Eiser stelt dat hij recht heeft op dwangsommen wegens: a) het niet-tijdig in behandeling nemen van de aangifte IB/PVV, b) het niet-tijdig verstrekken van een inkomensverklaring, c) het weigeren van de registratie van een postadres en d) het niet-tijdig reageren om zijn verzoek om
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:17 Awb
Genoemd in 348 uitspraken · Officiële wettekst
348 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Art. 17 Wet WOZ; Art. 8:75 Awb. WOZ-waarde. Kosten bezwaarfase. Door voormalige gemachtigde gemaakt bezwaar is afgewezen. De huidige gemachtigde heeft beroep en hoger beroep ingesteld. Rechtbank heeft de waarde in goede justitie bepaald en verminderd en alleen een proceskostenver
Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 75,00 (met handhaving van de administratiekosten).
Uitspraak rechtbank op grond van art. 8:54 of 8:66 Awb? Dwangsom. Beschikking vaststelling wettelijke rente in de zin van art. 4:99 Awb. Objectief bepaalbare uitgangspunten. Ingebrekestelling. Beroep wegens niet tijdig beslissen.
Wet WOZ. Uitspraak op bezwaar deugdelijk gemotiveerd. Geen uitlokking van beroep. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen voor spanning en frustratie vanwege de lange duur van een procedure bij voor
Verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:90 van de Awb, vanwege het handhavend optreden van het college. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd om de permanente bewoning van een recreatiewoning door een echtpaar op leeftijd te beëindigen. Het beroep van ei
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum kort verblijf. Eiser is eigenaar van een supermarkt in Marokko en heeft een visum kort verblijf aangevraagd om samen met zijn tante zijn ernstig zieke oom een laatst
Geschil over het recht op een dwangsom en over het intrekken van een beroep (wel of geen dwaling).
8:54; NTB; Uit de overgelegde ingebrekestelling blijkt niet dat belanghebbende een ingebrekestelling heeft verzonden voor het bezwaarschrift tegen de betalingen op aangiften BPM. De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat de inspecteur ter zake van deze bezwaren in gebreke is
Dwangsombeschikking met wettelijke rente. Verzoek nieuwe beschikking vaststelling wettelijke rente leidt tot het voeren van een nieuwe procedure over reeds bij beschikking vastgestelde wettelijke rente. Nieuwe procedure past niet binnen de door belanghebbende aan haar gemachtigde
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.
Niet tijdig beslist op AVG-verzoek. E-mail is een besluit (artikel 1:3 Awb) want gericht op rechtsgevolg, ontbrekende bezwaarclausule/rechtsmiddelenclausule doet daar niet aan af. Overtreden bezwaartermijn daardoor verschoonbaar. Recht op dwangsom wegens te laat nemen van besluit
Aanmaningskosten en betekeningskosten dwangbevelen. Art. 8:42 Awb; aanmaning en dwangbevel op de zaak betrekking hebbende stukken? Artt. 7:2 en 7:3 Awb; hoorplicht geschonden? Artt. 6:7, 6:9 en 6:11 Awb; bezwaar ontvankelijk? Art. 4:16 Awb; dwangsom. Proceskostenvergoeding beroep
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding.
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Wet WOZ. Schending art. 40, lid 2, Wet WOZ. De Heffingsambtenaar heeft in bezwaar de gehanteerde indexeringscijfers door een technische fout niet verstrekt. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen v
Wet WOZ. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen voor spanning en frustratie vanwege de lange duur van een procedure bij voorbaat heeft overgedragen aan de gemachtigde. Hoger beroep gegrond. Procesk
Wet WOZ. Hoger beroep en incidenteel hoger beroep. Beroep rechtbank gegrond wegens schending art. 40 Wet WOZ. Proceskostenvergoeding terecht verminderd tot de helft op grond van art. 2, lid 2, Bpb. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de v
Wet WOZ. Waarde onroerende zaak. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen voor spanning en frustratie vanwege de lange duur van een procedure bij voorbaat heeft overgedragen aan de gemachtigde. Hoger
Wet WOZ. Hoger beroep en incidenteel hoger beroep. Waarde onroerende zaak. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen voor spanning en frustratie vanwege de lange duur van een procedure bij voorbaat he
Wet WOZ. Waarde onroerende zaak. Aan vergoeding van immateriële schade staat niet in de weg dat belanghebbende de vergoeding die hij eventueel zal krijgen voor spanning en frustratie vanwege de lange duur van een procedure bij voorbaat heeft overgedragen aan de gemachtigde. Hoger
Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding.
IB/PVV 2017 – box 3; rentevergoeding; motiverings- en vertrouwensbeginsel; dwangsom; ISV.
Ontslag. WIA. Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldaan aan de ontslagvoorwaarden van artikel 11.1.5, eerste lid, aanhef en onder c van de CAP.
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond