Vergunning speelautomatenhal. Besluit is op correcte wijze bekendgemaakt door toezending aan aanvrager. Standpunt van appellant dat de bezwaartermijn pas een aanvang nam na publicatie van de vergunning in huis-aan-huisblad is niet in overeenstemming met artikelen 3:41 en 6:8 Awb.
Algemene wet bestuursrecht
Art. 3:41 Awb
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Verzet tegen dwangbevel. Formele rechtskracht dwangbesluit. Werkzaamheden die hebben plaatsgevonden nà de inwerkingtreding van het dwangsombesluit, maar vóórdat de geadresseerde van de inhoud daarvan heeft kennisgenomen, kunnen niet door de dwangsom worden getroffen.
Bekendmaking besluit, wijziging adres, GBA Uit de rechtspraak blijkt dat bestuursorganen die toegang tot de gegevens van het GBA hebben geacht worden van een adreswijziging op de hoogte te zijn en daarvan gebruik te maken (zie bijvoorbeeld het arrest. van de Hoge Raad van 23 nove
De rechtbank stelt een dwangbevel tot invordering van dwangsommen van de gemeente Utrecht buiten effect nu de brief die bedoeld was ter stuiting van de verjaring naar een onjuist adres is gezonden en deze ook niet aan de eiser in deze verzetprocedure is uitgereikt. Het beroep op
Verweerder heeft het bestreden besluit op 28 september 2007 per aangetekende post aan eiseres verzonden. Ingevolge artikel 6:8 Awb is de bezwaartermijn gaan lopen op 29 september 2007 en ingevolge artikel 69, eerste lid, Vw verstreken op 29 oktober 2007. Het bezwaarschrift van 2
Art. 34 Invorderingswet 1990 (tekst tot 1 december 2002). Aansprakelijkheid doorlener van werknemers. Bekendmaking kennisgeving. Onbegrijpelijk bewijsoordeel. Matiging aansprakelijkheid? Moet doorlener zelf toezicht of leiding uitoefenen? Verklaring voor recht over aansprakelijkh
In geding is de ontvankelijkheid van het beroepschrift in eerste aanleg. Het Hof oordeelt dat de te late indiening van het beroepschrift bij de rechtbank door de gemachtigde voor rekening en risico van de belanghebbende komt. Er is geen sprake van een verschoonbaar verzuim.
Belanghebbende heeft het aan haar uitgereikte aangiftebiljet niet binnen de daarvoor geldende inlevertermijn ingediend, ook niet na aanmaning. Twee dagen voor het verstrijken van de uiterste inleverdatum is belanghebbende failliet verklaard. De inspecteur heeft ambtshalve een aan
Verzet invordering dwangbevel; last onder dwangsom, betwisting ontvangst stukken; betwisting overtreding milieuvoorschriften.
Verstoring in ontvangst WOZ beschikking niet bij voorbaat onaannemelijk en voor rekening van de heffingsambtenaar. Het Hof kent door belanghebbende gemaakte reis-en verletkosten in verband met bezichtiging van tweede woning en referentieobjecten toe.
Officiersappel. Uit de stukken blijkt niet dat de beslissing van de officier van justitie aan de gemachtigde is gezonden (6:17 Awb). Aanvang beroepstermijn niet vast te stellen. Geen termijnoverschrijding. Anders dan de kantonrechter stelt het hof vast dat de gedraging wel is ver
art. 8:55 Awb, verzet, art. 6:4, lid 3, Awb, art. 6:9, lid 1, Awb, bewijs indiening beroepschrift.
Verweerder heeft het primaire besluit op de juiste wijze aan eiser bekend gemaakt. Het bezwaarschrift is daarom buiten de termijn van vier weken, en derhalve niet tijdig, ingediend. In afwijking van artikel 6:7 Awb is in artikel 69, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaald
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep is het volgende van belang. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, dient, ingeval van niet aangetekende verzending van besluiten of andere rechtens van belang zijnde documenten, het bestuursorgaan aannemelijk te maken dat
Verweerder eiser in bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser het bezwaarschrift niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ingediend.
Te dezen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: Is belanghebbende tijdig in bezwaar gekomen tegen de aanslag toeristenbelasting 2004 en is de aanslag tot een te hoog bedrag opgelegd? Dient de aan belanghebbende opgelegde voorlopige aanslag toeristenbelasting 2005 te wo
Incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van eisers in de hoofdzaak, taakverdeling tussen burgerlijke rechter en bestuursrechter, formele rechtskracht
Beslissing officier van justitie niet op voorgeschreven wijze bekendgemaakt (3:41Awb). De kantonrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat niet tijdig beroep bij hem is ingesteld. Vernietiging beslissing kantonrechter, maar geen terugwijzing. De kantonrechter heeft de zaak - ten o
Verweerder heeft bij besluit van 17 december 2007 de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken. Verzoeker heeft tegen het besluit op 10 juni 2008 bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. I
a. De beslissing van de officier van justitie is ten onrechte niet toegezonden aan de gemachtigde. Gevolg: termijn voor instellen beroep bij kantonrechter niet aangevangen en beroep i.c. tijdig ingesteld. Volgt vernietiging beslissing kantonrechter, terugwijzing naar de rechtbank
Bekendmaking besluit / adres gemachtigde Hoewel het besluit per aangetekende post naar het adres van verzoeker is gezonden, is niet in geschil dat het besluit verzoeker niet heeft bereikt. Gelet op het bepaalde in B2/9.7.7.1 Vc, alsmede het feit dat verweerder op de hoogte was va
Antilliaanse zaak; onrechtmatig overheidsbesluit. Kort geding over een ‘besluit’ tot vernietiging door de gouverneur van casinovergunning; aan beschikking te stellen eisen.
Afgifte beschikking / beleid / GBA-adres / publicatie Staatscourant of regionaal dagblad Niet in geding is dat eiser ten tijde van de afgifte van de beschikking van 8 maart 2004 geen gemachtigde had en niet stond ingeschreven in de GBA. Aldus had verweerder ingevolge het hiervoor
Belanghebbende kocht een perceel bouwterrein (met berekening van omzetbelasting) van een projectontwikkelaar, die dat perceel vlak daarvoor als onderdeel van een bedrijfsterrein van belanghebbendes vader had gekocht. De inspecteur hief overdrachtsbelasting na omdat de koopprijs o
Wijziging standpunt verweerder ten aanzien van schending van artikel 3 EVRM / motiveringsgebrek De rechtbank zal beoordelen of verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitze