Aanmaningskosten en betekeningskosten dwangbevelen. Art. 8:42 Awb; aanmaning en dwangbevel op de zaak betrekking hebbende stukken? Artt. 7:2 en 7:3 Awb; hoorplicht geschonden? Artt. 6:7, 6:9 en 6:11 Awb; bezwaar ontvankelijk? Art. 4:16 Awb; dwangsom. Proceskostenvergoeding beroep
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:11 Awb
Genoemd in 875 uitspraken · Officiële wettekst
875 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Het beroep is niet-ontvankelijk omdat de termijn voor het instellen van het beroep is overschreden en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. De rechtbank oordeelt daarom niet over de (inhoudelijke) beroepsgronden.
Wet Woz. Ontvankelijkheid bezwaar. Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn. Geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de belanghebbende immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie.
Wet Woz. Ontvankelijkheid bezwaar. Vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn. Bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot verlenging van de termijn.
Wet Woz. Ontvankelijkheid bezwaar.
Wet Woz. Ontvankelijkheid bezwaar. Vergoeding immateriële schade.
Uitspraak op bezwaar per aangetekende post verstuurd. Beroep is niet-ontvankelijk.
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Zorgverzekeringswet. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Beroep ongegrond.
Ontvankelijkheid, ondanks ontbreken verzendadministratie is het beroep toch niet-ontvankelijk vanwege contra-indicaties, ingebrekestelling valt niet onder reikwijdte 6:15 Awb, geen dwangsom, wel ISV en beperkte PKV.
Wet Wia, verschoonbare termijnoverschrijding bezwaar. Het is aannemelijk dat eiser een beperkt doenvermogen heeft, vanwege het samenstel van fysieke en psychische klachten als gevolg van eisers behandelingen voor zijn ongeneeslijke ziekte. Onder deze omstandigheden en in dit spec
Naheffingsaanslag OB + boete
Naheffingsaanslag omzetbelasting + boete
Belanghebbende is in 2001 verhuisd van Nederland naar Duitsland. Belanghebbende woont vanaf 2005 in de Verenigde Staten. De inspecteur heeft in 2015 een ambtshalve aanslag IB/PVV 2013 met belastingrente en verzuimboete opgelegd en verstuurd naar het laatst bekende adres in Duitsl
Het geschil betreft de vraag of tijdig bezwaar is aangetekend tegen de aanslag inkomstenbelasting en een boete voor het jaar 2015, en zo nee, of verschoonbaar te laat bezwaar is aangetekend. Daarnaast betreft het geschil of voor het jaar 2016 terecht een verzuimboete is opgelegd
Ongegrond. Bezwaren terecht niet-ontvankelijk.
Art. 31, lid 1, Wet OB. Bijna-thuis-huis. Belanghebbende heeft voor twee tijdvakken verzoeken om teruggaaf ingediend. Het hof is van oordeel dat de inspecteur beide verzoeken terecht niet ontvankelijk heeft verklaard, omdat belanghebbende de verzoeken te laat heeft ingediend. Van
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
WOZ, ontvankelijkheid bezwaar
De wijziging van de ingangsdatum van de toeslag van 1 mei 2022 naar 1 augustus 2022 is geen herstel van een fout, maar een herziening van het eerder genomen besluit. Deze herziening met terugwerkende kracht is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en kan niet in stand blijve
Varia. Awb. Wet brp. Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Betreft de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Een ingezetene is zelf verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van de juiste adresgegevens, ook wanneer hij in detentie zit. Beroep ongegro
Belanghebbende is een in [vestigingsplaats] [land] gevestigde vennootschap, die een onroerende zaak in Nederland bezit. In geschil is of de aanslagen Vpb 2010 tot en met 2017 tot stand zijn gekomen, op de juiste wijze bekend zijn gemaakt en of belanghebbende ontvankelijk was in z
Inkomstenbelasting. Aan eiser zijn aanslagen voor 2012, 2013 en 2014 opgelegd. Bij uitspraak buiten zitting van 25 oktober 2016 heeft de rechtbank de daartegen gerichte beroepen niet-ontvankelijk verklaard. In 2022 komt eiser daartegen in verzet en stelt dat de termijnoverschrijd
Belanghebbende heeft op zijn auto in een parkeerhaven neergezet waar betaald parkeren geldt. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zo dat niet het geval is, is in geschil of de naheffingsaanslag terecht is opg
-
Belanghebbende stelt dat hij op een latere datum dan de dagtekening van de uitspraak op bezwaar daarmee bekend is geworden en dat hij ontvankelijk in zijn beroep dient te worden verklaard omdat hij verschoonbaar te laat is geweest. Het hof is van oordeel dat de inspecteur niet aa