HR verklaart het beroep in cassatie gegrond, zie ook 15/00425.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:18 Awb
Genoemd in 445 uitspraken · Officiële wettekst
445 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/00425.
Verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/00425.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/00425.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond zie ook 15/00425.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/00425.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/04352.
HR verklaart het beroep in cassatie gegrond, zie ook 15/04352.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/04352.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/04352.
HR verklaart het beroep in cassatie gegrond, zie ook 15/04352.
HR verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond, verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, zie ook 15/04352.
In geschil zijn de hoogte van de dwangsom en de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar.
Belanghebbende vordert - en krijgt van rechtbank - een dwangsom omdat heffingsambtenaar niet voldoet aan informatieverzoek ex art. 40 WOZ. Hof vernietigt rechtbankuitspraak en verklaart de bestuursrechter onbevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Rechtbank stelt (in 2014)
Per brief van 2 april 2014 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld aangaande het doen van uitspraak op het bezwaar tegen de aanmaning tot het betalen van opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2011 en de daarbij in rekening gebrachte aanmaningskosten.
beslissing inzake fictieve weigering om te beslissen op administratief beroep; geen misbruik van recht; reeds beslist op administratief beroep; weliswaar te laat maar gecompenseerd in de procedure; OvJ stuurt een beslissing voor meerdere betrokkenen.
Sanctie OVJ wegens niet tijdig beslissen op een door betrokkene ingesteld beroep in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Loonheffing ingehouden over verschuldigde dwangsom Bezwaar door verweerder ten onrechte doorgezonden aan de Belastingdienst De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat verweerder zelf bevoegd is te beslissen op de twee bezwaargronden, te weten of al dan niet terecht een bedrag
Loonheffing ingehouden over verschuldigde dwangsom Bezwaar door verweerder ten onrechte doorgezonden aan de Belastingdienst De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat verweerder zelf bevoegd is te beslissen op de twee bezwaargronden, te weten of al dan niet terecht een bedrag
Bij besluit van 4 augustus 2010 heeft het college een verzoek van [wederpartij A] en zijn [echtgenote] om handhavend op te treden tegen de bouwwerkzaamheden in en aan de woning op [locatie] te Delft (hierna: het pand), afgewezen.
In de bezwaarschriftprocedure die heeft geleid tot bestreden besluit II is op 10-12-2010 een ingebrekestelling gedaan aan verweerder. Op dat tijdstip was verweerder niet bevoegd te beslissen op bezwaar. De ABRS heeft bij brieven van 17-10-2010 aan verweerder en 27-12-2010 aan eis
De rechtbank oordeelt dat het verweer niet onbevoegdelijk is opgesteld en dat vertegenwoordiging van verweerder door mr. Binnerts een gegeven is. Volgens de rechtbank eindigde de beslistermijn van het bezwaar op 18 augustus 2010. Eiser heeft verweerder op goede gronden in gebreke