Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:10 Awb
Genoemd in 292 uitspraken · Officiële wettekst
292 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4, Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immater
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immaterië
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
beroep niet tijdig; toerismevrijstelling; bezwaar gegrond; resterend belang
-
Eiseres heeft in 2018 bij de verkoop van haar tandartspraktijk en praktijkpand herinvesteringsreserves gevormd. Volgens eiseres zijn die reserves datzelfde jaar nagenoeg geheel afgeboekt op de aanschaf van onroerend goed in Frankrijk. Volgens de inspecteur is enkel de herinvester
PW
Wet WOZ. Immateriële schadevergoeding. Geen verlenging van de redelijke termijn door de uitbraak van het coronavirus. Geen verlenging van de redelijke termijn in verband met verzoeken om uitstel door de gemachtigde voor de zittingen bij de Rechtbank.
21/1610: ingangsdatum toekenning IVA-uitkering; hoorplicht niet geschonden; geen sprake van te laat beslissen; ontbreken (natte) handtekening. 21/1611: besluit wat valt onder de reikwijdte van artikel 6:3 van de Awb.
Douanerecht. Douanewaarde. Niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van handelsagenten en inkoopcommissies. Dwangsom is verschuldigd nu verweerder niet op tijd heeft verdaagd. Rekening houden met termijn prejudiciele vragen bij schadevergoeding.
Art. 6 AOW. Art. 11, lid 2, Rijnvarendenverdrag. Art. 1, c, en art. 4, lid 2, Rijnvarendenovereenkomst. Premieheffing volksverzekeringen Rijnvarende van 1 januari 2007 t/m 26 september 2007 en 2010 t/m 2012. Exploitant schip is in Nederland gevestigd, de werkgever in Luxemburg. B
Rijnvarende. Na verwijzing HR 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1672. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bezwaar. De instemming met verlenging voor afdoening bezwaar die is verzocht o.g.v. art. 7:15 AWB is geen bijzondere omstandigheid. Uit het dos
Art. 6 AOW. Art. 11, lid 2, Rijnvarendenverdrag. Art. 1, c, en art. 4, lid 2, Rijnvarendenovereenkomst. Premieheffing volksverzekeringen 2010 en 2011 van Rijnvarende. Exploitant schip is in Nederland gevestigd. Werkgever is t/m 31 juli 2011 in Luxemburg en vanaf 1 augustus 2011 i
Overheidsaansprakelijkheid. Verbod exploitatie growshop zonder vergunning. Growshop gesloten zonder toepassing bestuursdwang. Vergunning verleend na overschrijden beslistermijnen. Niet onrechtmatig omdat exploitant belang bij tijdig verlenen vergunning niet kenbaar had gemaakt.
IB/PVV. Proceskostenvergoeding. Immateriële schadevergoeding.
Belanghebbende exploiteert een kappersbedrijf en heeft in een brief getiteld “Inleidend bezwaar- dan wel verzoekschrift” onder meer een verzoek inge-diend vanaf haar oprichting in 2009, of in ieder geval met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016, een fiscale eenheid voor de v
E101-verklaring is bindend. Belanghebbende is Rijnvarende. Op het loon zijn door de werkgever Ltd in Cyprus al sociale verzekeringspremies ingehouden. De Belastingdienst heft premie volksverzekeringen over 2010. De bevoegde Cypriotische autoriteit heeft een zogenaamde E101-verkla
Belanghebbende is Rijnvarende. Op het loon zijn door de werkgever in Luxemburg al sociale verzekeringspremies ingehouden. De Belastingdienst heft premie volksverzekeringen over 2007. Het in het onderhavige jaar (2007) van toepassing zijnde Rijnvarendenverdrag voorziet niet in een
Heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoeding van proceskosten? Is de WOZ-waarde juist vastgesteld?