Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:10 Awb
Genoemd in 292 uitspraken · Officiële wettekst
292 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?
Eiser is in 2010 werkzaam geweest op een schip en is aan te merken als een Rijnvarende in de zin van het Rijnvarendenverdrag en de Rijnvarendenovereenkomst. Eiser is in 2010 werkzaam geweest voor een Luxemburgse vennootschap. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van de premieheff
Eiser is van 1 januari 2011 tot en met 31 augustus 2011 werkzaam geweest op een schip en aan te merken als Rijnvarende in de zin van de Rijnvarendenovereenkomst. In deze periode is eiser werkzaam geweest voor een Luxemburgse vennootschap. Eiser heeft voor deze periode verzocht om
Eiser is in 2011 werkzaam geweest op een schip en aan te merken als een Rijnvarende in de zin van het Rijnvarendenverdrag en de Rijnvarendenovereenkomst. Eiser is vanaf 1 januari 2011 tot en met 31 juli 2011 werkzaam geweest voor een Luxemburgse en vanaf 31 juli 2011 voor een Zwi
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een woonboerderij. Bij de boerderij horen twee stallen, waarin een bed & breakfast (B&B) wordt geëxploiteerd. Belanghebbende is tevens eigenaar van een pipowagen. In geschil is of de heffingsambtenaar een dwangsom heeft verbeurd wegens
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
In deze zaak ligt ter beoordeling voor of de rechtbank de beroepen ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op het bezwaar, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. het Hof gaat daarbij onder andere in op de vraag wanneer de termijn voor het doen van uitspraak is
Verzekeringsplicht Rijnvarende. Belanghebbende woont in Nederland en werkt in 2012 in loondienst voor een werkgever in Luxemburg. Rijnvarendenovereenkomst van toepassing. In het geval op de Rijnvaartverklaring geen exploitant is vermeld, moet ervan worden uitgegaan – behoudens te
IB/PVV. Box 3. Verhuurd winkelpand. Waarde.
Belanghebbende krijgt geen dwangsom toegekend, hoorplicht wordt geacht niet te zijn geschonden en de WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld Op 14 augustus 2014 ontvangt de Heffingsambtenaar een bezwaarschrift van belanghebbende gericht tegen de waardebeschikking en de aanslag WOZ
Onrechtmatige overheidsdaad. Beoordeling rechtmatigheid overschrijding wettelijke beslistermijn; maatstaf. Opschorting beslistermijn op de voet van art. 31 Wet Bibob. Afwachten van Bibob-advies onzorgvuldig? Onbenutte bevoegdheid tot verdaging beslistermijn relevant? Voor aanspra
De rechtbank oordeelt dat het verweer niet onbevoegdelijk is opgesteld en dat vertegenwoordiging van verweerder door mr. Binnerts een gegeven is. Volgens de rechtbank eindigde de beslistermijn van het bezwaar op 18 augustus 2010. Eiser heeft verweerder op goede gronden in gebreke
Projectontwikkelaar Buytenhof spreekt de gemeente aan. De gemeente zou onrechtmatig hebben gehandeld ten eerste omdat ze omwonenden heeft opgeroepen bezwaar te maken tegen een door haar zelf aan Buytenhof verleende bouwvergunning voor de bouw van twee woningen, ten tweede door te
Wet goederenvervoer over de weg Communautaire vergunning
- op verzoek van belanghebbende wordt de zaak in het openbaar behandeld en wordt de uitspraak niet geanonimiseerd; - partijdigheid behandelend rechter van de rechtbank Haarlem niet aannemelijk gemaakt; - de rechtbank mocht belanghebbendes verzoek om een openbare behandeling afwij