Een naheffingsaanslag omzetbelasting 2003 voor een geliquideerde B.V., die pas in 2009, na heropening van de vereffening, aan de vereffenaar, ofwel in 2010 aan de gewezen bestuurder (belanghebbende), is bekendgemaakt, is na de naheffingstermijn, dus niet tijdig, bekendgemaakt. Me
Algemene wet bestuursrecht
Art. 3:41 Awb
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden naar verdachte, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest w
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden naar verdachte en verklaring verdachte, inhoudende dat zijn rijbe
Pensioenzaak. Pensioenfonds Z en W neemt verplichtstellingsbesluit mbt werkgever vanaf 1 januari 2017 onder gelijktijdige vrijstelling voor de periode 2007-2017. Formele rechtskracht vrijstellingsbesluit.
AAN-laag 2009
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt als bedoeld in artikel 3:41, eerste lid, Awb. Verweerder heeft het bestreden besluit immers toegezonden aan de advocaat. Zoals volgt uit de uitspraak van deze rechtbank en zitt
Verdachte heeft gehandeld i.s.m. een jegens hem uitgevaardigd gebiedsverbod, art. 2.4.25 lid 2 onder b APV Maastricht 2006. Bevel gebiedsontzegging voorafgaand aan pleegdatum uitgereikt aan verdachte? Gelet op art. 3:40 Awb is pas sprake van handelen i.s.m. een gebiedsontzegging
Omzetbelasting / bekendmaking naheffingsaanslag. In geschil is of de inspecteur de naheffingsaanslag tijdig aan belanghebbende heeft opgelegd. Belanghebbende heeft van meet af aan verklaard dat zij de naheffingsaanslag niet heeft ontvangen en dat zij van het bestaan daarvan pas o
Art. 81 lid 1 RO. Belastingrecht. Executiegeschil n.a.v. HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1042, NJ 2013/559 (veroordeling belastingplichtige tot verschaffen van inlichtingen). Bekendmaking oproeping om inlichtingen te verstrekken (art. 41 AWR). Initiatief voor maken afspraak.
Nu verweerder de door hem genoemde datum van verzending van de uitspraak op bezwaar niet aannemelijk heeft gemaakt, is de uitspraak niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Nu het beroep is ingesteld binnen zes weken nadat eiser een afschrift van de uitspraak onder ogen hee
Te laat bezwaar
Ongeldig verklaard rijbewijs, redelijkerwijs moeten weten, art. 9.2 WVW 1994. Slagende bewijsklacht. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring va
Schuld vanwege lening studiefinanciering. In geschil is of verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Met name dient de vraag te worden beantwoord of de termijnoverschrijding bij het indienen van het bezwaarschrift aan eiser is te wijten. De rechtbank acht
Overtreding gebiedsverbod (DOG-maatregel). Rechtsgeldige inwerkingtreding ex 3:40 Awb en 3:41 Awb. Toepassing 9a Sr vanwege oplegging ISD-maatregel.
BOPZ. Conversie voorwaardelijke machtiging in voorlopige machtiging, art. 14d Wet Bopz. Moet niet-tijdige schriftelijke opgave van de redenen daarvoor (lid 2) leiden tot invrijheidstelling? Mogelijkheden om vergoeding van immateriële schade te vragen; art. 20 en 21 Wkkgz. Samenha
Voorhanden hebben verdovende middelen en overtreding gebiedsverbod (DOG-maatregel). Rechtsgeldige inwerkingtreding ex 3:40 Awb en 3:41 Awb. ISD-maatregel voor duur één jaar.
Naheffingsaanslag MRB. De naheffingsaanslag is tijdig en op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende bekend is gemaakt. Belanghebbende heeft niet tijdig bezwaar gemaakt. Geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Belanghebbende is terecht kennelijk niet-ontvankeli
verwijzing na cassatie. Verwerping verweren die strijdig zijn met uitleg uitspraak Hoge Raad en te laat zijn aangevoerd. Alsnog bewijsopdracht. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:5283.
Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschriften.
Aan belanghebbende is o.a. een navorderingsaanslag IB/PVV 2005 opgelegd. In hoger beroep is het antwoord op de volgende vragen in geschil: I) Is de navorderingsaanslag IB/PVV 2005 tijdig opgelegd? II) Is sprake van een voor deze navordering vereist nieuw feit? III) Heeft de staki
Welke brief is de uitspraak op bezwaar? Niet-ontvankelijkheid. Toerekenen handelen gemachtigde. Het Hof merkt de brief van 22 december 2014 aan als de uitspraak op bezwaar. Het Hof leidt uit de verklaring van de gemachtigde ter zitting af dat hij heeft beseft dat met de brief va
Te laat bezwaar gemaakt.
Een naheffingsaanslag OB 2003 voor een geliquideerde BV, die pas in 2009, naheropening van de vereffening, is bekendgemaakt, is niet tijdig bekendgemaakt. De voormalige bestuurder van de BV kan daarvoor niet aansprakelijk worden gesteld. De aansprakelijkheid voor de naheffingsaan
In hoger beroep is in geschil het antwoord op de volgende vragen: a) is de navorderingsaanslag binnen de wettelijke termijn opgelegd; b) beschikt de inspecteur over een nieuw feit om na te kunnen vorderen; c) indien een nieuw feit ontbreekt: is belanghebbende ter zake van het fe
4, tweede lid, WAHV. 3:41 Awb. De betrokkene woont in Duitsland, betwist de inleidende beschikking te hebben ontvangen en legt een uittreksel uit het bevolkingsregister over. Gelet op dat uittreksel rijst twijfel aan de juistheid van het bij het CJIB geregistreerde adres van de b