WOZ. De heffingsambtenaar verstrekt het taxatieverslag in de bezwaarfase. Het Hof verwerpt de grief van belanghebbende dat de heffingsambtenaar zijn verplichtingen ingevolge artikel 6:17 Awb, artikel 7:4 Awb en artikel 40, lid 2, Wet WOZ niet is nagekomen. Verwijzing naar ECLI:NL
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:4 Awb
Genoemd in 470 uitspraken · Officiële wettekst
470 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Tussen de gemachtigde van eiseres en verweerder heeft een discussie plaatsgevonden over de vormgeving van de uitoefening van het hoorrecht, en het daaraan gekoppelde inzagerecht. Die discussie is op niets uitgelopen. Verweerder heeft steeds vastgehouden aan zijn voorstel voor de
Tussen de gemachtigde van eiseres en verweerder heeft een discussie plaatsgevonden over de vormgeving van de uitoefening van het hoorrecht, en het daaraan gekoppelde inzagerecht. Die discussie is op niets uitgelopen. Verweerder heeft steeds vastgehouden aan zijn voorstel voor de
VPB 2008, 2009, 2010 en 2011. Art. 10d (oud) Wet VPB 1969. De stelling van belanghebbende dat zij aan de behandeling van aangiften van voorgaande jaren het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat zij voor de aangiften over de jaren 2008 – 2011 het tegenbewijs van artikel 10d van de W
Wet WOZ. Eiser is in beroep gekomen wegens het niet toesturen van stukken in de bezwaarfase en een volgens hem te hoge WOZ-waarde. Verweerder stelt (op grond van werkafspraken) dat dit niet nodig was. De rechtbank oordeelt aan de hand van artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb dat
De rechtbank is niet verplicht tot het stellen van prejudiciële vragen. Bij de toepassing van artikel 110 VWEU komt het er op aan om vast te stellen dat op een uit een andere lidstaat afkomstig motorvoertuig dat in Nederland gebruik gaat maken van de weg, niet méér BPM rust dan d
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Informatiebeschikking. Informeel verschoningsrecht en fair-playbeginsel. Integrale proceskostenvergoeding. Belanghebbende participeert via haar dochtervennootschap in een scheepvaart C.V. om gebruik te maken van de tijdelijke willekeurige afschrijvingsfaciliteit. In het kader van
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
De rechtbank oordeelt dat in deze BPM-zaken de kentekengegevens op de zaak betrekking hebbende stukken zijn die verweerder in bezwaar ter inzage had moeten geven aan eiser. Nu verweerder dat niet gedaan heeft is eisers inzagerecht geschonden. Omdat verweerder de kentekengegevens
WOZ. Verstrekking stukken in bezwaarfase. Artikel 6:17 Awb en artikel 40 van de Wet WOZ gaan niet zover dat op verweerder de verplichting rust om in de bezwaarfase stukken toe te zenden aan (de gemachtigde van) eiser. Betreft passief inzagerecht. De grondstaffel en de KOUDV- en l
Woz, beroep ongegrond. Verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen, want geen nadeel ondervonden van schending artikel 7:4, tweede lid Awb. De rechtbank passeert dit gebrek met 6:22 Awb.
Naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing en verzuimboete. Controle bunkertanks schip. Gehalte Solvent Yellow. De rechtbank overweegt dat zij geen aanleiding ziet om de monsterneming en de analyses van het Douanelaboratorium buiten beschouwing te laten. Daarmee staat vast dat
WOZ - inzage stukken - gegrond - terugverwijzen
Blh heeft niet aannemelijk gemaakt dat de auto geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer is gebruikt, nu zij noch ten tijde van de controle door de Belastingdienst, noch nadien in bezwaar of beroep rittenstaten van de auto heeft overgelegd of enig ander bewijs op grond waarvan k
Wet Woz. Toestandsdatum. Sprake van een bijzondere omstandigheid? Waarderingsuitzondering voor waterverdedigingswerken. Waarderingsuitzondering ziet uitsluitend op onroerende zaken die zijn gelegen in het waterstaatswerk en niet op de daarnaast gelegen zones.
Juiste tenaamstelling aanslagen watersysteemheffing. Terecht tarief voor natuurterrein toegepast. Geen strijd met artikel 1 EP bij het EVRM. Aanslagen zijn tijdig - binnen drie jaar na ontstaan belastingschuld - opgelegd (artikel 11, lid 3, AWR).
Aanslag watersysteemheffing. Hoor- en inzagerecht. Erfgenamen en juistheid tenaamstelling aanslag. Opgelegd binnen een termijn van 3 jaar als bedoeld in art. 11 lid 3 AWR. Juistheid toegepast tarief.
Omzetbelasting. Naheffingsaanslag. Toepassing nultarief niet toegestaan bij intracommunautaire levering van gebruikte (auto)materialen, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de goederen zijn vervoerd naar België. Verwerping beroep op het Besluit van 1 oktober 20
omzetbelasting (geen vrijstelling voor oogmeting) Belanghebbende houdt zich bezig met de handel in brillen en contactlenzen, met name gericht op mensen met dyslexie. In dat kader worden ook (tegen betaling) oogmetingen verricht. Volgens de rechtbank is de medische vrijstelling ni
Informatiebeschikking (art. 52a AWR). Zorgvuldigheidsbeginsel. Ex tunc of ex nunc-toets in de bezwaarfase? Partiële herziening informatiebeschikking. Termijnstelling ex art. 27e, lid 2, AWR. De omstandigheid dat niet vooraf kenbaar is gemaakt dat tot het nemen een informatiebesch
Voorlopige voorziening. Verzoek om voorlopige voorziening wegens verzoek van belanghebbende om een tweede inzage in zijn dossier is kennelijk ongegrond. In het systeem van de Awb heeft belanghebbende eenmaal recht op inzage. De stelling dat de inspecteur in de beroepsprocedures n
Inkomstenbelasting 2001-2006, stukken van het geding, omkering bewijslast, motiveringsvereiste, schending hoorplicht, navorderingstermijn, termijn boeteoplegging (artikel 67e, derde lid Awr), schending verdedigingsbeginsel Sopropé, werkelijke proceskosten, immateriële schadevergo
Omzetbelasting 2002-2006, stukken van het geding, omkering bewijslast, motiveringsvereiste, schending hoorplicht, termijn boeteoplegging (artikel 67f, vijfde lid, Awr), schending verdedigingsbeginsel Sopropé, werkelijke proceskosten, immateriële schadevergoeding. Rechtbank verkla
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 11/04625 naar aanleiding van het beroep in cassatie van X, belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 september 2011, nr. BK-09/00330, LJN BW3605. Belanghebbende was lid va