WAHV - als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden - ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:18 Awb
Genoemd in 51 uitspraken · Officiële wettekst
51 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
WAHV - voertuig laten staan in park, plantsoen openbare beplanting of groenstroken. De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd
WAHV. Enkel aangeven van twijfel m.b.t. ijking meetapparatuur of bevoegdheid verbalisant geeft geen aanleiding tot onderzoek hiernaar. In het licht van recente jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de verklaring van verbalisant dat hij een eenmanscontrole uitvoe
Informatieplicht officier van justitie. Een document dat niet bij de oplegging van de sanctie of bij de beoordeling van het beroep is gebruikt, is in de regel geen op de zaak betrekking hebbend stuk.
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd voor parkeren in strijd met de vergunningsvoorwaarden, terwijl feitelijk sprake was van parkeren zonder vergunning. Het hof wijzigt de feitcode.
De advocaat-generaal heeft een certificaat ingebracht om aan te tonen dat de ambtenaar vaardig was om de meetapparatuur te bedienen. De gedraging blijkt echter met een ander type apparaat te zijn geconstateerd. Nu de advocaat-generaal de onduidelijkheid op dit punt niet heeft opg
Informatieplicht officier van justitie ex. artikel 7:18 Awb. De officier van justitie heeft bij de beslissing op het beroep een proces-verbaal geraadpleegd, waarmee dit een op de zaak betrekking hebbend stuk is geworden. Als om de stukken is verzocht, moeten aanvullende stukken w
Artikel 7:18, vierde lid, Awb. De officier van justitie heeft een proces-verbaal aan de stukken toegevoegd zonder de gemachtigde, die om stukken had gevraagd, daarvan een kopie toe te sturen. Daarmee is de officier van justitie tekortgeschoten in zijn informatieplicht.
Informatieplicht officier van justitie ex. artikel 7:18 Awb. De betrokkene heeft gevraagd om ‘(lopende) beelden’ van de gedraging. De officier van justitie had de foto’s moeten toesturen.
De officier van justitie had bij het verstrekken van de op de zaak betrekking hebbende stukken ook de aankondiging van beschikking moeten toezenden, nu de foto’s van de gedraging onderdeel zijn van dat document en door de ambtenaar zijn gebruikt bij het opleggen van de sanctie. D
De kantonrechter heeft tweemaal beslist op het beroep van de betrokkene. Nu de eerste beslissing van de kantonrechter niet door enige rechterlijke uitspraak was vernietigd, kon de kantonrechter niet met voorbijgaan aan deze beslissing opnieuw op het beroep beslissen. De tweede be
.
De gemachtigde is niet behoorlijk in de gelegenheid gesteld om zijn verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. De in deze zaak resterende termijn van 10 dagen kan niet als redelijk worden beschouwd.
Een klacht in het beroepschrift over het ontbreken van bewijs is - anders dan het hof eerder heeft geoordeeld - geen verzoek om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:18, vierde lid, Awb
Proceskosten. Het verzoek om wegingsfactor 1 te hanteren omdat het een Duits-Nederlandse zaak is en de gemachtigde meer tijd nodig heeft voor proceshandelingen in verband met vertalingen, wordt afgewezen. Het hof past wegingsfactor 0,5 toe. Proceshandelingen verricht met het oog
Wob, misbruik van recht, machtiging, oproeping
CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 11/04625 naar aanleiding van het beroep in cassatie van X, belanghebbende, tegen de uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 september 2011, nr. BK-09/00330, LJN BW3605. Belanghebbende was lid va
Artikel 8:29 en 8:42 Awb. Gewichtige redenen. Op de zaak betrekking hebbende stukken. Aanhouding.
Beroep bij de officier van justitie niet kennelijk ongegrond. Nu de officier van justitie uit het beroepschrift van de betrokkene niet heeft kunnen afleiden dat hij wenste af te zien van het recht te worden gehoord, heeft de officier van justitie de betrokkene ten onrechte niet g
Aanleg lepelaarspoel Neskaagpolder; afweging ruimtelijke aspecten kan niet plaatsvinden binnen besluitvorming ter zake van waterhuishouding in kader Waterschapswet.
Termijn bekendmaking inleidende beschikking; Wettelijke termijn is vier maanden. In casu is de inleidende beschikking ruim acht maanden na de constatering van de gedraging naar de betrokkene verzonden. De WAHV verbindt geen gevolgen aan overschrijding van de in art. 4, tweede lid
art. 6 EVRM; undue delay in Mulderzaken; Het hof heeft zijn standpunt in deze heroverwogen. Geen beperking meer van de procedure in zijn totaliteit tot 24 maanden. Van de bestuurlijke en rechterlijke autoriteiten mag worden verwacht dat zij een zaak met de nodige voortvarendheid
De betrokkene en zijn gemachtigde zijn niet door de officier van justitie gehoord. Uit de beslissing van de officier van justitie blijkt niet dat er sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond beroep. Derhalve heeft de officier van justitie art. 7:16 Awb
De betrokkene noch haar gemachtigde is gehoord. Geen kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond beroep. Schending art. 7:16 Awb. Verzocht is om toezending van stukken. de officier van justitie heeft ten onrechte geen gevolg gegeven aan dit verzoek. Schending art. 7:18 Awb
-