Art. 2:14 (oud), 2:17 (oud), 3:41, 6:11 Awb. Art. 1, 2 en 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen. Aanmaningskosten. Berichtenbox van MijnOverheid. Is het voor de beantwoording van de vraag of de naheffingsaanslag op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt relevant of een notif
Algemene wet bestuursrecht
Art. 3:41 Awb
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Aanslagen vennootschapsbelasting met verzuimboetes. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de aanslagen 2011 tot en met 2016 op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. In dat geval is niet in geschil dat het bezwaar tegen die aanslagen niet binnen de bezwaartermijn is inge
Inkomstenbelasting. Bestuursprocesrecht. Art. 5, lid 1, en 11, lid 3, AWR; art. 4.16, lid 1, sub h, en 4.46, lid 2, Wet IB 2001; art. 2 en 9 en Slotprotocol ad art. 2 en 9 bij Verdrag Nederland-Zwitserland 1951. Tijdstip van opleggen aanslag indien deze pas na de dagtekening van
Verlengde navorderingstermijn bij bankrekening in Zwitserland. EG-recht ook van toepassing op derde-land zoals in casu Zwitserland waar het kapitaalverkeer betreft. Onvoldoende voortvarendheid betracht bij het opleggen van de navorderingsaanslagen.
Aanvang bezwaartermijn. Toezending aan gemachtigde. De door het Uwv gestelde toezending van de WW-besluiten van 19 februari 2007 en de toezending van die besluiten aan de rechtbank in het kader van bezwaar respectievelijk beroep tegen besluiten over herziening, intrekking en teru
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar in (hoger) beroep. Het Hof gaat ervan uit dat de Hoge Raad niet per definitie heeft uitgesloten dat de tijdigheid van een bezwaar in beroep alsnog door het bestuursorgaan aan de orde kan worden gesteld. In casu staan het rechtszekerheidsbegins
Bij brief van 12 april 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën een verzoek van [appellant] om schadevergoeding afgewezen. [appellant] werkte tot 2012 bij de Belastingdienst. Op die datum is hij ontslagen omdat hij ervan werd verdacht strafbare feiten te hebben gepleegd. Bij
Op basis van gegevens verstrekt door de Belgische Bijzondere belastinginspectie is in maart 2007 binnen de Belastingdienst het project Bank Zonder Naam van start gegaan. Belanghebbende is op basis van de ontvangen gegevens door de Inspecteur geïdentificeerd als rekeninghouder van
ten onrechte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
12/1592 AOW, 12/1594 AOW, 12/1595 AOW Schuldig nalatig de premie voor de volksverzekeringen te voldoen. De rechtbank heeft een onjuist wettelijk kader gehanteerd. Het niet ontvangen van de aanslag kan betrokkene niet worden toegerekend. Niet kan worden gezegd dat betrokkene er re
Art. 2:14 Awb. Kenbaarheidsvereiste. Impliciete kenbaarmaking? Heeft belanghebbende kenbaar gemaakt langs elektronische weg bereikbaar te zijn door op een verplicht invulveld zijn e-mailadres in te vullen in een onlineformulier waarmee bezwaar is gemaakt? Is schermprint van e-mai
Art. 6:7, 6:8 en 6:9 en 8:69 Awb. Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Vervolg op HR BNB 2021/140. Mag het bestuursorgaan in (hoger) beroep het verweer voeren dat (onverschoonbaar) tardief bezwaar is gemaakt, nadat het eerder inhoudelijk op het bezwaar heeft beslist?
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan verdachte heef
De Svb heeft ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Opdracht tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
In hoger beroep is in geschil is of het bezwaar van belanghebbende tegen de onderhavige aanslag en beschikking terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de Inspecteur bevestigend.
WSNP; verlenging van de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet nakomen door de saniet van haar sollicitatieplicht overeenkomstig de Recofa-richtlijnen 2005 dat in de weg stond aan de verlening van een ‘schone lei’.
-
Procesrecht; artt. 6:7 tot en met 6:9 Awb en art. 8:69 Awb; rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel; bestuursorgaan voert in (hoger) beroep aan dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, terwijl het inhoudelijk op dat bezwaar had beslist; omstandigheden waaronder de rechter dat stand
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek van FNV blijkt dat dit bedrijf de regels over de rusttijden niet altijd volgt. D
Uitspraak na verwijzing. Betekeningskosten dwangbevel. Dwangsom wegens niet tijdig beslissen.
De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard, omdat belanghebbende geen aangifte IB/PVV heeft gedaan over het jaar 2010. De detentieperiode staat hieraan niet in de weg. Belanghebbende is niet geslaagd in haar bewijslast dat de aanslagen tot te hoge bedragen zijn opgelegd. De verzu
Artikel 3:41 Awb, artikel 6:7 Awb en artikel 6:8 Awb. Ontvankelijkheid. Bekendmaking op de voorgeschreven wijze. Termijnoverschrijding. Artikel 4:17 Awb en artikel 6:12 Awb. Ontvankelijkheid. Onredelijk laat beroep na ingebrekestelling.
Belanghebbende doet aangifte IB/PVV 1997 naar een inkomen van nihil. De Inspecteur stelt de aanslag 1997 vast met een aanzienlijke correctie. Het na verloop van de termijn daartegen gemaakte bezwaar, acht het Hof ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Hoewel het aanslagbiljet
Loonsanctie. Het Uwv heeft het primaire besluit conform het bepaalde in art. 25, lid 11, WIA, tijdig aan betrokkene verzonden. In afwijking van wat in de uitspraak van 11 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1193, is overwogen, overweegt de Raad thans als volgt. Uit art. 25, lid 11, WI
OM-cassatie. Vrijspraak van handelen i.s.m. art. 184.1 Sr wegens overtreding van een ex art. 2.9A APV Amsterdam 2008 uitgevaardigde gebiedsverbod. Een veroordeling t.z.v. art. 184.1. Sr kan slechts volgen indien verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Het Hof heeft in aanmerking g