Artt. 6:17, 7:4, lid 4, 8:42 en 8:115, lid, letter b, Awb, artt. 17, lid 2, 30a, lid 2 en 4, 40, lid 2, Wet WOZ, art. 19, lid 1, VEU en artt. 6 en 13 EVRM. Art. 19, lid 1, VEU niet van toepassing. Belangenafweging bij afwijzing van het verzoek om uitstel van de zitting bij de Rec
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:17 Awb
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Artikel 40, lid 2, Wet WOZ; Heffingsambtenaar heeft toezendplicht geschonden. Artikel 17 Wet WOZ; ter zitting van het Hof overeenstemming over waarde van woning. Artikel 4:103 Awb; wettelijke rente. Artikel 8:88 Awb; verzoek om schadevergoeding. Redelijke termijn is in bezwaar- e
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 en 40 Wet WOZ. Toezendplicht op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoorplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aan de hand van vergelijkingsobjecten aannemelijk gemaakt dat
-
Fiscaal procesrecht: reikwijdte art. 7:4 (4) Awb en art. 40 (2) Wet WOZ juncto art. 6:17 Awb. WOZ: de waarde van de woning wordt in goede justitie vastgesteld.
De UWV heeft door belanghebbende teveel ontvangen ZW-uitkering van hem teruggevorderd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2015 de ZW-uitkering geheel dan wel gedeeltelijk heeft terugbetaald. Niet gesteld of gebleken is dat het UWV de uitkering heeft omgezet
Zelfvervaardigde sieraden zijn niet als kunstvoorwerpen aan te merken
Bijlage: ECLI:NL:PHR:2025:1074 Art. 40(2) Wet WOZ. Art. 6:17 Awb. Hoe begrip “de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde” af te bakenen? Terugkomen van HR BNB 2023/156?
Art. 40 Wet WOZ. Geen schending van de toezendplicht. Art. 8:42 Awb. Heffingsambtenaar hoeft niet meer stukken over te leggen dan hij heeft gedaan. Geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Verschil met de woning van meer dan één punt op een bepaalde
Artt. 6:17, 6:22, 7:4, lid 4, 7:12 en 8:42 Awb, artt. 30a, lid 2 en 4, 40, lid 2, Wet WOZ en art. 19, lid 1, VEU. Motiveringsbeginsel niet geschonden. Art. 19, lid 1, VEU niet van toepassing. Waarde van de woning niet te hoog vastgesteld. Schending informatieverplichting omdat gr
Art. 17 en 40 Wet WOZ; 8:42 Awb Op de zaak betrekking hebbende stukken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De Heffingsambtenaar heeft de door hem vastgestelde waarde aannemelijk gemaakt.
Wet WOZ. Het hof oordeelt dat: (1) geen sprake is van een schending van artikel 6:17 Awb en/of artikel 7:4, lid 4, Awb en/of (betreffende iWOZ-gegevens en bouwtekeningen) artikel 8:42 Awb, (2) geen sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel en (3) de WOZ-waarde niet
Wet WOZ. Het hof oordeelt dat: (1) geen sprake is van een schending van artikel 6:17 Awb en/of artikel 7:4, lid 4, Awb en/of artikel 40, lid 2, Wet WOZ, (2) geen sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel en (3) de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoger beroep
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Art. 17 en 40 Wet WOZ Art. 40 Wet WOZ verplicht de Heffingsambtenaar niet te voldoen aan het in de bezwaarfase gedane verzoek van de gemachtigde om voorafgaand aan het horen bepaalde stukken, of andere informatie, toe te zenden. De uitspraak op bezwaar is deugdelijk gemotiveerd.
Niet-ontvankelijk. In het plaatsingsbesluit heeft het COa besloten om eiser met ingang van 27 augustus 2023 in de HTL te Hoogeveen te plaatsen. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het plaatsingsbesluit en heeft de rechtbank verzocht dit besluit te vernietigen. De rechtbank ziet zi
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden.
Art. 7:4, lid 2 en 8:42, lid 1 Awb; art. 17 en 40 Wet WOZ De Heffingsambtenaar is niet verplicht om voorafgaand aan het hoorgesprek naast het taxatieverslag andere stukken toe te zenden. Hij heeft de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld.
Artikel 6:17 en 7:4 Awb. Artikel 17 Wet WOZ. Toezendplicht op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoorplicht. Heroverweging primair besluit. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vas
Aanslag leges. Belanghebbende heeft niet verzocht om gehoord te worden. De hoorplicht is daarom niet geschonden. De aanslag leges voor het verstrekken van kopieën is terecht opgelegd. De heffingsambtenaar mag op grond van artikel 7:4, lid 4, Awb en de van toepassing zijnde verord
Uit de artikelen 7:4 Awb en 40 Wet WOZ vloeit in de bezwaarfase geen verplichting voor de Heffingsambtenaar voort om voorafgaand aan het hoorgesprek stukken aan belanghebbende toe te zenden. Deze verplichting vloeit evenmin voort uit de tussen de gemachtigde en de Heffingsambtena
IB/PVV en OB. Activiteiten op het gebied van entertainment. Winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking? Omkering en verzwaring van de bewijslast. Redelijke schatting. Vergrijpboetes.
Artikel 7:4 Awb bevat niet de verplichting tot toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase, maar enkel een inzagerecht. Artikel 6:17 Awb brengt hier geen verandering in. De heffingsambtenaar voldoet met de verstrekking van het taxatieverslag aan b
Artikel 7:4 Awb bevat niet de verplichting tot toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de bezwaarfase, maar enkel een inzagerecht. Artikel 6:17 Awb brengt hier geen verandering in. De heffingsambtenaar voldoet met de verstrekking van het taxatieverslag aan b