Geldigheid (per e-mail verzonden) verdagingsbesluit, artikel 7:10, lid 3, Awb, artikelen 3:40 en 3:41, lid 1, Awb, artikel 2:17, lid 1, Awb; aannemelijk maken en (onvoldoende) betwisting verzending e-mail
Algemene wet bestuursrecht
Art. 7:10 Awb
Genoemd in 292 uitspraken · Officiële wettekst
292 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri
Procesrecht; art. 12 Invorderingswet 1990; art. 3 Kostenwet invordering rijksbelastingen; artt. 4:17 en 7:10 Awb; kosten betekening dwangbevel; betwisting verzending aanmaning; tijdstip van ingebrekestelling wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar.
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn van artikel 236, tweede lid
Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 15 maart 2024 in de zaken met de nrs. 23/02244 ECLI:NL:PHR:2024:297 en 23/02561 ECLI:NL:PHR:2024:293
Overschrijding redelijke termijn en art. 7:10, lid 3, Awb; instemming belanghebbende met verder uitstel uitspraak op bezwaar is geen bijzondere omstandigheid; aanhouden bezwaarschrift in verband met prejudiciële vragen.
Boete wegens overtreding van het mededelingsverbod als bedoeld in artikel 5:57, eerste lid, onder a, Wft. Voor de vraag of sprake is van voorwetenschap kan de betrouwbaarheid van de informatiebron mede van belang zijn. De omstandigheid dat de overtreding werd begaan in het kader
De Heffingsambtenaar heeft vlak voor de zitting en daarna ter zitting pas voor het eerst gereageerd op het hoger beroepschrift van belanghebbende en daarbij een aantal stukken ingediend. De stukken en het standpunt van misbruik van recht worden door het Hof buiten beschouwing gel
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01619, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01620. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 was hij in loondienst bij [B] BV. Met ingang van 1 febru
Het Hof is van oordeel dat de forfaitaire rendementsheffing (box 3) in het jaar 2015 niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het Hof heeft daarbij gekeken naar het nominale rendement van risicomijdende beleggingen en concludeert dat in dit jaar weliswaar het
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/01620, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 18/01619. Belanghebbende was in 2013 werkzaam op een binnenschip. Belanghebbende was gedurende het gehele jaar 2013 in loondienst bij [C] Ltd. De SVB heeft op 24 juni 2
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste. Impliciete kenbaarmaking? Heeft belanghebbende kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt? Is schermprint van e-mai
CONCLUSIE: Op woensdag 23 oktober 2013 neemt staatsraad advocaat-generaal Widdershoven voor de eerste keer een conclusie in een bestuursrechtelijk geschil. In mei van dit jaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in samenwerking met de andere hoogste bestuu
Uitspraak na verwijzing. Betekeningskosten dwangbevel. Dwangsom wegens niet tijdig beslissen.
Rijnvarende. Nieuw feit. In geschil is of eiser verplicht verzekerd is in Nederland en of er recht bestaat op vergoeding van immateriële schade.
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak (rijksmonument) waartoe een woonboerderij en een weiland behoren en waarvan een gedeelte wordt geëxploiteerd als bed & breakfast (B&B). Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn van artikel 236, lid
In geschil is of de rechtbank de beroepen van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard; zo ja, of de heffingsambtenaar wegens het niet-tijdig beslissen op de bezwaren tegen de onder 1.1. vermelde beschikkingen en aanslagen een dwangsom verschuldigd is en zo ja, to
Wet dwangsom
Aan (voormalig) v.o.f. opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen over de jaren 2017 en 2018. Overgelegde stukken tardief. Schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Aankondiging van het boekenonderzoek. Bekendmaking van de naheffingsaanslagen (art. 3:40 en 3:4
Rijnvarende. Exploitant schip is in Nederland gevestigd. Werkgever in Luxemburg, resp. Zwitserland. X is in 2011 op grond van Rijnvarendenovereenkomst resp. Rijnvarendenverdrag verzekerd en premieplichtig voor Nederlandse volksverzekeringen. Het schip vaart onder Nederlandse vlag
Rijnvarende. Exploitant schip is in Nederland gevestigd. Werkgever in Luxemburg. X is in 2010 op grond van Rijnvarendenverdrag resp. Rijnvarendenovereenkomst verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Art. 16 ToepassingsVo. (EG) 987/2009 staat niet in de
Rijnvarende. Exploitant schip is in Nederland gevestigd. Werkgever in Luxemburg. X is in 2011 op grond van Rijnvarendenovereenkomst verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. Art. 16 ToepassingsVo. (EG) 987/2009 staat niet in de weg aan bevoegdheid tot pr
Verzekeringsplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen Rijnvarende. Belanghebbende woont in Nederland, werkt op een schip dat, voorzien van een rijnvaarcertificaat van 2010 t/m 2014 vaart in de Rijnoeverstaten. De exploitant van het schip is in Nederland gevestigd, de werkgeve
Hoogte kostenvergoeding bezwaarfase en dwangsom. Het hof oordeelt, onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad ECLI:NL:HR:2013:BZ6822 en ECLI:NL:HR:2015:19, dat ook tegen op één aanslagbiljet vermelde WOZ-beschikkingen van onroerende zaken gelegen binnen twee verschillende ge
Art. 30, lid 9, Wet WOZ, art. 236, lid 2, Gemeentewet, art. 7:10, leden 3 en 4 Awb. Verdaging termijn voor uitspraak op bezwaar. Dwangsom. Art. 6:20, lid 3, Awb, prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen heeft mede betrekking op de alsnog gedane uitspraak op bezwaar. Immateri