-
Algemene wet bestuursrecht
Art. 5:35 Awb
Genoemd in 77 uitspraken · Officiële wettekst
77 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verzet tegen dwangbevel. Leer van de formele rechtskracht. Dat appellant zich in de bestuursrechtelijke procedure niet had voorzien van rechtsbijstand speelt geen rol. Onduidelijkheid in het primaire dwangsombesluit kan niet worden opgeheven door brief ambtenaar. Dit moet het bes
Betreft de invordering van verbeurde dwangsommen. Partijen hebben een betalingsregeling afgesproken. Elke betaling moet worden aangemerkt als een erkenning van de rechtsvordering als bedoeld in art. 3: 318 BW. Derhalve is de vordering niet verjaard.
18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/279HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats], 4. [Eiseres 4], wonende te [woonplaats], 5. [Eiser 5]
Eiser vordert ontheffing van het dwangbevel op grond van verjaring, artikel 5:35 lid 1 Awb. Van een stuiting is volgens eiser niet gebleken. Gedaagde daarentegen betwist dat sprake is van verjaring, omdat 1) beslag is gelegd en 2) er per e-mail duidelijk is gecommuniceerd over he
Art. 100e (oud) Woningwet. ‘Derdenwerking’ van dwangsombesluit, genomen vóór inwerkingtreding art. 100e (oud)? Art. 13 Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Kan art. 100e (oud) worden ten uitvoer
Eiser is tijdig in verzet gekomen tegen het dwangbevel van 10 mei 2012. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat, nu de last onder dwangsom is opgelegd wegens een overtreding die voor 1 juli 2009 haar aanvang heeft genomen, het recht van voor die datum van toepassing is. Dat
De vraag of de bevoegdheid van de gemeente tot invordering van dwangsommen is verjaard o.g.v. art. 5:35 lid 1 Alg. wet bestuursrecht (Awb) kan in het midden blijven, nu partijen inmiddels een regeling hebben getroffen m.b.t. de betaling van de verbeurde dwangsomen. Op deze overee
Kort geding. Verjaring invordering dwangsommen. De verjaringstermijn gaat lopen vanaf het moment dat het dwangbevel is betekend aan eiser en bedraagt zes maanden. De verjaringstermijn is geschorst geweest vanwege verzetsprocedure(s). Aan de orde is de vraag of een door de gemeent
Woningwet. Last onder dwangsom. Beroep op gelijikeheidsbeginsel verworpen.
Dwangsommen. De bevoegdheid van de Staat tot inning van de door eiseres in het verzet verbeurde dwangsommen is niet verjaard. Het dwangbevel ontbeert geen deugdelijke grondslag. Begunstigingstermijn is onaantastbaar. Geen sprake van overmacht. Niet kan worden gezegd dat met invor
Met ingang van 1 juli 2009 is de zogeheten Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in werking getreden. In artikel VI lid 1 van de Wet van 25 juni 2009, Stb. 2009, 264 (Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht) staat: “Indien een bestuurlijke sanctie wordt opgele
Procesrecht. Verzet tegen dwangbevel tot invordering bestuurlijke dwangsommen; verjaring ex art. 5:35 Awb, stuiting?; stuitingshandeling, maatstaf; HR doet zelf de zaak af.
Verzet tegen dwangbevel invordering bestuursrechtelijke dwangsom. - Materieel verweer tegen de bestuursrechtelijke beslissing waarvan dwangsom onbekend is, stuit af op de formele rechtskracht van de bestuursrechtelijke beslissingen ook al is daar tegen hoger beroep ingesteld. - V
Wet identificatie bij dienstverlenening (Wid) en Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot). Het Bureau Financieel Toezicht heeft geconstateerd dat gedaagde partij zich niet heeft gehouden aan de voor haar geldende verplichtingen krachtens artikel 9 Wet Mot, te weten het
Gemeente heeft eigenaar van pand aangeschreven om binnen acht weken met werkzaamheden te beginnen en deze dan binnen acht weken te voltooien. Vijf dwangsommen zijn (binnen zes maanden) verjaard, maar tellen wel mee voor het bereiken van het maximum.
Verzet, dwangsom, dwangsombeschikking, verjaring, geluidshinder.
In verband met het bepaalde in art. 3:37 lid 3 BW kan slechts sprake zijn van stuitende werking indien de brieven [appellant] hebben bereikt of als het niet (tijdig) bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling, van de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of v
Een dwangbevel is geen vonnis zodat de in art. 230 Rv voor een vonnis geschreven vereisten niet gelden voor een dwangbevel. Dat een vonnis en een dwangbevel beide voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, maakt dat niet anders. Op zichzelf is juist dat tegen [appellant] nog twee ander
De conclusie is derhalve dat de bevoegdheid van de gemeente tot invordering van de dwangsommen over de periode van 1 november 2002 tot 1 februari 2003 is verjaard. Voor bewijslevering inzake de gestelde overtredingen is daarom geen plaats. Het vonnis van 16 februari 2005 dient, o
Dwangsommen tot in totaal € 22.689,01 (fl. 50.000,--) verbeurd aan de gemeente Midden-Drenthe. De termijnen van de sommen eindigen steeds na elkaar. De bevoegdheid tot invordering van de sommen vervalt voor iedere som/termijn steeds na een half jaar. Tenzij de gemeente binnen dat
18 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/279HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiseres 3], wonende te [woonplaats], 4. [Eiseres 4], wonende te [woonplaats], 5. [Eiser 5]
Op 29 april 2003 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van 9 april 2003 van de divisiemanager van Bureau Heffingen, namens de directeur van Bureau Heffingen. Bij dit besluit is het bezwaar van appellante teg
Op 28 juli 2003 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van 20 juni 2003 van de divisiemanager van Bureau Heffingen, namens de directeur van Bureau Heffingen. Bij dit besluit is het bezwaar van appellant tegen
Op 20 mei 2003 heeft het College van appellante een beroepschrift, gedateerd op 18 mei 2003, ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van de divisiemanager van Bureau Heffingen, namens de directeur van Bureau Heffingen van 10 april 2003. Bij dit besluit is het