Tijdigheid en omvang incidenteel hoger beroep door de inspecteur. Voor de vraag of de vereiste aangifte is gedaan, dient te worden gekeken naar het aangiftetijdvak. Belanghebbende heeft voor september 2011 tot en met juni 2012 niet de vereiste aangifte gedaan. Het Hof acht aannem
Algemene wet bestuursrecht
Art. 5:1 Awb
Genoemd in 58 uitspraken · Officiële wettekst
58 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Verwijzing na Hoge Raad. Naheffingsaanslag Loonheffingen. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de nader door de inspecteur verdedigde naheffing onjuist is. De inspecteur ziet echter over het hoofd dat de oorspronkelijke naheffing in de uitspraak op bezwaar is verminderd,
OM-cassatie. Profijtontneming. Reikwijdte art. 74 Awr. Het middel berust op de opvatting dat art. 74 Awr niet uitsluit dat een ontnemingsmaatregel wordt opgelegd aan de natuurlijke persoon die aan door een rechtspersoon gepleegde, bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten fei
Afwijzing verzoek handhaving. Appellante heeft geen concrete gedraging genoemd, maar enkel een aantal wettelijke verplichtingen. Daarin behoefde verweerder geen aanleiding te vinden om de gang van zaken rond het ophalen en vernietigen van het karkas van het paard te onderzoeken o
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Wet arbeid vreemdelingen. Bestuurlijke boeten opgelegd ter zake van illegale tewerkstelling. Is verhaalsbeding tussen werkgevers met betrekking tot bestuurlijke boeten nietig? Art. 3:40 BW.
Verzet tegen dwangbevel. Appartementencomplex. Ver. v. Eigenaren heeft niet voldaan aan aanschrijving ex art. 14 lid 1 (oud) Woningwet. Gemeente past bestuursdwang toe. Invordering door gemeente van kosten bestuursdwang bij dwangbevel (art. 5:26 lid 1 (oud) Awb) van een van de ap
Richtlijnen aanmelding, transactie en vervolging fiscale delicten en douanedelicten van 13 april 1993 (Stcrt. 1993,75). De HR stelt voorop dat uit § 1, derde alinea, volgt dat deze Richtlijnen alleen zien op door de "ambtenaren van de eenheden (...) ontdekte strafbare feiten” ter
Bij uitspraak van deze rechtbank van 25 maart 2010 is het bij brief van 13 november 2009 ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar weliswaar niet-ontvankelijk verklaard, doch bij uitspraak van 26 juli 2010 heeft de verzetsrechter het verzet tegen