Slechts in noodgeval mag van de vluchtstrook gebruik worden gemaakt. Het ontwijken van een file is geen noodgeval als bedoeld in art. 43 RVV 1990. In casu geen strijd met gelijkheidsbeginsel. Anders dan de betrokkene wil verbindt de wet aan overschrijding van de beslistermijn van
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:24 Awb
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Roodlichtgedraging. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de op de foto’s weergegeven snelheid. Gelet op de gereden snelheid en de positie van het voertuig acht het hof het niet aannemelijk dat het voertuig voor het rood licht uitstralende verkeerslic
Niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden. Door de betrokkene is een beroep gedaan op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 8 december 2008 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:EU:C:2008:746, ook wel de Sopropé-zaak genoemd
Dwangsom verschuldigd. Dat de beslistermijn nog niet zou zijn verstreken en de ingebrekestelling prematuur zou zijn geweest is de kantonrechter uit het dossier en ter zitting niet gebleken. Nu het beroep uitsluitend doel treft op het punt van de dwangsom, wordt geen proceskostenv
Wahv. De mogelijkheid om het administratief beroep schriftelijk aan te vullen is geen gelijkwaardige vervanging van de mogelijkheid (telefonisch) te worden gehoord. Dat de CVOM te maken heeft met beperkte capaciteit en een hoge instroom acht de kantonrechter onvoldoende om van he
Beroep i.v.m. niet tijdig beslissen. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg (prematuur) is ingediend.
1. Roodlichtgedraging. Ook als het verkeerslicht pas rood licht is gaan uitstralen op het moment dat de achterzijde van het voertuig dat licht passeert, is de gedraging verricht. 2. Dwangsom. Als de officier van justitie binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling een
Wahv. Dwangsom. De kantonrechter stelt vast dat door het Parket CVOM een brief aan gemachtigde is verstuurd omdat in het beroepschrift informatie ontbrak, namelijk de reden van het te laat indienen van het beroepschrift en ook de volledige gronden van het beroep. Voor het aanvull
Wahv. Dwangsom. Gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2020 brengt een redelijke uitleg van artikel 7:24 Awb met zich mee dat de beslistermijn ook wordt opgeschort gedurende een op verzoek verleende termijn voor het aanvullen van de beroepsgronde
Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.
Mulder. Betrokkene is niet staandegehouden vanwege de richtlijnen die bij de politie golden vanwege corona. Ambtsedig en gedetailleerd proces-verbaal voldoende om gedraging vast te stellen. Sanctionering op kenteken.
De officier van justitie had bij het verstrekken van de op de zaak betrekking hebbende stukken ook de aankondiging van beschikking moeten toezenden, nu de foto’s van de gedraging onderdeel zijn van dat document en door de ambtenaar zijn gebruikt bij het opleggen van de sanctie. D
De kantonrechter heeft tweemaal beslist op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Nu de 'eerste' beslissing van de kantonrechter niet door enige rechterlijke uitspraak was vernietigd, had de kantonrechter niet een nieuwe beslissing mogen nemen op dit beroep.
Dwangsom. Ook in het geval het beroepschrift niet voldoet aan de in artikel 6 WAHV en artikel 6:5 Awb opgenomen eisen, is de officier van justitie gehouden te beslissen op het beroepschrift. De officier van justitie heeft geen mogelijkheid een beroepschrift buiten behandeling te
wet dwangsom, beroep niet-ontvankelijk De rechtbank stelt vast dat verweerder, in tegenstelling tot wat eiseres stelt, niet te laat heeft beslist op het administratief beroep Immers op grond van artikel 7:24 van de Awb, zoals deze geldt sinds de inwerkingtreding van de Wet dwangs
art. 14 WAHV; Officier van Justitie heeft niet binnen de in art. 7: 24, eerste lid, Awb beslist op het beroep. De wet verbindt aan overschrijding van deze termijn niet het gevolg dat de inleidende beschikking wordt vernietigd. Een overschrijding van deze termijn laat onverlet dat
Verzoek om proceskosten in hoger beroep is afgewezen, omdat de gemachtigde van de betrokkene de kantonrechter heeft misleid, waardoor de in hoger beroep gemaakte proceskosten nodeloos c.q. op oneigenlijke wijze zijn gegenereerd. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt in casu niet.
-
-
-
-