Termijn indienen beroepschrift, termijn verzoek tot vrijstelling van het griffierecht, verschoonbare termijnoverschrijding, niet-ontvankelijk
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:9 Awb
Genoemd in 472 uitspraken · Officiële wettekst
472 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Uitspraak op verzet. Verlenging termijn in verband met feestdag. Verzet gegrond.
Mondelinge uitspraak. Niet-ontvankelijk. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigt op 15 juni 2023. Het hof ontvangt het hogerberoepschrift op 21 juni 2023. De envelop is door PostNL afgestempeld op 20 juni 2023. Niet aannemelijk dat het hogerberoepschrift tijdig ter
IB/PVV 2017 en 2018. Specifieke zorgkosten (vervoerskosten) De stelling van belanghebbende dat voor het bepalen van het netto besteedbaar inkomen van de maatman rekening moet worden gehouden met de ziektekosten van belanghebbende vindt geen steun in het recht. Het beroep tegen de
Bpm. Ontvankelijkheid hoger beroep. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Bevoegdheid tot naheffen bpm. Geen schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Geen aanpassing CO2-uitstoo
Bpm. Ontvankelijkheid hoger beroep. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Bevoegdheid tot naheffen bpm. Geen schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Geen aanpassing CO2-uitstoo
Naheffingsaanslag bpm. Ontvankelijkheid hoger beroep. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Bevoegdheid tot naheffen bpm. Geen schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Geen aanp
Naheffingsaanslag bpm. Ontvankelijkheid hoger beroep. VWEU. Bevoegdheid van de nationale rechters om het Unierecht uit te leggen. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen. Bevoegdheid tot naheffen bpm. Geen schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel. Geen aanp
IB/PVV. Ontvankelijkheid beroep. Onverschoonbare termijnoverschrijding.
Artikel 6:7 Awb, artikel 22j AWR. Te laat ingediend bezwaar. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hoger beroep ongegrond.
Wahv. Administratief beroep is door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Nu het administratief beroepschrift eerst bij de Sociale Verzekeringsbank is binnengekomen en die het daarna naar het Parket CVOM heeft doorgestuurd, acht de ka
Wet WOZ. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar is buiten de beroepstermijn ontvangen door het hof. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat door een verschrijving in het postbusnummer het hoger beroepschrift door hem retour is ontvangen. De retournering vanwege de onjuiste a
Wet WOZ. Het hoger beroep van de heffingsambtenaar is buiten de beroepstermijn ontvangen door het hof. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat door een verschrijving in het postbusnummer het hoger beroepschrift door hem retour is ontvangen. De retournering vanwege de onjuiste a
BNT, Beroep te laat, tweedagenregel, 6:9 Awb
Uitspraak op bezwaar per aangetekende post verstuurd. Beroep is niet-ontvankelijk.
Art. 6:7 t/m 6:9, 6:15, lid 3, 8:78 en 8:79,lid 1 Awb. Ontvankelijkheid. Het hoger beroep is binnen zes weken na verzending uitspraak aan partijen ontvangen en is derhalve tijdig. De openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank heeft bijna twee maanden na de bekendmaking van
Het geschil betreft de vraag of tijdig bezwaar is aangetekend tegen de aanslag inkomstenbelasting en een boete voor het jaar 2015, en zo nee, of verschoonbaar te laat bezwaar is aangetekend. Daarnaast betreft het geschil of voor het jaar 2016 terecht een verzuimboete is opgelegd
Overheidsaansprakelijkheid. Heeft gemeente onrechtmatig gehandeld door een zienswijze in behandeling te nemen die volgens appellanten te laat was ingediend. Het hof komt tot het oordeel dat - indien ervan uit zou worden gegaan dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld - het ca
Art. 31, lid 1, Wet OB. Bijna-thuis-huis. Belanghebbende heeft voor twee tijdvakken verzoeken om teruggaaf ingediend. Het hof is van oordeel dat de inspecteur beide verzoeken terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende de verzoeken te laat heeft ingediend. Van
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hof acht aannemelijk dat belanghebbende het bezwaarschrift tijdig ter post heeft bezorgd. Verzending van een stuk per post rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst. De inspecteur heeft dit vermoeden niet ontzenuwd.
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Belanghebbende heeft op zijn auto in een parkeerhaven neergezet waar betaald parkeren geldt. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zo dat niet het geval is, is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opg