Elektriciteitswet 1998
Algemene wet bestuursrecht
Art. 3:4 Awb
Genoemd in 810 uitspraken · Officiële wettekst
810 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Rioolrechten, heffing afvoerrecht van grote lozers, gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel.
Rioolrechten, heffing afvoerrecht van grote lozers, gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel.
Voorhanden hebben van onveraccijnsde minerale oliën; art. 2f Wet op de accijns; wetenschap belanghebbende.
Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds
Op 5 augustus 2003 heeft het College een hoger beroepschrift ontvangen, waarbij appellanten sub 1 (hierna: [A] en anderen) hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van 18 juni 2003 (verzonden op 2 juli 2003), kenmerk MEDED 01/621-RIP. Op 12 augustus
De Pensioen- & Verzekeringskamer (hierna: de PVK) heeft bij brief van 22 januari 2003, op diezelfde dag binnengekomen bij het College hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 11 december 2002, verzonden op 12 december 2002
-
-
-
-
-
-
Deze uitspraak gaat over de beroepen tegen de verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van vier padelbanen aan de Burgemeester van der Borchlaan 11 in Bilthoven. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een gebonden besch
Schriftelijke aanwijzing over contact van GI met kinderen; beslissing op verzoeken vervallenverklaring en bekrachtiging met dwangsom.
Gegrond beroep. Onjuiste grondslag voor de vaststelling en terugvordering, ten onrechte geen belangenafweging bij het nemen van het terugvorderingsbesluit. Omdat de minister de vaststelling op de juiste wijze heeft berekend, er een andere grondslag is voor de terugvordering en in
Intrekking pgb voor het jaar 2017. Hoger beroep slaagt. Het zorgkantoor was sinds 2016 op de hoogte van het faillissement van appellant. De Raad acht het redelijk dat de verlening van het pgb over 2017 wordt ingetrokken per 28 april 2017 (de datum met ingang waarvan de uitbetalin
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond. D