Artt. 6:7, 6:8, 6:9, 6:11 en 8:55 Awb. Verzetschrift is te laat ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het verzet is niet ontvankelijk.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:9 Awb
Genoemd in 472 uitspraken · Officiële wettekst
472 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Aanslag afvalstoffenheffing. Beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Bevoegdheid belastingrechter ten aanzien van de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding. Verzoek om schadevergoeding.
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de bezwaarschriften tegen de aanslagen, de beschikkingen heffings- respectievelijk belastingrente en de daarbij opgelegde boetebeschikkingen terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Het hof oordeelt dat sprake is van een niet-versc
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het hof oordeelt dat sprake is van een niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Het beroep van belanghebbende op strijdigheid met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur faa
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Uit de overgelegde printscreens van de heffingsambtenaar kan niet worden afgeleid dat de uitspraak op bezwaar is aangeboden op de door de heffingsambtenaar gestelde datum. Belanghebbende stelt dat hij heeft gehandeld toen de
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
De Inspecteur maakt niet aannemelijk aan welk postvervoerbedrijf hij de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2018 en 2019 heeft aangeboden. Ten aanzien van de aanslag 2018 geldt dat belanghebbende reeds in 2019 een betalingsregeling had getroffen zodat het op 30 september 2020 ingedien
Overheidsaansprakelijkheid. Geschil over tijdigheid van door derde ingediende zienswijze in bestuursrechtelijke procedure. Geen causaal verband tussen (verondersteld) onrechtmatig handelen en schade.
Ontvankelijkheid hoger beroepen. Uit het bewijsrechtelijk uitgangspunt (poststempel) volgt dat belanghebbende het hoger beroepschrift heeft ingediend na afloop van de hoger beroepstermijn. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het poststuk eerder ter post is bezorgd.
Hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat het buiten de hoger beroepstermijn is ingediend. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.
MRB: gebruik weg tijdens schorsing, beroep op overmacht slaagt niet.
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Onderzoek onzorgvuldig. Beroep gegrond. Hoorplicht geschonden. Eiser had bovendien, gezien het tijdsverloop, opnieuw door een verzekeringsarts onderzocht moeten worden.
Mijnbouwschade, fysieke schade. Deze uitspraak gaat over de weerlegging van het wettelijk bewijsvermoeden ex 6:177a BW. De vraag is of verweerder het bewijsvermoeden terecht weerlegd heeft geacht ondanks dat de woning op basis van een verleende bouwvergunning en onder begeleiding
Het hof verklaart het door de inspecteur ingediende hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de hoger beroepstermijn. De inspecteur heeft geen gronden aangevoerd die tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding kunnen leiden.
beroep te laat; niet-ontvankelijk; geen geldige reden
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Conclusie AG. Art. 257e Sv. Verzet tegen strafbeschikking. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzet tardief zou zijn. Ontvangst-of verzendleer? ’s Hofs oordeel dat de datum van ontvangst van het verzetschrift ten parkette bepalend is voor de vaststelling of het verz
Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.
Ontvankelijkheid bezwaar. Art. 6:7 Awb jo. 6:11 Awb. Bewijslastverdeling verzonden stukken. Een vermoeden van ontvangst is naar het oordeel van het hof in dit geval niet gerechtvaardigd. Belanghebbende heeft een brief niet aangetekend en naar een onjuist adres verzonden. Zowel de
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Naheffingsaanslag BPM. Toetsingskader Hoge Raad, ontvankelijkheid bezwaar aanslag en bezwaar boete. ECLI:NL:HR:2019:1102. Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag heeft de inspecteur terecht niet-ontvankelijk verklaard, maar het bezwaar tegen de boetebeschikking is ontvankelijk van
IB 2001. De echtgenote van belanghebbende woont op de Filipijnen en kan niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De regeling in artikel 7.8, lid 6, Wet IB 2001 is niet in strijd met artikel 1 EP, artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR. Dat de Inspec