Vrijspraak ten aanzien van art 9 lid 5 Wegenverkeerswet 1994. Er is niet gebleken dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Een eerdere mededeling van de politie hierover was onvoldoende nu op dat moment het besluit no
Algemene wet bestuursrecht
Art. 3:41 Awb
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Uitspraak op bezwaar per aangetekende post verstuurd. Beroep is niet-ontvankelijk.
Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur niet-ontvankelijk, omdat het verzuim, te weten het niet motiveren van het hoger beroep, niet tijdig is hersteld. In dat verband is naar het oordeel van het hof artikel 1, lid 1, Algemene termijnenwet niet van toepassing, ook ni
Eiseres vordert dat het de Autoriteit Persoonsgegevens wordt geboden om bij het verstrekken van een aan eiseres opgelegd handhavingsbesluit aan derden de hoogte van het genoemde boetebedrag daarbij niet te vermelden. Vordering wordt toegewezen. De belangen van eisende partij wege
Einde tijdelijke bescherming o.g.v. Richtlijn 2001/55/EG. Beroep n.o. Geen besluit overgelegd.
Ontslagbeschikking mocht per ektronische weg worden bekendgemaakt. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Gegrond met instandhouding rechsgevolgen ontslag.
inreisverbod / bekendmaking / zorgvuldige voorbereiding / gegrond
Aanmaningskosten verjaring invordering beroep ongegrond Eiser in deze zaak heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen aanmaningskosten die in rekening zijn gebracht bij een naheffingsaanslag accijns. In geschil is of verweerder terecht de aanmaningskosten in rekening heeft gebracht,
Executiegeding. Centrale vraag is of voldoende aannemelijk is dat de gemeente een beslissing op bezwaar aan appellant heeft verzonden, twee dagen na het einde van de beslistermijn. De voorzieningenrechter oordeelde eerder dat dit het geval is. Ook het hof komt tot dit oordeel.
Koop onroerende zaak. Mededelingsplicht ten aanzien van een bestemmingsplan? Is bestemmingsplan bijzondere last of beperking als bedoeld in art. 7:15 lid 1 BW of bestaat in casu mededelingsplicht ingevolge art. 7:17 BW?
Belanghebbende stelt dat hij op een latere datum dan de dagtekening van de uitspraak op bezwaar daarmee bekend is geworden en dat hij ontvankelijk in zijn beroep dient te worden verklaard omdat hij verschoonbaar te laat is geweest. Het hof is van oordeel dat de inspecteur niet aa
WAHV. Proceskostenvergoeding ten onrechte niet toegekend door de officier van justitie. Beroep gegrond. Toekenning proceskostenvergoeding.
WAHV. Verzoek toekenning proceskosten. De kantonrechter gaat er vanuit dat het besluit van de officier van justitie op het moment van het instellen van beroep door betrokkene op 23 september 2022 reeds aan hem bekend was gemaakt en betrokkene dus op de hoogte was van het feit dat
WABOA
Kennisgeving inburgeringstermijn is geen appallabel besluit in de zin van de Awb.
Afwijzing van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Het beroep is is te laat ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
ROV 4-maatregel opgelegd door het COA - evenredigheidsbeginsel - beroep ongegrond
WOZ-zaak. Objectafbakening: de heffingsambtenaar is terecht uitgegaan van één WOZ-object. In geschil is of de aanslagen verdeeld moeten worden, zodat bij belanghebbende rekening wordt gehouden met zijn aandeel in het eigendom van 50%, omdat belanghebbende vreest voor zijn verhaal
Toetsing bouwplan aan het ten tijde van de aanvraag geldende bestemmingsplan; rechtstreekse aanspraak; geen toename van bestaand parkeertekort.
WAHV - proceskostenveroordeling. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het besluit tot vernietiging van de beschikking aan betrokkene was bekendgemaakt voordat hij beroep had ingesteld tegen de opgelegde boete. Nu vast staat dat het besluit tot verni
PW
Naheffingsaanslag loonheffingen niet op de juiste wijze bekend gemaakt door verzending naar onjuist, oud, adres. Toekenning van een immateriele schadevergoeding waarbij samenhang is aangenomen. Het betreft vier zaken. Twee van een Vof en twee van de rechtsopvolger, een BV. De zak
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Uit de overgelegde printscreens van de heffingsambtenaar kan niet worden afgeleid dat de uitspraak op bezwaar is aangeboden op de door de heffingsambtenaar gestelde datum. Belanghebbende stelt dat hij heeft gehandeld toen de
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
De Inspecteur maakt niet aannemelijk aan welk postvervoerbedrijf hij de aanslagen IB/PVV voor de jaren 2018 en 2019 heeft aangeboden. Ten aanzien van de aanslag 2018 geldt dat belanghebbende reeds in 2019 een betalingsregeling had getroffen zodat het op 30 september 2020 ingedien