Cassatie in het belang der wet. Is de bestuursrechtelijke dwangsomregeling (art. 4:17-4:20 Awb) van toepassing op een op aanvraag genomen besluit tot ambtshalve vermindering van een aanslag gemeentelijke heffingen? Is de burgerlijke rechter bevoegd om kennis te nemen van een vord
Algemene wet bestuursrecht
Art. 4:13 Awb
Genoemd in 88 uitspraken · Officiële wettekst
88 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. 'Slapend dienstverband'. Is werkgever verplicht om na twee jaar arbeidsongeschiktheid van werknemer in te stemmen met voorstel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van een vergoeding? Leent de maatstaf van HR 11
Art. 4:102 en 4:103 Awb; art. 6:119 BW, art. 26 AWR. Inspecteur is wettelijke rente verschuldigd in verband met niet tijdig vergoeden van heffingsrente. Bezwaar en beroep bij de fiscale bestuursrechter staan open. Diverse formele aspecten.
Beroep niet tijdig beslissen gegrond. Verweerder heeft met verwijzing naar artikel 4:14 lid 3 Awb de beslistermijn verlengd met 4 maanden. De rechtbank acht deze verlenging niet redelijk, nu het dossier tussendoor heeft stilgelegen en de periode verder ook niet is onderbouwd.
Wahv; verhouding Wahv-Awb; dwangsom bij niet-tijdig beslissen OvJ
Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen de wettelijke driejaarstermijn in de zin van artikel 11, lid 3, AWR is opgelegd.
Beroep niet tijdig beslissen inzake verzoek intrekking natuurvergunning. Gegrond verzet.
Inkomstenbelasting. Beslistermijn uitspraken op bezwaar. Dwangsom. Vergoeding immateriële schade . Vergoeding renteschade?
Niet in geschil is dat er geen bij wettelijk voorschrift bepaalde beslistermijn is voor een aanvraag als deze, zodat binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag een beschikking diende te worden gegeven. Gelet op artikel 4:13, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (
Onrechtmatige overheidsdaad. Beoordeling rechtmatigheid overschrijding wettelijke beslistermijn; maatstaf. Opschorting beslistermijn op de voet van art. 31 Wet Bibob. Afwachten van Bibob-advies onzorgvuldig? Onbenutte bevoegdheid tot verdaging beslistermijn relevant? Voor aanspra
Artt. 22 en 25 Wet WOZ (tekst 2003); art. 18a AWR. Herstel foute objectafbakening.
Eisers verzoek is geen verzoek ex artikel 3 Wob. Hierdoor is de beslistermijn van art. 6 Wob niet van toepassing. Eisers verzoek is evenmin een verzoek of aanvraag om een besluit te nemen, omdat eiser geen belanghebbende is. Hierdoor is op eisers verzoek evenmin de redelijke term
Verweerders schriftelijke reactie van 8 december 2010 is een besluit in de zin van de Awb, ook al is sprake van een verzoek ex artikel 8 Wob. Eiser heeft afdoende toegelicht dat hij door dit besluit in zijn belangen is getroffen. Eisers beroep, dat door de rechtbank als bezwaar i
Let op: met partijen is afgesproken deze uitspraak niet te anonimiseren. In geschil is of de heffingsambtenaar bevoegd is de navorderingsaanslagen op te leggen. Volgens belanghebbende is dit niet het geval omdat de eerder opgelegde waardebeschikkingen en aanslagen nog rechtskrac
Art. 30f AWR, heffingsrente. Indien de inspecteur eerst na drie maanden een (voorlopige) aanslag oplegt, belet het zorgvuldigheidsbeginsel de inspecteur niet heffingsrente in rekening te brengen over de periode van drie maanden.
Termijn waarover heffingsrente kan worden berekend op grond van beleid van de Staatssecretaris ingekort. In onderhavig geval onvoldoende grond om te oordelen dat de voorlopige aanslag “zo snel mogelijk” na binnenkomst van het verzoek van eiser is vastgesteld. Beroep gegrond.
Heffingsrente. Inkomstenbelasting. Voorlopige aanslag. Eiser verkoopt zijn tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen op 30 november 2006. Op verzoek legt de inspecteur een voorlopige aanslag op waarbij heffingsrente in rekening wordt gebracht vanaf 1 juli 2006. De rechtbank
Wet op de kansspelen Aanwezigheidsvergunning
Afwijzing vergunning om te bemiddelen uit hoofde van de Wet op het Financieel toezicht in verband met negatief betrouwbaarheidsoordeel. Verdenking van valsheid in geschrifte met het oog op afsluiten van een hypothecaire geldlening en het niet melden van dit antecedent aan de AFM.
De primaire vordering van Maxi Trading betreft een geldvordering met betrekking tot - kort gezegd - de teruggaaf van btw-bedragen. Voor zover het daarbij gaat om de vaststelling van het door Maxi Trading verschuldigde btw-bedrag (waardoor vervolgens ook kan worden bepaald of Maxi
Fictieve weigering handhavend op te treden met betrekking tot met Flora- en faunawet strijdige werkzaamheden. Is de redelijke termijn , als bedoeld in artikel 4:13 Awb verstreken? In het onderhavige geval is er geen sprake van het niet tijdig nemen van een besluit ; er is geen on
Vakheffing bloembollen
Verzoek tot opheffing ongewenstverklaring / redelijke termijn waarbinnen verweerder dient te beslissen. Verzoeker heeft verweerder verzocht om binnen één om week op zijn verzoek om opheffing van zijn ongewenstverklaring te beslissen. Het is de keuze van verzoeker om eerst in dit
Verklaring ex artikel 9 Vw 2000 / bezwaar fictieve weigering / redelijke beslistermijn. Uit de notitie van het telefoongesprek van 12 oktober 2006 tussen de gemachtigde van verzoeker en een beambte van verweerders administratie (IND) blijkt dat door verweerder met betrekking tot
Verzoek om afgifte rijbewijs. Beslistermijn.