Formeel belastingrecht. Artikel 6:10, lid 2, Awb, ECLI:NL:HR:2003:AK8288; belastingaanslagen op naam van ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht; bekendmaking; artikel 6:2, sub b, Awb; artikel 7:1, lid 1, sub f, Awb; niet-tijdig nemen besluit; artikel 4:17 Awb; dwangsom.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 6:10 Awb
Genoemd in 159 uitspraken · Officiële wettekst
159 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 6:10 Awb, art. 26, lid 2, AWR. Bezwaar tegen niet-afgedragen bedrag aan loonheffingen is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het bezwaar wordt niet mede geacht te zijn gericht tegen een later opgelegde naheffingsaanslag.
A-G IJzerman heeft conclusie genomen inzake de belastingaanslagen opgelegd aan belanghebbende, een geliquideerde Curaçaose NV. Was duidelijk namens welke belanghebbende bezwaar en beroep is ingesteld? Wat is de ingangsdatum van de door de Inspecteur verbeurde dwangsommen wegens n
MRB. Bezwaar is ingediend vóór voldoening. Rekening MRB op zichzelf niet voor bezwaar vatbaar. Bezwaar toch ontvankelijk omdat belanghebbende zich op het moment dat hij kennisnam van de rekening een vastomlijnde voorstelling van het voorwerp bezwaar heeft gevormd. Belanghebbende
Artt. 26 lid 1 AWR , 6:10, 6:15 en 7:1 Awb. Bezwaar tegen mededeling over openstaand bedrag voorlopige aanslag terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat noch de mededeling noch de voorlopige aanslag voor bezwaar vatbaar is. Bezwaar tevens terecht niet aangemerkt als verzoek om a
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Partijen houdt verdeeld de vraag of ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) de waarde van de 47 onroerende zaken ten tijde van de verkrijging op een hoger bedrag dient te worden vastgesteld dan het bedrag van de koopsom van € 60.5
Partijen houdt verdeeld de vraag of ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) de waarde van de 71 onroerende zaken ten tijde van de verkrijging op een hoger bedrag dient te worden vastgesteld dan het bedrag van de koopsom van € 250.
Belanghebbende heeft tijdens zijn detentie een bezwaarschrift tegen diverse aanslagen ingediend, waarbij hij heeft verzocht om het antwoord op zijn bezwaren te verzenden naar het adres van zijn advocaat. De inspecteur had van de ontvanger gehoord dat de advocaat belanghebbende en
Art. 6:10 Awb, art. 26, lid 2, AWR. Bezwaar tegen niet-afgedragen bedrag aan loonheffingen is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het bezwaar wordt niet mede geacht te zijn gericht tegen een later opgelegde naheffingsaanslag.
BZM. Tijdsverloop tussen overtredingen en opleggen van de naheffingsaanslagen en verzuimboeten geen reden tot vernietiging of vermindering boete. De naheffingsaanslagen en verzuimboeten zijn niet bedoeld als signaleringssysteem. Rechtbank vermindert verzuimboeten wegens financiël
ontvankelijkheid prematuur beroep
Bezwaar tegen nog niet opgelegde naheffingsaanslagen. Belanghebbende kon redelijkerwijs niet menen dat de naheffingsaanslagen reeds tot stand waren gekomen. Bezwaar niet-ontvankelijk.
In geschil is het antwoord op de vraag of de hiervoor – onder 1.1 – bedoelde aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd.
Belanghebbende heeft geen recht op zelfstandigenaftrek en investeringsaftrek Belanghebbende drijft in de vorm van een eenmanszaak een onderneming waarvan de activiteiten hoofdzakelijk bestaan uit het geven van financiële en logistieke adviezen. Hij voert de werkzaamheden voorname
Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar. Indien deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, is in geschil of en tot welk bedrag sprake is van een uitdeling.
Het hoger beroep is ontvankelijk; binnen de termijn ingediend en voorzien van gronden. De bezwaren tegen de aanslag IB/PVV 2003 en WAZ 2003 zijn niet-ontvankelijk. Voor de jaren 2004 en 2005 zijn de vereiste aangiften niet gedaan en is niet voldaan aan de administratieplicht. Omk
Ambtshalve weigering een aanbod te doen op grond van WBV 2007/11 (de pardonregeling). Geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, maar een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vw.
Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie
Brief waarin verweerder de medewerking van verzoekster aan een onderzoek vordert, is een besluit in de zin van art. 1:3, lid 1, Awb. Dit besluit is ingevolge een belastingwet - de AWR - genomen. Het besluit is evenwel geen belastingaanslag en geen voor bezwaar vatbare beslissing.
Procesrecht / voortijdig ingediend bezwaar / beroepen gegrond AWB 06 / 27624: Aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit is voortijdig ingediend. Verweerder heeft het bezwaar op onjui
Besluit was niet verzonden aan gemachtigde. Verschoonbare termijnoverschrijding.
Omzetbelasting. Varkenshandelaar heeft geen recht op voorbelastingaftrek ter zake van valse inkoopfacturen.
Op 27 augustus 2002 heeft het College van appellant een, blijkens poststempel op 26 augustus 2002 verzonden, beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een tweetal besluiten van verweerder van respectievelijk 15 juli 2002 en 14 augustus 2002. Bij het besluit va
-