. 8:42 Awb; geruisloze doorschuiving ex art. 3.63 Wet IB 2001; verzuimboete (art. 67a AWR); integrale proceskostenvergoeding (art. 2, lid 3, Bpb)? Geen terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank. Belanghebbende en haar echtgenoot kunnen eenzi
Aanslagen IB/PVV 2018. Naar het oordeel van het hof is de inspecteur terecht uitgegaan van het door belanghebbende ontvangen bedrag volgens de jaaropgave en heeft belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het inkomen onjuist zou zijn vastgesteld. Het hof acht artikel 8:42
WOZ woning; kostenvergoeding.
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Parkeerbelasting. De in beroepsfase overgelegde stukken vormen geen 'op de zaak betrekking hebbende stukken' in de zin van 7:4 lid 2 Awb. Heffingsambtenaar heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast om aannemelijk te maken dat aan belanghebbende voldoende kenbaar is gemaakt
Wet Woz. Toezendplicht gegevens. Proceskostenvergoeding.
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 17 oktober 2025 in de zaken: 23/04269 ECLI:NL:PHR:2025:1122 , 24/03057 ECLI:NL:PHR:2025:1127 , 24/03073 ECLI:NL:PHR:2025:1123 , 24/03111 ECLI:NL:PHR:2025:1124 , en 24/03415 ECLI:NL:PHR:2025:1125
Wet waardering onroerende zaken; artikel 40 Wet WOZ; werkafspraken in relatie tot artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht