12 en 13 WAHV. 7:18 Awb. 3 WAHV en 2 BAHV. Uit e-mailcontact van de gemachtigde van de betrokkene met de griffier van de rechtbank blijkt dat er geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is en wordt opgemaakt. Er is gehandeld in strijd met artikel 13, tweede en derd
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:18 Awb
Genoemd in 51 uitspraken · Officiële wettekst
51 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Niet is verzocht om te worden gehoord door de betrokkene, omdat hij gelet op de inadequate tekst op de inleidende beschikking geen gebruik wilde maken van de mogelijkheid om telefonisch te worden gehoord en veronderstelde dat een hoorzitting in persoon zou plaatsvinden. Telefonis
Informatieplicht officier van justitie ex. artikel 7:18 Awb. In de beslissing van de officier van justitie wordt verwezen naar een bijgevoegd ijkrapport. Dit rapport is gebruikt bij de beoordeling van het beroep, zodat het een op de zaak betrekking hebbend stuk is geworden. Als o
Een redelijke uitleg van artikel 7:18, vierde lid, Awb brengt mee dat de officier van justitie nieuwe of aanvullende op de zaak betrekking hebbende stukken die hij ontvangt voordat op het beroep is beslist, moet toezenden aan de indiener van het beroepschrift als om de stukken is
De in het kader van de Wob verzochte stukken van de ijking en snelheidsmetingen van andere voertuigen, zijn geen op de zaak betrekking hebbende stukken a.b.i. 7:18, vierde lid, Awb
Aan betrokkene zijn meerdere boetes opgelegd voor het met de bromfiets rijden in de Cuyperspassage. De boetes zijn terecht opgelegd, maar gelet op de aangevoerde omstandigheden en dat aan betrokkene in korte tijd vier boetes voor dezelfde soort gedraging op dezelfde pleeglocatie
beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding
Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Ongegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding.
WAHV - voertuig laten staan in park, plantsoen openbare beplanting of groenstroken. De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd
Aan betrokkene is een sanctie opgelegd voor parkeren in strijd met de vergunningsvoorwaarden, terwijl feitelijk sprake was van parkeren zonder vergunning. Het hof wijzigt de feitcode.
De advocaat-generaal heeft een certificaat ingebracht om aan te tonen dat de ambtenaar vaardig was om de meetapparatuur te bedienen. De gedraging blijkt echter met een ander type apparaat te zijn geconstateerd. Nu de advocaat-generaal de onduidelijkheid op dit punt niet heeft opg
Informatieplicht officier van justitie ex. artikel 7:18 Awb. De officier van justitie heeft bij de beslissing op het beroep een proces-verbaal geraadpleegd, waarmee dit een op de zaak betrekking hebbend stuk is geworden. Als om de stukken is verzocht, moeten aanvullende stukken w
Artikel 7:18, vierde lid, Awb. De officier van justitie heeft een proces-verbaal aan de stukken toegevoegd zonder de gemachtigde, die om stukken had gevraagd, daarvan een kopie toe te sturen. Daarmee is de officier van justitie tekortgeschoten in zijn informatieplicht.
Informatieplicht officier van justitie ex. artikel 7:18 Awb. De betrokkene heeft gevraagd om ‘(lopende) beelden’ van de gedraging. De officier van justitie had de foto’s moeten toesturen.
De kantonrechter heeft tweemaal beslist op het beroep van de betrokkene. Nu de eerste beslissing van de kantonrechter niet door enige rechterlijke uitspraak was vernietigd, kon de kantonrechter niet met voorbijgaan aan deze beslissing opnieuw op het beroep beslissen. De tweede be
De gemachtigde is niet behoorlijk in de gelegenheid gesteld om zijn verzuim de gronden van het beroep op te geven te herstellen. De in deze zaak resterende termijn van 10 dagen kan niet als redelijk worden beschouwd.
Een klacht in het beroepschrift over het ontbreken van bewijs is - anders dan het hof eerder heeft geoordeeld - geen verzoek om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:18, vierde lid, Awb
Proceskosten. Het verzoek om wegingsfactor 1 te hanteren omdat het een Duits-Nederlandse zaak is en de gemachtigde meer tijd nodig heeft voor proceshandelingen in verband met vertalingen, wordt afgewezen. Het hof past wegingsfactor 0,5 toe. Proceshandelingen verricht met het oog
Termijn bekendmaking inleidende beschikking; Wettelijke termijn is vier maanden. In casu is de inleidende beschikking ruim acht maanden na de constatering van de gedraging naar de betrokkene verzonden. De WAHV verbindt geen gevolgen aan overschrijding van de in art. 4, tweede lid
-